Het is weinigen ontgaan: het wordt een hele, hele lange campagneherfst. Na de Algemene Politieke Beschouwingen viel het kluitjesvoetbal op rondom het begrip ‘bestaanszekerheid’. Maar ik denk dat we ons eerder mogen verwonderen over de drukte rondom ‘het midden’. Want met het politieke midden lijkt het net zoals met Jezus, de hoop op terugkeer voedt het geloof. Zo ontwaarde de Volkskrant recentelijk een ware terugkeer van het midden en concludeerde De Groene Amsterdammer dat nu ‘meer dan twee derde van de virtuele zetels zich in het midden bevindt’.
Over de auteur
Mark van Ostaijen is als bestuurssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Managing Director van het Leiden-Delft-Erasmus Centre Governance of Migration and Diversity.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Met andere woorden, het midden lijkt terug van weggeweest. Lijkt, want in 2012 wilde het CDA ook al terug naar ‘het radicale midden’ en positioneerde Pechtold (D66) zich in het ‘progressieve radicale midden’. Na die verkiezingen in 2012, waar de VVD en PvdA tot elkaar werden veroordeeld, kopte de Volkskrant op de voorpagina ‘Het midden is terug’. Ook nu stelt CDA-fractievoorzitter Henri Bontenbal dat hij staat ‘voor een politiek vanuit het midden. Midden in de samenleving. Midden tussen de mensen’. Daarnaast stelde Rob Jetten (D66) dat ‘hij vanuit het midden tegenstellingen gaat overbruggen’, hield Frans Timmermans een pleidooi ‘voor het brede politieke midden’ en zelfs Caroline van der Plas heeft een voorkeur voor een coalitie ’rechts van het midden’.
Dat lijken tamelijk onschuldige typeringen, maar wie of wat ‘het midden’ is, is een hoogst politieke claim. Als het midden íéts is, is het een metafoor. En binnen een sociale of politieke orde geen natuurlijk gegeven of vaststaand punt. Het is eerder een normatieve constructie, een bewuste strategische claim, zoals de Schots-Amerikaanse politiek-econoom Mark Blyth stelt: ‘het midden is een betwistbaar begrip en politici kunnen dat midden in hun voordeel verschuiven’.
Zo refereren politici graag aan het midden of positioneren zichzelf graag als middenpartij. Het midden veinst namelijk stabiliteit, centraliteit en redelijkheid. Politieke partijen claimen dolgraag het midden om zich te kunnen presenteren als het ‘redelijke alternatief’ (D66), een partij waarin men ‘samenwerkt met elkaar en niet tegen elkaar’ (PvdA/GroenLinks). Een middenpartij ‘overbrugt tegenstellingen’ en is tegen de ‘schreeuwers’ (VVD). Bovendien weten politici: niemand is tegen een midden. Al helemaal niet in Nederland. Hier is het midden een belangrijk referentiepunt dat beantwoordt aan de typisch Nederlandse wens naar compromis, harmonie en verbinding.
Nu is die fixatie op het midden niet specifiek Nederlands maar lijkt voort te komen uit een aristotelische behoefte om de wereld op haast essentialistische wijze te ordenen. En dus fungeert het midden ook in de politiek als belangrijk construct. Zo repte de Britse Tony Blair destijds al over de noodzaak ‘to move Labour to the radical centre’, voerden in de late jaren negentig de Duitse sociaaldemocraten al campagne met de slogan Die neue Mitte, terwijl later ook de christendemocraten claimde Die Mitte te zijn. Of zoals Merkel opmerkte: ‘Hier in der Mitte sind wir – und nur wir’.
Met andere woorden, een claim op het midden is een politiek-ideologische claim. En die claim blijft niet zonder gevolgen. Want een midden kan namelijk alleen bestaan bij de gratie van flanken. Zodoende duwt een geloofwaardige claim op het midden anderen naar de politieke rafelranden. En dat gaat zich in de aankomende maanden aftekenen.
We kunnen er de klok op gelijk zetten dat er gesproken gaat worden over een partij die ‘polariseert’, over ‘moddergooien’, ‘schreeuwers’ of ‘ophitserij’. De ‘toon’ van het debat of de ‘verruwing’ wordt gehekeld of een uitspraak wordt als ‘populistisch’ afgedaan. Niet vreemd opkijken als dat soort diskwalificaties komen vanuit zelfbenoemde ‘middenpartijen’. Vanuit een middenpositie is het namelijk makkelijk om anderen te ridiculiseren. En daarom is het nu zo dringen in dat midden.
Maar in een democratie is een claim op het midden dus geen onschuldige claim. Het is een politieke machtsclaim die beslag legt op de manoeuvreerruimte van concurrerende partijen. Het is een claim op de norm en de afwijking. Op datgene wat er redelijkerwijs gezegd mag worden, door wie, en wat daarbuiten valt.
Dat politici dat midden claimen, is niet verwonderlijk. Dat journalisten of politicologen onkritisch meegaan in die metafoor wel. Want een claim op het midden is vaak een middel voor iets anders. Daarin meegaan blijft niet zonder gevolgen. Want wie het politieke midden opeist heeft altijd wat uit te leggen. Het wordt een lange en hete herfst.
Source: Volkskrant