‘Als je me vraagt naar het indrukwekkendste incident in mijn carrière, weet ik het meteen. Ik noem geen plaatsnaam, geen datum en geen toedracht, omdat het voor de familie nog steeds gevoelig ligt. Ik vertel je alleen dat mijn collega en ik op een avond met spoed naar een schietpartij reden. De dader was gevlucht, daar zaten collega’s achteraan. Wij gingen met getrokken wapens de bovenwoning binnen en zagen in de gang twee slachtoffers liggen, een man en een vrouw. Ze waren allebei doodgeschoten.
‘Vanuit de gang keek ik door een openstaande deur in de woonkamer. Daar lag nog een vrouw, ook dood. Ze was met een zwaar kaliber vuurwapen door haar hoofd geschoten, dus dan heb je een idee hoe bloedig en beschadigd dat eruitziet. Naast haar hoofd zaten twee jongetjes, ik schatte ze 7 en 4 jaar, want ik had zelf twee zoontjes in die leeftijd. Die jochies zaten daar op hun knietjes met zo’n huis-tuin-en-keukenverbanddoos, ze waren met pleisters en verbandrolletjes het hoofd van die vrouw aan het verbinden. Een van hen probeerde tevergeefs met zo’n waardeloos schaartje een verbandje van het rolletje los te knippen. Hartverscheurend.
‘Ik dacht: die twee moeten hier zo snel mogelijk weg. Ik zei tegen de oudste: ‘Kom maar, zo meteen komen mensen van de ambulance, wij gaan even naar boven. Waar is jouw kamer?’ Ik liep met hem aan mijn hand naar boven, mijn collega kwam achter ons aan met die jongste op zijn arm.
‘We zetten ze op bed en ik vroeg, om ze af te leiden: ‘Hoe heet je? Hoe oud ben je? Zijn jullie broertjes?’ Dat waren ze. Ze vertelden dat ze mama zaten te verbinden. De lichamen in de gang bleken later hun vader en hun tante te zijn.
‘Ik dacht: hoe krijgen we die jochies uit het huis zonder dat ze die lijken in de gang zien? Ik haalde dekens van dat bed en deed die over hun hoofd. Zo hebben we ze naar buiten getild en in onze dienstwagen gezet. Alle kinderen vinden een politieauto spannend, dus ook dat leidde af. Onderweg naar het bureau vroeg ik of ze vriendjes hadden, wat hun hobby’s waren, of ze op sport zaten. Gewoon prietpraat. De oudste zat op voetbal, ze waren allebei gek op lego.
‘In afwachting van de collega’s van Jeugd en Zeden zette ik ze in mijn kamer in een bank. Ik gaf ze chocolademelk en legde een dekentje over hen heen, want het was ondertussen al diep in de nacht. Ze dommelden in slaap. Af en toe werd die oudste wakker en vroeg: ‘Mijn vader en moeder zijn dood, hè?’ Of: ‘Zijn ze echt helemaal dood?’ Ja, bevestigde ik, zo rustig als ik kon – ‘Ze zijn echt helemaal dood.’ Een derde keer vroeg hij: ‘Ik moet morgen voetballen, maar ik mag de grote weg niet alleen over. Wie helpt mij dan met oversteken?’
‘‘Dat zien we morgen wel’, antwoordde ik kalm, maar die opmerking kwam hard bij me binnen. Ik had zelf thuis twee hummeltjes. Zelfde grootte, zelfde leeftijd, zelfde huidskleur, je snapt hoe zulke kinderen denken. Hoe steek ik morgen de weg over? Té erg. Na die vraag moest ik even de gang op, diep ademhalen, een glaasje water drinken.
‘Zo’n twee uur later kwamen twee vrouwen van Jeugd en Zeden die uit bed waren gebeld. Zij waren ook geschokt door het verhaal. Ik was blij dat ik die ventjes kon overdragen. Zij hebben een aparte ruimte in het bureau voor de opvang van vrouwen en kinderen.
‘Toen ik ’s nachts thuiskwam, ging ik als eerste naar de kamer van mijn slapende zoontjes. Ik ben daar helemaal leeggelopen.
‘De volgende ochtend kocht ik om negen uur in het winkelcentrum twee grote dozen lego, die ik naar het bureau bracht. Collega’s die de jochies in een studio moesten verhoren, hadden allemaal van die dikke, rode huilogen. Ze vroegen of ik door de spiegelwand wilde meekijken met het verhoor, maar dat wilde ik niet. Ik heb mijn ding gedaan, alles op papier gezet, ik wilde er niks meer over weten.
‘Doorgaans kan ik vrij makkelijk dingen van me afzetten. Moorden, suïcides, ernstige crises, ik sliep altijd goed. Ik kroop eens in een auto waarin iemand beklemd zat, ik heb lang met hem gesproken, gevraagd: ‘Kan ik nog iets voor je doen, iets tegen iemand zeggen?’ Ik zag het leven uit hem wegtrekken, zag hem sterven. Die dingen gebeuren in ons werk.
‘Maar van dit incident herinner ik me nog alles. Door die parallellen met je eigen zoons laat je het moeilijk los. Je ziet je kinderen opgroeien, je voedt ze op, je brengt ze naar school, naar de sport, je ziet ze puberen, ze worden groot. En bij elke levensfase denk je: hoe zou het met die andere jochies gaan?’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden