Een feestelijk moment: vrijdag opende koning Willem-Alexander Hollandse Kust Zuid, het eerste windpark op zee dat zonder subsidie tot stand kwam. Wind op zee is een succes en de ambities zijn torenhoog. Maar de sector zit in de problemen.
De boottrip die Vattenfall afgelopen maandag organiseerde om met genodigden en de pers te vieren dat het offshore windpark Hollandse Kust Zuid (HKZ) gereed is, kreeg onbedoeld een symbolische lading. Door de harde wind de avond ervoor trakteerde de Noordzee de opvarenden op golven van anderhalve meter, die inbeukten op de gecharterde ferry.
Het bezoek aan het windpark voor de kust van Noordwijk stond zo ook een beetje symbool voor de markt waarin de offshore windindustrie zich bevindt. Die is óók onstuimig.
Hoewel de Europese ambities torenhoog zijn (Brussel wil over zes jaar ongeveer 110 gigawatt aan offshore windvermogen hebben – omgerekend ruim tweehonderd Borsselse kerncentrales), lijden alle grote westerse bouwers van turbines verlies. Hoge inflatie, stijgende grondstofprijzen, problemen met nieuwe turbines, slepende vergunningaanvragen en felle concurrentie uit China hebben de sector in het rood geduwd.
Over de auteur
Bard van de Weijer is economieredacteur van de Volkskrant en specialist op het gebied van de energietransitie. Hij richt zich op de vraagstukken waar consumenten, bedrijven en overheden voor staan.
Maar ook uitbaters moeten alle zeilen bijzetten: zo liet energieconcern Vattenfall, eigenaar van HKZ, onlangs weten dat het de ontwikkeling van een groot Brits windpark staakt, omdat het de financiën niet rond krijgt. Een recente aanbestedingsprocedure voor een ander groot Brits windpark op zee werd een fiasco: niemand meldde zich.
Ook in Nederland groeien de zorgen. Zo wil Shell volgens persbureau Bloomberg niet meer investeren in IJmuiden Ver, een enorm windpark waarop bedrijven zich volgend jaar kunnen inschrijven. Shell, Nederlands grootste investeerder in offshore-wind, wil niet ingaan op individuele aanbestedingen, zegt een woordvoerder, maar is ‘voortdurend op zoek naar kansen’.
Wat is er aan de hand? Waarom gaat het ondanks de hoge verwachtingen zo slecht in de sector? Moet Europa maatregelen nemen?
Bij Jan Vos, voorzitter van de Nederlandse windkoepel NWEA, is van negativisme weinig te bespeuren. ‘Het gaat goed’, stelt hij. ‘We hoeven niet beschermd te worden. We vragen alleen om de boel niet om zeep te helpen.’
Veel gaat er inderdaad goed. Precies tien jaar geleden is in het Energieakkoord afgesproken dat er rond deze tijd 10 gigawatt windvermogen in Nederland staat. Dat is gelukt, zegt Vos. Binnen budget en op tijd. Kom daar maar eens om bij andere grote infrastructurele projecten. Vos wijst op nog een succes: sinds 2015 wordt er zonder subsidie aanbesteed. Hollandse Kust Zuid, dat vrijdag door de koning is geopend, is hiervan het eerste tastbare resultaat.
Niettemin staat de sector er weinig florissant voor. Dit heeft volgens het oud-PvdA-Kamerlid vooral te maken met het feit dat wind op zee een jonge bedrijfstak is, waarin veel geïnnoveerd en opgeschaald wordt. In dit moordende tempo lopen er nu zaken spaak. Onder meer door technische problemen met nieuwe turbines (ook Hollandse Kust Zuid kampte hiermee) is Siemens Gamesa in de rode cijfers gekomen. Kinderziektes, noemt David Molenaar, ceo van de Nederlandse tak dat. ‘Er gaan dingen mis, en als dat gebeurt, lossen we ze op.’
Aanloopverliezen horen erbij, stelt Vos. ‘Kijk naar Tesla of naar Amazon, daar gebeurde hetzelfde.’
Investeerders weten volgens Vos dat dit soort verliezen erbij horen. ‘Straks is er zo’n enorme markt wereldwijd, dan kun je die weer terugverdienen.’ Het ministerie van Economische Zaken heeft geen plannen voor financiële ondersteuning. ‘We houden de ontwikkelingen wel nauwgezet in de gaten’, aldus een woordvoerder. Voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie kondigde onlangs een ‘European Wind Power Package’ aan, om samen met industrie en lidstaten de uitdagingen aan te gaan.
Maar er speelt meer. Ook de offshore-industrie, van oudsher sterk in Nederland, heeft klappen gehad. Onder meer door covid, dat aanvoerlijnen in de war stuurde. En door inflatie, waardoor projecten tegen afgesproken maar te lage prijzen afgerond moesten worden. Tegelijkertijd moet er worden geïnvesteerd in infrastructuur als installatieschepen, havens en kranen om de almaar groeiende turbines op zee te kunnen plaatsen.
Soms zijn de problemen zo acuut dat de overheid wel moet ingrijpen. Zoals bij de Sif Group, de succesvolle bouwer van funderingen voor turbines op zee. Begin dit jaar, rond het hoogtepunt van de stikstofcrisis, leefde bij banken en beleggers de vrees dat veel vergunningen voor windparken zouden sneuvelen, waardoor het bedrijf geen geld kon ophalen voor een nieuwe fabriek. Het ministerie van Economische Zaken schoot te hulp en gaf overheidsinvesteringsfonds Invest-NL de opdracht 65 miljoen euro te verstrekken.
Dit laat zien dat de markt wankel is. De sector piept en kraakt momenteel aan alle kanten, erkent Vos. ‘Maar uiteindelijk hoef je niks te doen behalve zorgen dat de marktomstandigheden redelijk blijven.’
En precies hier begint het te schuren, stelt de industrie. Overheden ruiken geld en proberen bij aanbestedingen steeds vaker financieel het onderste uit de kan te halen. Waardoor het soms misgaat, zoals in het Verenigd Koninkrijk. Ook in de Verenigde Staten en Zuid-Korea zijn onlangs aanbestedingen mislukt.
In Nederland ging het tot nu toe anders en gingen zeekavels niet naar de hoogste bieder, maar naar partijen die iets éxtra’s boden. Zoals een ‘ecologische component’ of juist maatregelen die moeten leiden tot een betere inpassing in het bestaande energiesysteem. Een flinke zak geld voor de overheid, zoals (bijvoorbeeld) bij de veilingen van frequenties voor mobiel internet, was van ondergeschikt belang.
Maar ook in Nederland lijkt de stemming te veranderen. De volgende aanbesteding, die van IJmuiden Ver, gaat met een veiling. Partijen kunnen straks tot maximaal 33 miljard euro bieden. Een gevaarlijke ontwikkeling, vindt Vos van de NWEA. ‘Wat gebeurt er als er hier ook niet geboden wordt? Dan loopt dit windpark vertraging op en daarmee de energietransitie.’
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat nuanceert de risico’s. We stimuleren bij deze parken nog steeds zaken als ecologie, systeemintegratie, circulariteit en maatschappelijk verantwoord ondernemen, stelt een woordvoerder. ‘Op deze onderdelen kunnen ontwikkelaars 85 procent van de punten halen.’ Het is volgens het ministerie aantrekkelijker om geld en moeite te steken in kwaliteit dan in de financiële component.
Volgens EZK is het is niet de bedoeling om zo veel mogelijk geld op te halen. Maar als iedereen in zijn plannen dezelfde ecologische maatregelen neemt en het maximale (nu nog) lage bod uitbrengt, is er nauwelijks onderscheid te maken tussen de verschillende partijen.
Daarom wordt de ruimte om te bieden uitgebreid, aldus het ministerie. ‘Maar we verwachten geen biedingen van de maximale hoogte’, zegt de woordvoerder. Met andere woorden: die 33 miljard zal niet geboden worden. De situatie in Nederland is en blijft dus anders dan die in het Verenigd Koninkrijk, waar geld wel een hoofdrol speelt, aldus het ministerie.
Toch nemen de financiële risico’s toe voor ontwikkelaars. Naast hogere bouwkosten nemen de inkomsten voor uitbaters af doordat stroomprijzen steeds vaker richting nul of zelfs daaronder kruipen als er veel wind en zon is. Dit komt doordat het aanbod sneller groeit dan de vraag, constateerde de provincie Noord-Holland deze week nog.
‘De grote ambities betreffen nu vooral het aanbod van groene stroom’, zegt Marnix van Alphen, manager energietransitie bij Vattenfall. ‘Maar voor het stimuleren van de elektriciteitsvraag bestaat nog geen duidelijk pad. Er moet daarom na het stimuleren van het aanbod nu meer beleid komen voor de elektrificatie van de industrie.’
Een manier om de sector meer ademruimte te geven is standaardisering, zegt Molenaar van Siemens Gamesa. Hij wil graag dat er een maximale hoogte komt voor turbines op zee, van 1.000 voet (305 meter). Molenaar hoopt dat de markt zo’n afspraak wil maken voor de komende tien jaar.
Een standaardhoogte geeft helderheid. Bouwers weten waar ze aan toe zijn bij de ontwikkeling van turbines en krijgen meer tijd om hun innovaties terug te verdienen, omdat er bij de installatie van een nieuwe turbine niet meteen een nog grotere, nog betere versie klaar staat. Ook de offshoresector profiteert, want die hoeft niet elke twee jaar nieuwe, nog hogere kranen te ontwikkelen. Ten slotte zouden havens baat hebben bij standaardmaten, omdat het bijvoorbeeld transport en opslag van de rotorbladen vereenvoudigt.
Standaardisering is een logische volgende stap, vindt Molenaar. Ook omdat groter niet altijd beter hoeft te zijn. Zie de Airbus A380, zegt hij. Dit reusachtige passagierstoestel dat in 2005 op de markt kwam, bleek uiteindelijk te groot, waardoor er allerlei problemen ontstonden op luchthavens, die de stroom passagiers niet aankonden. Het is eerder ook gelukt om internationaal tot een standaard voor maximumgrootte te komen, zoals bij de 40 voet voor zeecontainers.
Volgens Vos van windorganisatie NWEA staan Europese zusterorganisaties achter de maximumhoogte, die alvast de naam North Seas Standard heeft gekregen. Of ze er komt is niet duidelijk. Veel eerdere technologiestandaarden mislukten of vergden een hevige concurrentiestrijd voor er een ‘winnaar’ was.
En wat gebeurt er als er straks een fabrikant komt met een turbine die hoger is dan 305 meter, mag die dan niet meedoen? Afspraken in de industrie zijn het beste, zeggen betrokkenen. En als dat niet lukt, zou Brussel het moeten afdwingen. Zie het stekkertje van de iPhone.
Hoewel volgens NWEA driehonderd Nederlandse bedrijven zich achter de hoogtenorm hebben geschaard, twijfelen anderen. ‘Vergeet maar dat zo’n norm er komt’, zegt commercieel directeur Jesper Bank van de haven van het Deense Esbjerg, ’s werelds grootste offshore-windhaven. Dit soort beperkingen laten zich niet afdwingen, stelt hij. Ook de Europese koepel WindEurope twijfelt, maar reageerde niet op een verzoek om toelichting.
Het ministerie van EZK zegt ook andere geluiden te horen uit de sector en onderzoekt of een hoogtestandaard voor volgende tenders het gewenste effect heeft en of het ministerie de eis gaat voorschrijven.
Vos ziet intussen weinig reden tot pessimisme. ‘Kijk wat er in tien jaar is bereikt’, zegt hij. Ook Molenaar van Siemens Gamesa is positief. ‘Nog niet zo lang geleden dachten veel mensen dat windenergie van zee nooit economisch haalbaar zou worden’, zegt hij.
‘We moeten wel in het oog blijven houden waarom we dit allemaal doen’, zegt Vos. ‘Voor het klimaat, voor goedkope energie en voor een betere ecologie in de Noordzee. Deze factoren zijn nodig voor een succesvolle transitie. Dus nu niet op de centen gaan zitten.’
Windpark Hollandse Kust Zuid dat vrijdag door de koning is geopend, is het eerste Nederlandse windpark op zee dat zonder subsidies tot stand is gekomen. De bouwkosten konden volgens Vattenfall omlaag, doordat de overheid in een vroeg stadium heeft gegarandeerd dat het park aangesloten kon worden op het stroomnet op land. Ook waren de vergunningen gegarandeerd. Hierdoor kregen geldschieters vertrouwen in het project en kon er tegen lagere kosten worden geleend.
Het nu opgeleverde park bestaat uit 139 turbines (één turbine kon niet worden gebouwd omdat tijdens een zware storm een losgeslagen zeeschip tegen de fundering is gebotst) met bladen van bijna 100 meter lang. De maximale hoogte is 227 meter vanaf zeeniveau.
Drie turbines zijn uitgerust met recyclebare bladen. Deze zijn gemaakt van een ander materiaal, waardoor ze aan het einde van de levensduur bij lagere temperaturen omgesmolten kunnen worden. Hierdoor beschadigt de glasvezel die verwerkt is in de rotors minder en kan die daardoor worden hergebruikt. Turbinebouwer Siemens Gamesa wil aan het eind van het decennium alleen nog maar dit type bladen leveren.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden