Daardoor kunnen ook de oorlogsjaren, die Wilhelmina doorbracht in Londen, worden bestudeerd. Tot nu toe kreeg alleen historicus en jurist Cees Fasseur inzage in alle documenten die betrekking hebben op de regeringsjaren van Wilhelmina. Op basis van die uitzonderingspositie schreef Fasseur een tweedelige Wilhelmina-biografie (verschenen in 1998 en 2001), en later nog twee aanvullingen.
In die tijd was alles in het archief dat dateert van na 1898 nog niet beschikbaar voor onderzoek. Het leidde tot gemor onder andere wetenschappers. Na zijn aantreden stelde koning Willem-Alexander het archief beschikbaar tot aan 1934, het jaar waarin koningin Emma – de moeder van Wilhelmina – overleed. Nu gaat het archief tot aan 1948 open.
De verruiming valt samen met de publicatie van De achterblijvers. Het Hof na de vlucht van Wilhelmina 1940-1945, geschreven door Flip Maarschalkerweerd. Hij is oud-directeur van het Koninklijk Huisarchief, dat sinds 2015 onderdeel is van de Koninklijke Verzamelingen. Onder deze overkoepelende naam zijn de diverse stichtingen samengebracht waarin voorwerpen en informatiebronnen over het Huis Oranje-Nassau worden bewaard.
Het archief is gehuisvest in een 19de-eeuws pand in de tuin achter paleis Noordeinde. Wie er onderzoek wil doen, moet een schriftelijke aanvraag indienen bij de directeur van het Huisarchief. Sinds 2019 is dat Claudia Hörster, de opvolger van Maarschalkerweerd. Zij is lid van de hofhouding. Na toestemming kunnen wetenschappers in een werkkamer van het Huisarchief de gevraagde stukken bestuderen.
Overheidsarchieven zijn onder de Archiefwet in principe na 20 jaar toegankelijk, met de mogelijkheid van openbaarheidsbeperkingen van bijvoorbeeld 50 of 75 jaar als informatie belastend is voor nog levende personen of een gevaar vormt voor de staatsveiligheid. Eigenaren van particuliere archieven, zoals die van het Koninklijk Huis, kunnen zelf bepalen wie toegang krijgt tot hun archief.
Maarschalkerweerd kreeg de afgelopen jaren een net zo bevoorrechte positie als Fasseur, doordat hij ondanks de restricties gebruik mocht maken van de nog niet-openbare archieven over de oorlogsjaren. Verschil is dat zijn bevindingen meteen vanaf 1 januari controleerbaar zijn voor andere wetenschappers. Aan het archief zijn de afgelopen jaren ook documenten toegevoegd die bij de ontruiming van paleis Soestdijk, waar Juliana en Bernhard vanaf 1937 woonden, zijn aangetroffen.
‘Ik zal zeker een aanvraag voor onderzoek doen’, zegt auteur Dik van der Meulen. Van zijn hand verscheen vorig jaar Bernhards oorlog, een ‘uit de hand gelopen hoofdstuk’ van wat een complete biografie moet worden. Voor dat boek kon hij nog niet in het Koninklijk Huisarchief terecht. ‘Het wordt spannend. Misschien moet ik mijzelf straks herzien.’
Om het privilege van Fasseur (1938-2016) is indertijd, ondanks zijn onberispelijke staat van dienst, veel te doen geweest. Fasseur legde in het tweede deel van zijn biografie omstandig uit waarom Wilhelmina op 13 mei 1940 besloot Den Haag te verlaten, aanvankelijk in de verwachting naar Zeeuws-Vlaanderen te varen. Die route bleek al snel onbegaanbaar, waarop koers naar Engeland werd gezet.
Deze vlucht, die zonder overleg met ministers werd ondernomen, werd later van kanttekeningen voorzien door onder meer Meindert van der Kaaij, biograaf van toenmalig premier Dirk Jan de Geer. Wilhelmina zou zich van het kabinet hebben willen ontdoen. Fasseur deed dat af als ‘een boosaardige suggestie’.
Historicus Nanda van der Zee (1951-2014) stelde dat de aanwezigheid van Wilhelmina in Nederland de instelling van het Duits burgerlijk bestuur onder Reichskommissar Arthur Seyss-Inquart had kunnen voorkomen. Onder een militair bestuur zou het Joodse bevolkingsdeel beter af zijn geweest, meende zij. Fasseur noemde deze aanname op basis van zijn bronnen ‘naïef’.
Na zijn Wilhelmina-biografie kreeg Fasseur nog een tweede voorkeursbehandeling. Hij mocht exclusief het geheime rapport inzien dat in 1956 was opgesteld door een commissie onder leiding van minister Louis Beel over de perikelen in de hofhouding van Juliana en Bernhard. Er waren rond gebedsgenezeres Greet Hofmans twee kampen ontstaan, wat leidde tot een crisis tussen de echtelieden. Fasseur schreef er Het verhaal van een huwelijk (2008) over.
Eerder had historicus en Beel-biograaf Lambert Giebels (1935-2011) om dat rapport verzocht, maar hij kreeg nul op het rekest. Bij de presentatie van zijn boek De Greet Hofmans-affaire (2007) zei Giebels: ‘Wie het Koninklijk Huisarchief wil consulteren, grijpt in een watten deken. Je kunt er in principe terecht, zij het dat de een er meer welkom is dan de ander.’ Naast dit chagrijn had hij ook een principieel argument: hij vond dat het rapport-Beel een staatsstuk was. Het handelt immers, redeneerde hij, over de stabiliteit van de monarchie, de Nederlandse staatsvorm.
Tot haar spijt werd ook voor onderzoeker Jolande Withuis geen uitzondering gemaakt, toen zij aan haar ambitieuze biografie van koningin Juliana (verschenen in 2016) begon. ‘Een mooi besluit voor de wetenschap’, zegt Withuis nu over de openstelling. ‘Voor mijn boek heb ik indertijd evengoed veel gevonden, maar die oorlogscorrespondentie had ik natuurlijk graag zelf willen inzien.’
Volgens Maarschalkerweerd heerst ‘het bewustzijn binnen het Koninklijk Huis dat de familiearchieven een onmisbare informatiebron vormen voor de geschiedschrijving, ook al zouden aspecten daarvan soms als controversieel kunnen worden ervaren’, schrijft hij in zijn boek. Twee commissies doen in opdracht van koning Willem-Alexander inmiddels onderzoek naar mogelijke ‘roofkunst’ in de Koninklijke Verzamelingen en naar de eigen rol van het Huis Oranje-Nassau in het koloniale verleden en het postkoloniale heden.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden