Ecevit Alkan deelt mondkapjes uit. Nee, geen corona. Hij wil zijn bezoekers meenemen naar een van de – vele – plekken in Antakya waar het stof de lucht vervuilt. Het stof van gebouwen die worden afgebroken, het stof dat opwaait uit het puin waarin de stad in het zuiden van Turkije veranderde door de aardbeving van 6 februari. Wie graag asbest wil inademen, moet in Antakya zijn.
De advocaat loopt over Kemalpasa Caddesi. Een van de waardevolste plekken van de stad en eigenlijk van de hele provincie Hatay, zegt hij. Onder de grond moeten nog tal van archeologische schatten liggen uit de Romeinse tijd. Bóven de grond is weinig meer over van wat ooit bijzonder was. Antakya is kapot, helemaal kapot. Geen stad in Turkije is zo zwaar getroffen door de aardbeving als deze.
Een deel van de gebouwen is de afgelopen zeven maanden afgebroken. Wat daar resteert zijn vlaktes van puin, vermengd met gebruiksvoorwerpen die het oprapen niet waard zijn: een schoen, een steelpannetje, een onthoofde Barbiepop. Bij een veel groter deel van de stad moeten de slopers nog aan de slag. Een klein deel van de gebouwen kan worden hersteld, al is nog onduidelijk hoe klein. Dat hangt mede af van de inzet van mensen als Alkan.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei - Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.
Hij blijft staan bij een hoekpand en wijst. ‘Hierover voer ik een rechtszaak’. Het gebouw is flink beschadigd, de zijkant heeft voor de helft geen buitenmuur meer. Toch is er op de begane grond nog een supermarkt van A101. De andere verdiepingen werden gebruikt door Sinav Dershanesi, een Turkse keten van instituten voor examentraining.
Op een afgebrokkelde zijmuur staat in rode kapitalen HATAY4 IDMAH 2023/48-49. ‘Dat heb ik erop geschreven’, zegt Alkan. ‘Het is het nummer van de rechtszaak bij de rechtbank van Hatay. Zo weten de slopers dat ze ervan af moeten blijven.’
Overal in de provincie Hatay zijn dergelijke coderingen op gebouwen te zien. Er lopen honderden of misschien wel duizenden rechtszaken, aangespannen door eigenaren die vrezen dat hun pand voortijdig of onnodig zal worden gesloopt.
De Turkse regering heeft het onroerend goed in de getroffen gebieden onderverdeeld in vijf categorieën: niet beschadigd, licht beschadigd, middelmatig beschadigd, zwaar beschadigd en totaal vernield. Teams van de overheid hebben dat vastgesteld na een globale inspectie.
De juridische en bouwkundige status van de categorieën ‘licht’ en ‘zwaar’ is duidelijk: gebouwen in de eerste categorie kunnen worden opgeknapt, die uit de tweede moeten worden afgebroken (al is dat pas bij 40 procent van de panden in de ‘zware’ categorie gebeurd). Over de gebouwen in de middencategorie echter bestaat onduidelijkheid. Op zich moeten die ook worden afgebroken, maar dat kan worden aangevochten bij de rechter. Die kan een tweede, grondiger inspectie laten verrichten.
Veel eigenaren van gebouwen in de middencategorie zijn inmiddels naar de rechter gestapt. Omdat ze vinden dat hun onroerend goed nog te redden valt? Nee, in veel gevallen niet. ‘Het grootste probleem is de onzekerheid over de toekomst’, zegt Alkan. ‘Als het gebouw eenmaal is afgebroken, hebben ze geen poot meer om op te staan tegenover de staat. Die kan dan doen wat hij wil.’
Hij verwijst naar een Turks gezegde, Aglamayana meme vermezler, wat zoiets betekent als: Wie niet huilt, krijgt niets (het Turks bevat een verwijzing naar borstvoeding). Geldt dat ook voor zijn eigen cliënt? Of is het pand van Sinav Dershanesi nog te redden? ‘O nee!’, zegt de advocaat beslist, vanachter zijn mondkapje. ‘Ik raad iedereen af hier naar binnen te gaan, het is levensgevaarlijk. We hebben die zaak alleen aangespannen met het oog op de onderhandelingspositie van de eigenaar.’
Het onzekere lot van de ‘middelmatig’ beschadigde gebouwen is slechts een van de voorbeelden van de bestuurlijke janboel in de nasleep van de natuurramp. Onduidelijkheid en gebrek aan informatie zijn de trefwoorden in bijna elk gesprek met overlevenden. De meesten leven in tenten of containerdorpen, maar voor hoelang? Niemand die het weet. Kunnen ze vóór de winter naar tijdelijke prefabwoningen? Niemand die het weet. Wanneer komen er nieuwe huizen, en waar? Niemand die het weet. Hoeveel gaan die kosten? Niemand die het weet.
‘Je kunt je naam op een lijst laten zetten, maar vervolgens hoor je niets’, zegt Nevzat Çakmak (61), gepensioneerd gemeenteambtenaar. In het 6 Februari Solidariteitspark in het centrum van Samandag, een stad aan de kust, heeft hij een kraam met bouwmateriaal ingericht. In de weken na de aardbeving stond het park vol noodhulptenten, maar die zijn inmiddels weg of leeg. ‘Er is geen enkele voorlichting’, zegt Çakmak. ‘De staat doet aan informatievervuiling. Je bent in de oceaan gevallen en moet maar zien hoe je naar de kant zwemt.’
Toch dreunt hij een aantal cijfers en andere data op. Als Toki iets laat bouwen (dat is het staatsdirectoraat voor volkshuisvesting), betaal je de eerste twee jaar niets, daarna twintig jaar op afbetaling. Voor particuliere projecten is die termijn acht jaar. Ook betaalt de staat 500 duizend lira (17 duizend euro) per wooneenheid aan de projectontwikkelaar. De rest moet de eigenaar/bewoner ophoesten. En huurders moeten het allemaal zelf maar uitzoeken.
Hoe weet Çakmak dat allemaal, gezien het gebrek aan overheidsvoorlichting? En klopt het? ‘Je hoort zo nu en dan wat van anderen.’ En via de media? ‘Niet veel. Alles hangt af van de woorden die uit zijn mond komen.’
‘Zijn’, dat verwijst naar de man bij wie alle lijntjes in Turkije samenkomen, president Recep Tayyip Erdogan. Zijn wil is wet, maar van zijn woorden kun je niet altijd op aan. Een half jaar geleden sprak hij ferme taal over omvangrijke bouwprogramma’s die ‘binnen één jaar’ afgerond zouden zijn, maar dat was midden in de verkiezingscampagne. Inmiddels beseft iedereen dat de belofte kant noch wal raakte.
Het draagt allemaal hij aan het gevoel bij veel mensen in Hatay: de staat naait ons weer een oor aan. Net zoals er in het verleden werd weggekeken terwijl bevriende aannemers een loopje namen met de bouwvoorschriften, met het sinds 6 februari welbekende gevolg. ‘In Turkije zijn de staat zowel als sommige burgers oplichters’, zegt advocaat Alkan.
Grote onduidelijkheid bestaat ook over wie bij de overheid waarvoor verantwoordelijk is. Wie beslist in laatste instantie welke huizen waar en wanneer worden gebouwd en voor wie? Wie gaat de stad ontwerpen die in de plaats zal komen van het oude Antakya? Is dat, bijvoorbeeld, het bestuur van de provincie (officieel: metropoolregio) Hatay?
Op z’n minst wil dat een vinger in de pap hebben. De HBB, het bestuur van de metropool, heeft daartoe een planningbureau opgericht samen met de metropoolregio Istanbul, die een zusterband heeft met Hatay. Over een klein half jaar moet het bureau een Strategisch Planning Document (SPD) af hebben. ‘Dat wordt én een verzameling data én een masterplan voor de stad van de toekomst’, zegt stadsplanner Elif Güngör.
Uit haar toelichting blijkt echter dat het zwaartepunt bij het eerste ligt, de bouwkundige, demografische en infrastructurele data. Die moeten ervoor zorgen dat de wederopbouw zorgvuldig en goed doordacht gebeurt. De regering in Ankara, zegt Güngör, heeft de neiging snel succesjes te willen boeken. De term ‘holistisch’ valt, met alles moet rekening worden gehouden: erfgoed, transport, de lokale economie, sociale verbanden. Wie dan uiteindelijk de besluiten neemt? Daar draait ze niet omheen: ‘De regering.’
En daarin schuilt een complicatie, want de twee bestuurslagen zijn politiek tegengesteld van kleur. Landelijk regeert de AK-partij van president Erdogan. Die heeft grote invloed op de wederopbouw via de betrokken ministeries, zoals dat van Stadsplanning en Milieu, en via de machtige gouverneur van Hatay. Die wordt door Ankara benoemd en is dus van de AK-partij. Maar de metropoolregio wordt bestuurd door oppositiepartij CHP.
Als coördinator voor Hatay heeft de regering de bekende architect Bünyamin Derman aangewezen. Ongetwijfeld is hij de spil in de wederopbouw van de provincie, al loopt de samenwerking met de andere betrokkenen niet echt soepel. ‘Derman is net als wij bezig met een masterplan, maar wat dat behelst weten we niet. Coördinator? Er is geen coördinatie’, zegt Akif Burak Atlar, een collega van stadsplanner Güngör.
Intussen heeft zich, naast de regering en het provinciebestuur, een derde speler aangediend: het maatschappelijk middenveld. Ruim 140 burgercomités en vakorganisaties hebben zich verzameld in de koepel ‘Hatay zal er weer bovenop komen’ (HAK). Ook die werkt aan een plan.
Busondernemer Ayhan Kara (53), voorzitter van de club, kan zelfs al een heuse artist’s impression laten zien van het historische centrum van Antakya. Veel groen, want het gebied is grotendeels ongeschikt verklaard voor bewoning; te aardschokgevoelig. Het stadshart moet verplaatst worden naar de westrand van Antakya.
Dat proces is nu al aan de gang, spontaan. Langs de D187, een westelijke ringweg, is een lintvormig winkelgebied ontstaan. In containers en andere noodbehuizing langs de weg zijn middenstanders neergestreken. Kappers, kruideniers, bankkantoren, speelgoedzaken, een winkel met parkieten en zangvogels zelfs. Een paar horecapleintjes zijn er ook al – het is hier Turkije, tenslotte.
Ook Kara en de zijnen hebben moeite met de door de regering aangewezen architect Derman. ‘We hebben hem ontmoet’, zegt Kara. ‘Hij begon ons van alles uit te leggen over Hatay. Alsof we dat zelf niet weten, hij komt hier niet eens vandaan. Ik vroeg: ‘Waarom ben jij hier benoemd? Was er een openbare aanbesteding?’ Nee natuurlijk. Hij weigerde te antwoorden en beëindigde de bijeenkomst.’
HAK werd vervolgens niet meer uitgenodigd voor overleg, volgens Kara, ‘omdat we zogenaamd overal tegen waren’. Kort geleden heeft hij toch maar weer contact opgenomen met Derman. De architect toonde zich nu inschikkelijk. ‘Hij weet dat hij met ons, de bevolking, zal moeten werken.’ Ook met de gouverneur is het contact niet slecht.
Maar waar in zijn plaatje is de HBB, het metropoolbestuur? ‘De burgemeester is een clown’, zegt Kara. ‘Hij heeft niets in te brengen.’
Een video, meer niet
De eerste concrete stappen voor de wederopbouw van Hatay zijn gezet door de centrale regering. Op de website van Toki, de dienst volkshuisvesting, zijn al plannen te zien voor negen bouwlocaties, met een filmpje van een fraai gemeubileerde modelflat.
Vooralsnog moeten de honderdduizenden daklozen van de provincie het doen met die video. Op 2 september werd de eerste paal geslagen van een project voor 3.500 woningen van Toki in Antakya. Het was een ceremonie met veel fanfare, in een tent die was ingericht als een soort televisiestudio. De minister van Stadsplanning was er, president Erdogan deed per videoverbinding mee. Tv-zenders deden verslag van de belangwekkende vorderingen in de wederopbouw. Sindsdien ligt het werk stil. Bouwmachines zijn ter plekke nergens te bekennen.
Of die 3.500 woningen te rijmen zullen zijn met het Strategisch Planning Document van het lokale bestuur, dat is ook nog maar de vraag. Trouwens, misschien wordt dat hele SPD straks wel door het ministerie in de onderste la gelegd.
Dat hangt ook af van de lokale verkiezingen in maart volgend jaar. Wint de AKP in Hatay, dan worden regering en provincie weer twee handen op één buik. Op cynische toon citeert stadsplanner Atlar een spreuk van John Lennon: ‘Leven is wat gebeurt terwijl je bezig bent plannen te maken.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden