De eminente wielerschrijver in ruste Herman Chevrolet verklaarde ooit dat wielrennen geen sport was, maar een literair genre. Daar viel iets voor te zeggen, al is het binnen de literatuur wel een heel aparte tak. Het verschil met de dichters en schrijvers uit het gangbare literaire wereldje is, dat wielrenners zelf zelden schrijven – een enkele uitzondering daargelaten – maar dat zij met hun halsbrekende toeren, dramatische nederlagen, gewelddadige valpartijen en tot mislukken gedoemde plannetjes de poëten en prozaïsten van schitterend materiaal voorzien. Fascinerend materiaal, waarbij de onderwerpen van veel bleekneusjes uit de boekenwereld armzalig afsteken.
En nu heeft wielrennen na de ontwikkeling van sport naar literatuur een volgende stap gezet: het is naast sport en literair genre nu ook een groeiende tak in de rijke wereld van de documentaire. Wielerdocumentaires zijn er altijd al geweest – met A Sunday in Hell van de Deense cineast en wielerfanaat Jørgen Leth uit 1976 als sublieme vroege voorloper van al het prachtigs dat erop volgde. Maar nu begint het erop te lijken dat het wielrennen – en de rijke wereld eromheen – louter wordt beoefend om er de ene na de andere schitterende documentaire over te maken.
Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Er bestaat geen andere sport waarin je het kleine (de zweetdruppels op de bovenlip van Jonas Vingegaard) zo beeldend kunt combineren met het grote (helicopterbeelden van een groepje klimmers op de flanken van de Mont Ventoux met de wind tegen). Nergens beter dan in het wielrennen kom je zo dicht bij de lijdende mens, de spelingen van het noodlot, de hardheid van het bestaan, de wanhoop en de hoop, de immense teleurstelling en de dolle vreugde. De emotionele scènes uit de ploegleiderswagens behoren inmiddels al tot de cliché’s van het wielerdocu-genre, dat zich in razend tempo ontwikkelt tot een serieuze kunstvorm.
Netflix komt binnenkort met het vierde seizoen van El Día Menos Pensado, over de Spaanse Movistarploeg. In die docuserie vraag je je op een gegeven moment af of ze er zo’n hilarische puinhoop van maken om tot een spannende docu te komen. Tour de France: Unchained (ook Netflix) gaf een prachtige blik achter de schermen van de Tour – ik vond de Franse renner Thibaut Pinot altijd een watje, tot Unchained me duidelijk maakte dat hij een romantische held is met een geitenkudde.
Het succes van de Netflix-documentaires schudde streamer Amazon Prime wakker. Die kwam met een meeslepende documentaire over Soudal Quick-Step, Wolfpack. En met All-Inn, over de opmars van Team Jumbo-Visma en de machtsgreep van Vingegaard in de Tour van 2022 – een documentaire over Jumbo’s glorieuze Tour van 2023 is in de maak. Netflix sloeg terug met Never Enough, een kijkje in de getormenteerde ziel van topsprinter Mark Cavendish. Eerder al had Marina Zenovich voor Disney de vier uur durende documentaire Lance gemaakt, die van de schurk weer een beetje een mens maakte.
Ik sta er daarom niet van te kijken dat Jumbo-Visma volgend seizoen vermoedelijk Visma-Amazon zal gaan heten. Niet dat de ploeg van Richard Plugge in 2024 een rijdend docu-drama wordt waarvan het ideale scenario wordt geschreven door de documentairemakers. Maar met de integratie van renners en filmers maakt het wielerdocudrama een nieuwe stap voorwaarts, dat is duidelijk.
Source: Volkskrant