Home

Lin Woldendorp fotografeert het ziekteproces van haar moeder – een proces dat haarzelf mogelijk ook te wachten staat

Stel: je bent fotograaf en je moeder krijgt kanker, voor de vierde keer. Voor de vierde keer zie je haar angst en haar pijn, haar verdriet en haar veerkracht, haar zorgen om zichzelf, maar vooral om jou – ze heeft jou immers het gen doorgegeven van het Lynch-syndroom, de oorzaak van haar kanker en wellicht ook ooit die van jou. En dan is ‘wellicht’ nog zacht uitgedrukt: vrouwen met het gen hebben, afhankelijk van het gen en het type mutatie, 15 tot 55 procent kans op baarmoederkanker en 25 tot 70 procent op darmkanker. Doorgaans op jonge leeftijd, nog voor hun 50ste levensjaar.

Dan is er dus een hoop aan de hand in je leven; niet alleen is je moeder ziek, maar je hebt zelf ook nogal iets om mee te dealen. En hoe deal je met dingen, als fotograaf? Door te fotograferen, logisch, want het is je uitingsvorm, je houvast, je hoogstpersoonlijke manier ook om ‘heftige dingen draaglijker te maken’, zoals Lin Woldendorp (28) het verwoordt. En moeder Liesbeth (63) laat zich geduldig tot object bombarderen – alles om met elkaar in verbinding te blijven in dit lange, lastige, liefdevolle proces.

Bij Liesbeth thuis in Arnhem zitten ze samen aan tafel, moeder en dochter, bekers koffie staan tussen de foto’s die liggen uitgespreid. Op een stoel staat een plastic tas vol doosjes van de ziekenhuisapotheek; dat Liesbeth haar immunotherapie heeft kunnen beëindigen, betekent niet dat ze van alle medicijnen af is. Werken gaat niet meer. In 2022 stopte ze met de praktijk die ze voerde als haptotherapeut – op een van de foto’s staat een lege massagetafel op de dag van het afscheid in het gezondheidscentrum waar ze werkte. Liesbeth: ‘Met alle collega’s hadden we een Italiaanse lunch aan een lange tafel, dat was mijn cadeau. Iemand vroeg om twee minuten stilte. Toen zijn er wel wat tranen gevloeid.’

Lin woont in Amsterdam, waar ze dagelijks naar de fotostudio fietst die ze met een aantal andere freelancers deelt. Ze heeft ‘zichzelf fotograferen geleerd’, zegt ze; na een hbo-opleiding communicatie heeft ze Het Parool gebeld of ze stage mocht lopen op de fotoredactie. Inmiddels werkt ze niet alleen voor die krant, maar ook voor de Volkskrant, voor bladen en voor artiesten als Merol en Goldband. ‘Doordat ik zo jong ben geconfronteerd met de eindigheid van het leven, heb ik een soort van haast gekregen’, zegt ze. ‘Ik wilde fotograaf worden, dus ik ging ervoor.’

De confrontatie begon al toen ze 5 was, zij het toen nog niet zo bewust. Moeder Liesbeth was 40 en werd gediagnosticeerd met baarmoederkanker; het zag er slecht uit, luidde het oordeel. ‘Mijn baarmoeder moest eruit, mijn eierstokken ook, ik kwam meteen in de overgang. In de dagen voor de operatie was onzeker of er uitzaaiingen zouden zijn, wellicht had ik nog maar een paar weken te leven. Ik heb getrild van doodsangst toen. Totdat mijn therapeut aan de telefoon zei: je bent nog niet dood, je leeft in het nú – vanaf dat moment is er een bepaalde rust over me gekomen die ik tot vandaag probeer vast te houden. Toen ik na de operatie hoorde dat alles goed was, heb ik gevoeld hoe breed je kunt zijn als mens, ik had een tweede kans gekregen. Daarvoor zat ik in een cocon, ik ben er als een vlinder uit gekomen.’

Lin: ‘Je kon na de ziekte ook niet meer terug in die cocon.’

Liesbeth: ‘Ik had een aardbeving overleefd. Ik ben van baan veranderd en haptotherapeut geworden, ik ben gescheiden, verhuisd, ik ben een nieuw leven begonnen met mijn vrouw Hermien. Ik heb veel meer zelfbewustzijn gekregen. Tijdens familieopstellingen is me veel duidelijk geworden. Mijn moeder is tien jaar depressief geweest toen ik het huis uit ging, dat had te maken met haar eigen moeder die heel jong aan kanker was overleden. Een soort bevroren rouw was dat. Hoe lief en hartelijk ze ook was, ze had ook altijd een ijzig laagje. Waardoor ik heel erg ben gaan zorgen, en niet aan mezelf toekwam.’

Lin: ‘Over de ziekte K werd bij jullie thuis vroeger niet gesproken. Intergenerationele overdracht van gestolde rouw, daar werd jij je heel erg van bewust.’

Liesbeth: ‘In de familie zijn heel wat mensen voor hun 40ste overleden aan Lynch. Dat is een familietrauma, ook omdat er niet werd gepraat. Ik heb het niet willen doorgeven, maar het is helaas wel gebeurd: jij hebt op te jonge leeftijd te veel voor mij gezorgd toen ik ziek was.’

Lin: ‘Maar wij zijn wél veel gaan praten over het leven en de dood. Die gesprekken zijn heel diep.’

Drie keer is de kanker teruggekomen, de laatste keer in 2021: galwegkanker met een slechte prognose. Lin toont een tatoeage op haar onderarm: ‘voor altijd nabij’. Liesbeth: ‘Dat borrelde in me op. Ik wil altijd nabij zijn.’ Lin: ‘Mijn broer heeft hem ook. We hebben hem toen laten zetten omdat we dachten dat Liesbeth gauw dood zou gaan.’

Liesbeth: ‘Dat zeiden ze niet, ze zeiden: hier staat gemiddeld een jaar voor.’

Lin: ‘Voor mij voelde het toen als: het duurt niet meer lang.’

Door immunotherapie is Liesbeth wonderwel opgeknapt, maar de tumor is niet weg. ‘Ik zit weer op de levenslijn, maar het kan zomaar kantelen, en dan moet ik alles hier loslaten. Bang voor de dood ben ik niet meer, want ik ga naar het licht, maar dat zal toch heel moeilijk zijn.’

Lin: ‘Op Lowlands moest ik opeens heel erg huilen met al mijn vriendinnen om me heen. Niet alleen uit angst om mijn moeder te verliezen; hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat ik zometeen ook zélf kanker kan krijgen. Ik krijg elke twee jaar een darmonderzoek dus het wordt in de gaten gehouden, maar voorkomen kunnen ze het niet.’

Liesbeth: ‘Het is een kutziekte.’

Lin: ‘Maar het zorgt er wel voor dat ik alle kansen die ik krijg met twee handen grijp.’

Liesbeth: ‘Met víér handen, zo snel ga je. Maar ik vind ook dat je rust in jezelf hebt gevonden, dat is mooi om te zien. Ik heb er alle vertrouwen in dat je het straks zonder mij kunt. Een paar jaar geleden was ik nog het ankerpunt, nu heb je het anker in jezelf.’

Net zoals Lin op haar 18de, zodra het kon, wilde weten of ze drager van het Lynch-gen was, weet ze nu dat ze niet lang wil wachten met kinderen krijgen – ‘met behulp van prenatale selectie, want ik wil het gen niet doorgeven.’

Liesbeth: ‘Ik had het ook absoluut niet willen doorgeven, maar ik ervaar het eerder als mijn lot dan als mijn schuld.’

Lin: ‘Jij wist het niet. Ik wéét het nu, en de techniek is er.’

Sinds een maand heeft Lin een relatie, op de tweede date begon ze al over Lynch. ‘Daar kun je maar beter duidelijk over zijn, dan weet iemand gelijk waar hij aan toe is.’ Over een paar jaar wil ze aan kinderen beginnen. ‘Als het me gegund is.’ Tegen Liesbeth: ‘En dan moet jij bij de bevalling zijn.’

Liesbeth: ‘Wat zou dat mooi zijn, ik hoop heel erg dat mee te maken. Tegen die tijd gooi ik er gewoon weer een immuunootje tegenaan.’

Het werk van Lin Woldendorp (en nog dertig andere fotografen) is op 7 en 8 oktober, en van 12 t/m 15 oktober te zien bij Editie Noord, NDSM Fuse, NDSM-plein 29, Amsterdam.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next