‘Misschien ziet niet iedereen in de wereld het zo, maar voor ons, Europeanen, is dit een existentiële bedreiging.’ Dat zei hoge vertegenwoordiger van de EU Josep Borrell maandag in Kyiv bij de eerste informele bijeenkomst van EU-buitenlandministers die buiten EU-grondgebied werd gehouden, ‘maar wel binnen de toekomstige grenzen van de EU’.
Grote Europese landen die volop steun aan Oekraïne geven, onderstreepten in Kyiv dat ze vastbesloten zijn hierin te volharden. De Duitse buitenlandminister Annalena Baerbock benadrukte dat Oekraïne de komende winter opnieuw hulp nodig heeft om de aanvallen op zijn infrastructuur te weerstaan: ‘luchtverdediging, generatoren, en meer energiehulp’.
Haar Franse collega Catherine Colonna noemde de komst van EU-ministers een ‘uitzonderlijke diplomatieke geste’ en een boodschap aan Rusland, ‘dat niet moet rekenen op onze oorlogsmoeheid’. Ook Nederland is vastbesloten, zei minister Hanke Bruins Slot, om Oekraïne ‘koste wat het kost’ te blijven steunen ‘zo lang als nodig is’.
De bijeenkomst in Kyiv moest een krachtig signaal van steun afgeven, maar ontwikkelingen in Amerika en Slowakije voorzien de steunverklaringen van vraagtekens. Het politieke rumoer in de Verenigde Staten draait niet in de eerste plaats om steun aan Oekraïne, maar toont bovenal hoe een minderheid van extremistische Republikeinse politici in het Huis van Afgevaardigden de hele Amerikaanse politiek kan verlammen – zeker wanneer het gaat om de begroting.
En daar is nieuwe militaire steun aan Oekraïne wel degelijk (tijdelijk) slachtoffer van geworden – ondanks de forse meerderheden die ervoor bestaan in zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigen. Nu een ‘shutdown’, het sluiten van de overheid, 45 dagen is voorkomen, zegt president Biden dat hij met de Republikeinse voorzitter van het Huis, Kevin McCarthy heeft afgesproken dat de steun voor Oekraïne alsnog snel wordt geregeld. Maar McCarthy reageert afhoudend, en moet een poging hem af te zetten eerst maar zien te overleven.
Onzekerheid troef dus, al zeggen de Republikeinen in de Senaat dat het goed komt. Het is een structureel probleem geworden in wat oud-minister van Defensie Robert Gates in Foreign Affairs de ‘disfunctionele supermacht’ noemt. ‘Precies nu internationale ontwikkelingen om een sterk, coherent antwoord vragen, kan het land die niet geven.’
Dat de Amerikaanse steun aan Oekraïne nu al in zwaar weer terecht is gekomen, meer dan een jaar voor de presidentsverkiezingen, is een schok voor Europese politici. Maar, zei Charles Michel, voorzitter van de Europese Raad, vorige week, ‘wij staan in Europa voor dezelfde uitdagingen. We moeten ervoor zorgen dat we gesteund worden door onze publieke opinie en onze burgers.’ Zijn observatie werd maandag in Kyiv bevestigd: behalve de Hongaarse was ook de Poolse minister afwezig.
Zelfs in Polen, een van Kyivs trouwste bondgenoten, leidden verkiezingskoorts en ruzie over Oekraïens graan onlangs tot giftige politieke uitspraken, ook over de wapensteun. Dat nu in Slowakije Robert Fico opnieuw verkozen werd, is een dubbele overwinning voor Moskou: niet alleen is hij tegen verdere wapensteun aan Oekraïne, maar het land met zijn zwakke instellingen is zeer kwetsbaar gebleken voor Russische desinformatie. Als meer dan de helft van de bevolking gelooft in samenzweringstheorieën, is de democratie in crisis.
Vladimir Poetin, president van Rusland, rekent op de wispelturigheid van westerse kiezers en politici om van zijn mislukte en zeer bloedige militaire ‘avontuur’ toch nog een succes te maken. De vraag of hij gelijk krijgt, zal behalve in Amerika vooral in Europa beantwoord worden. Tot nu toe heeft Poetin zich lelijk vergist in zijn vertrouwen op de wankelmoedigheid en politieke verlamming van Europese landen. Verreweg de meeste van hen, inclusief de grootste, zijn opgestaan tegen Poetins agressie en hebben grote eensgezindheid getoond – gesteund door een even vastberaden publieke opinie.
Tegen deze achtergrond moeten ook de jongste ontwikkelingen worden beoordeeld. Ja, democratieën kunnen hun koers verleggen, en politici kunnen verkiezingen verliezen. En opportunisme kan, zeker in verkiezingstijd, de kop opsteken. Maar politiek is Europa nog altijd meer verenigd dan het lang was – en dat is inclusief de zes grootste landen (in en buiten de EU). Zowel in Duitsland als in Frankrijk heeft Poetins agressie geleid tot fundamentele herziening van het buitenlands beleid.
Met alles wat er inmiddels ook voor de Europese landen op het spel staat in Oekraïne, lijkt die politieke eensgezindheid niet direct in gevaar. Veel acuter zijn de praktische problemen die op de Europese landen afkomen als zij echt blijvend het voortouw moeten nemen. Gekeken naar de omvang van de hulp doen ze dat al. Maar als de economische tegenwind toeneemt, en er tegelijk meer solidariteit met Oekraïne wordt gevraagd – zal deze dan standhouden?
Het antwoord lijkt vooralsnog positief, met landen die bezig zijn langdurige steunpakketten met Oekraïne te onderhandelen. De EU besluit binnenkort waarschijnlijk voor meerjarige financiële steun aan Kyiv van 53 miljard euro. Of een EU-pakket van 21 miljard euro wapensteun voor vier jaar het haalt is echter onzeker.
Een ander probleem is dat Europese landen simpelweg niet over de militaire voorraden beschikken waar de VS uit putten, noch over dezelfde industriële kracht. De productie van munitie wordt opgeschroefd, maar het duurt lang voordat dat merkbaar is op het slagveld. Een groot Europees initiatief om Oekraïne langduriger te bewapenen, is er (nog) niet.
Leiderschap is ook maar beperkt voorradig in Europa. Daarom is de rol die president Biden tot dusver in deze oorlog speelt van cruciaal belang, ook voor de eenheid van de Europeanen. Als deze wegvalt, bijvoorbeeld met een terugkerende Trump, kunnen Europeanen het dan alleen af? Of zinkt politici hier bij dat vooruitzicht alleen al de moed in de schoenen en weerklinkt de retoriek van Amerikaanse tegenstanders spoedig hier ook luider?
Poetins oorlog tegen Oekraïne plaatst heel Europa voor grote uitdagingen. De uitkomst zal diepe sporen achterlaten op het continent. Is ‘Europa’ er klaar voor? Interessant vraag, maar dit is geen theorie- maar een praktijkexamen, dus de gebruikelijke tijd voor filosoferen is er niet. Tot dusver lijken Europeanen dat te beseffen. Maar naarmate de tijd vordert, wordt de uitdaging groter – kunnen landen dan bijschakelen?
‘Europeanen weten dat Trumps herverkiezing een ramp zal zijn, maar die is bijna te groot voor Europeanen om nu te begrijpen’, stelt de Amerikaanse hoogleraar strategische studies Phillips P. OBrien. Toch lijkt nu de tijd gekomen om deze mogelijkheid serieus onder ogen te zien.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden