N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
‘Poetry makes nothing happen’ schreef W.H. Auden. Juist hem citeert Babs Gons, – met andere regels – na een pleidooi voor het vermogen van poëzie om juist wél iets te veroorzaken. De nieuwe Dichter des Vaderlands haast zich erbij te zeggen, zoals iedereen altijd braaf doet, dat poëzie natuurlijk niets moet, maar ze vindt het duidelijk wel veel prettiger als een gedicht wel degelijk troost, aan het denken zet, verwart of loutert. Zelfs suggereert ze dat mensen hun handelen zouden kunnen aanpassen na het lezen van een gedicht.
Wat is ‘to make happen’ eigenlijk, wanneer gebeurt er iets? Is troost of houvast of iets nog onbenoembaarders, een glimp van een mogelijkheid, een niet na te vertellen inzicht, ‘niets’? Dat zou ik niet zeggen. Auden denk ik ook niet. Gons zelf had, op een al evenmin helemaal uit te leggen manier, steun aan regels van Auden: How should we like it were stars to burn/ With a passion for us we could not return?/ If equal affection cannot be,/ Let the more loving one be me.
Een dichter als Gerrit Kouwenaar heeft misschien, ondanks zijn vaak zeer sterke gedichten, veel mensen juist afgeschrikt. Zijn gedichten werden en worden zeer hoog aangeslagen, maar ze zijn niet bepaald gemakkelijk verstaanbaar en hun maker zei er ook nog vaak bij dat de opvatting dat er ‘troost’ uit zou gaan van poëzie hem echt tegenstond.
Nu is een gedicht inderdaad geen zakdoek en troost is een lastig begrip, maar formuleringen, ook die van Kouwenaar, geven wel degelijk houvast en dat is een vorm van troost.
Er was ook Ilja Leonard Pfeijffer die veel misbaar maakte over alles wat hij ‘geen poëzie’ noemde: makkelijke poëzie, waarmee hij bedoelde ‘verstaanbare’ poëzie, was geen poëzie, evenmin als verstilde poëzie en ook ‘puistig provoceren op een popi podium is geen poëzie’. Moeilijk moest de poëzie zijn, onbegrijpelijk liefst, zelfs ‘gevaarlijk’ en ‘verontrustend’.
Ik heb die eis altijd een tikje belachelijk gevonden: moest ik me echt voorstellen dat Pfeijffer verontrust de slaap niet kon vatten na het lezen van een ‘gevaarlijk’ gedicht?
Poëzie is natuurlijk altijd op een of andere manier bedoeld als communicatie, anders kon de dichter de woorden wel voor zich houden. Het is niet erg als de communicatie lastig gaat, integendeel, meerduidigheid is rijkdom. Het is soms enorm bevredigend en zelfs verhelderend als de wereld door woorden bemoeilijkt wordt en je in een domein terechtkomt waar er niets anders meer is dan woorden die de wereld lichtelijk hebben veranderd zonder dat je, anders dan met precies die woorden, kunt zeggen hoe dan.
Maar misschien bedoelde Pfeijffer dat wel met ‘verontrustend’.
Hij bedoelde zeker niet de poëzie van Babs Gons, en ook Kouwenaar zou daar, mogen we rustig aannemen, niets van moeten hebben. Dat soort poëzie, spoken word, is ook niet het soort poëzie waar ik, als een lezer meer dan een luisteraar, naar zoek. Het is poëzie die in voordracht direct begrepen wil worden, en dat ook wordt, een soort poëzie die niet bemoeilijkt maar benoemt, die de communicatie juist direct mogelijk maakt. Maar wél op een andere manier dan een stukje proza. Voorgedragen poëzie heeft een zeer lange traditie. Ik houd ook van Homerus, en als iemand die voordraagt ga ik graag luisteren. Poëzie heeft allerlei verschijningsvormen en dat is maar goed ook. Misschien brengt ze niets tot stand, zoals Auden beweerde. Maar een goed gedicht laat altijd íéts gebeuren. Daarin volg ik Gons geheel.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC