Home

De door de PKK opgeëiste aanslag in Ankara is een teken van zwakte, niet van kracht

Een kat in het nauw maakt rare sprongen. De door de PKK opgeëiste zelfmoordaanslag zondag in Ankara is geen teken van kracht, maar van zwakte. De gewapende Koerdische beweging is militair gezien gedecimeerd en gooit het nu kennelijk over een andere boeg: de oorlog naar de grote steden in West-Turkije brengen, bij de machthebbers op de stoep.

Dat laatste letterlijk. De aanslag, waarbij een van de twee daders zichzelf opblies, vond plaats bij de ingang van het ministerie van Binnenlandse Zaken, op korte afstand van het Turkse parlement, een paar uur voordat het parlement na het zomerreces weer bijeen zou komen. President Recep Tayyip Erdogan zou een toespraak houden (die uiteindelijk doorging).

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei - Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.

De bomaanslag was bedoeld als boodschap aan de politiek. ‘Deze actie was expliciet gepland voor de opening van het parlement’, aldus een verklaring van de PKK, gepubliceerd op de Koerdische nieuwssite ANF. De operatie van de ‘Brigade van Onsterfelijken’ werd ‘volgens plan’ uitgevoerd. ‘Onze kameraden waren succesvol en bereikten hun doel.’

Na de verkiezingen in Turkije van afgelopen mei, die door Erdogans AK-partij werden gewonnen, had de PKK al een nieuwe fase in de strijd aangekondigd. Die zou in hevigheid toenemen en deels worden verplaatst naar de steden. PKK-bestuurder Duran Kalkan kondigde in juni in een door ANF gepubliceerd interview vol krijgshaftige taal aan dat de strijd ‘radicaler’ zou worden.

‘De genocidale, fascistische regering zal er alles aan doen om de Koerden te verpletteren. Wij moeten hierop reageren. De guerrillastrijders moeten nieuwe manieren van strijd tegen nieuwe doelen ontwikkelen, op grotere schaal, in bredere gebieden, en daarmee verder gaan dan voorheen.’

In de PKK-verklaring van zondag wordt gesuggereerd dat de ‘grootse en historische actie’ veel bloediger had kunnen zijn, als de organisatoren dat hadden gewild. ‘Een dergelijk besluit werd echter bewust niet genomen en het hoofddoel – de betrokken instanties serieus waarschuwen – bleef gehandhaafd.’

Het is lang geleden dat de PKK een dergelijke opzienbarende aanslag pleegde in een van de grote steden in West-Turkije. Doorgaans zijn politie- en legerposten en ambtenaren in het Koerdische zuidoosten van het land het doelwit. Ongerichte aanslagen tegen burgers zijn niet het handelsmerk van de organisatie, die in Europa en de VS op de terrorismelijst staat.

In de Turkse hoofdstad had al zeven jaar geen aanslag meer plaatsgevonden. In november vorig jaar ontplofte een bom in de drukste winkelstraat van Istanbul, de grootste stad van Turkije. Daarbij kwamen zes passanten om het leven. De actie werd door de regering aan ‘Koerdische terroristen’ toegeschreven. De schaarse bewijzen wezen echter in radicaal-islamitische richting.

Turkije had vooral in 2015 en 2016 te maken met aanslagen. Een deel daarvan werd gepleegd door IS. Ook het extreem-linkse Volksbevrijdingsleger en de Koerdistan Vrijheidshaviken (TAK), een extremistische afsplitsing van de PKK, tekenden voor aanslagen waarbij burgers omkwamen. Mogelijk gedoogt de PKK-leiding acties van de TAK waar ze zelf haar vingers niet aan wil branden.

Als strijdorganisatie is de PKK in Turkije zo goed als uitgeschakeld. Het gebruik van drones en andere technologie door het Turkse leger maakt het voor de guerrillero’s lastig nog langer te opereren in de bergen in het zuidoosten. Ook de steun onder de Koerdische bevolking voor de gewapende strijd is geringer dan ooit.

De PKK-kaders hebben zich teruggetrokken in het Qandil-gebergte in Noord-Irak. Ook daar worden ze geregeld bestookt door de Turkse luchtmacht. Maandag gebeurde dat opnieuw, als vergelding voor de aanslag in Ankara. Volgens het leger werden twintig schuilplaatsen en wapendepots aangevallen.

Veel van de tijd en energie van de beweging wordt tegenwoordig gestoken in steun aan de Koerdische YPG-militie in Noord-Syrië, een zusterorganisatie dan wel onderafdeling van de PKK. Ook op de YPG is Ankara bijzonder gebeten.

Als rechtvaardiging van de gewapende strijd heeft de PKK het mantra ‘We moeten onszelf verdedigen’. Het probleem is echter dat daarmee nog nooit één Koerdisch mensenleven is gered, integendeel, en dat het de verwezenlijking van de rechten van de Koerden nooit één stap dichterbij heeft gebracht. Integendeel.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next