Het begint met kringen in een glas water. Angstaanjagend ritmisch verschijnen ze. Het gevolg, zo weet iedereen die de filmklassieker Jurassic Park heeft gezien, van de dreunende tred van een ontsnapte tyrannosaurus rex. Enkele minuten later volgt een van de hoogtepunten: het moment dat de reusachtige dinosaurus een onsympathieke advocaat van de toiletpot hapt.
‘In een van de lesboeken van de Amerikaanse paleontoloog James Farlow berekent hij aan de hand van het metabolisme van een T. rex de hoeveelheid advocaten die hij per dag kan verwerken’, vertelt paleontoloog Anne Schulp, verbonden aan de Universiteit Utrecht en museum Naturalis, speelse grijns op zijn gezicht. ‘Alleen al daaraan zie je dat de Jurassic Park-films onderdeel zijn geworden van de canon van ons vakgebied.’
Schulp zit op een bankje in de dinosauruszaal van ‘zijn’ museum. Het is 8 uur ’s ochtends, ruim voor openingstijd, en zijn blik is gericht op een tablet waarop het fictieve tropische eiland Isla Nublar verschijnt, begeleid door de beroemde tonen van de soundtrack van filmcomponist John Williams, die schel en blikkerig uit het ontoereikende apparaat schallen.
Het is dan ook niet de audiovisuele ervaring die dit de ideale plek maakt om Jurassic Park te herkijken, dertig jaar nadat de film in première ging in de Nederlandse bioscoop. Het is de omgeving. Vlak voor Schulp is het imposante skelet van Trix zichtbaar, de T. rex van het Leidse museum. En verderop steekt de lange nek van een camarasaurus omhoog, familie (en tijdgenoot) van de vriendelijke brachiosaurus uit de film. ‘Jurassic Park bevat alle dinosaurusklassiekers: een T. rex, een triceratops, een langnek, een klein ding met scherpe klauwtjes – in dit geval de velociraptor’, zegt Schulp. ‘Alleen die laatste hebben we hier niet in de collectie.’
Over de auteur
George van Hal is Jurassic Park-liefhebber en schrijft voor de Volkskrant over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart. Hij publiceerde boeken over alles van het heelal tot de kleinste bouwstenen van de werkelijkheid.
De film heeft de afgelopen dertig jaar volgens kenners een flinke invloed gehad op de paleontologie. ‘Momenteel ontdekken we meer dinosauriërs dan ooit. Gemiddeld één nieuwe soort per week! Veel daarvan komt door Jurassic Park. Ja, die film. Veel mensen van mijn generatie zijn daar als kind door gegrepen geraakt’, zei de Amerikaanse paleontoloog Steve Brusatte bijvoorbeeld eerder al eens in de Volkskrant.
En ook Schulp constateert een ‘Jurassic Park-effect’, al geldt dat vooral voor de oudere generatie onderzoekers. Veel promovendi en postdocs waren immers nog niet geboren toen de film furore maakte. ‘Toch is de film ook nu nog regelmatig onderwerp van gesprek op onze congressen.’
Vier wetenschappelijke inzichten uit de jarige dinosaurusklassieker.
‘Deze scène is zo fout’, zegt Schulp, terwijl op het scherm een groep paleontologen moeiteloos met borsteltjes een dinosaurusskelet blootlegt. ‘In het echt is dit zulk zwaar werk. Het is hakken en graven en peuteren en daarna met geduld in een laboratorium de opgegraven botten schoonmaken.’
Dat deze scène er onnodig veel naast zit, irriteert Schulp. ‘Maar veel van de dingen die de film fout heeft, gebeuren juist in dienst van het verhaal. Dan heb ik er vrede mee’, zegt hij.
Neem de bruinige huid van de dinosauriërs. Tegenwoordig weten paleontologen dat de dieren soms kleurrijke veren hadden. En zelfs dertig jaar geleden bestond het vermoeden al dat ze veel meer kleur hadden dan de eentonige schakeringen waarvoor regisseur Steven Spielberg koos.
‘Van de triceratops hebben we huidafdrukken, die liggen hier in het museum. Zo weten we dat het lichaam van de triceratops in de film precies goed is. Maar zijn kraag had een signaalfunctie, dus die zal vermoedelijk een kleurtje hebben gehad. Tegelijk begrijp ik dat Spielberg zijn dino’s niet té bontgekleurd wilde maken. Je wilt immers geen Teletubby Park maken. Dan zijn de dinosauriërs niet langer indrukwekkend.’
Terwijl op het scherm een dna-vormig poppetje uitlegt hoe de wetenschap het voor elkaar kreeg om dinosaurusbloed uit een prehistorische mug te pulken, prikt Schulp de genetische terugkeer van dinosauriërs genadeloos door.
‘Gaat nooit gebeuren’, zegt hij. Ja, muggen zijn in dinosaurustijden gevangen geraakt in hars en bewaard gebleven. ‘Maar daarin zit écht geen bloed meer. Het lichaam zelf is ook al lang vergaan. Maak je de hars open, dan resteert van zo’n mug alleen een beetje koolstofpoeder.’
Ook dna valt na een tijdje simpelweg uit elkaar. ‘De horizon qua houdbaarheid ligt tegenwoordig rond een miljoen jaar’, zegt Schulp. ‘Als je alleen zoekt naar snippertjes, dan kun je dat nog oprekken naar een paar miljoen jaar. Maar de 66 miljoen jaar sinds het uitsterven van de dinosauriërs is onhaalbaar.’
Wat Jurassic Park wel goed voorspelde? De nieuwe focus op chemische stoffen in de paleontologie. ‘Eiwitten zijn bijvoorbeeld wat langer houdbaar en kunnen ook iets onthullen over de biochemie in prehistorische beesten’, zegt hij. Zelfs uit de tijd van de dinosauriërs zijn chemische verbindingen bewaard gebleven. ‘We hebben de afgelopen dertig jaar grote stappen gezet in het herkennen van de afbraakproducten van pigmenten’, zegt Schulp. Zo beschreven paleontologen in 2010 in het vakblad Science bijvoorbeeld dat ze kleurstoffen hadden ontdekt in gefossiliseerde veren van de dinosaurussoort anchiornis. Daaruit bleek onder meer dat het dier een reeks donkerrode of okerkleurige veren op zijn kop had.
‘Oké, nu moet je goed opletten. Deze scène is heel beroemd onder paleontologen’, zegt Schulp vlak voordat onderzoekers Alan Grant en Ellie Sattler hun eerste dinosauriër zien. ‘Langnekdinosauriërs werden lange tijd beschouwd als een soort trage moerasbewoners. Met een staart die over de grond sleepte, hun lange nek als een soort snorkel en een wijde pas’, zegt hij, terwijl op het scherm de eerste brachiosaurus verschijnt.
‘Maar deze dieren zijn hartstikke actief. Hier zie je hoe het beeld van dinosauriërs als slome, koudbloedige reptielen kantelde naar het tegenwoordige beeld van warmbloedige dieren’, zegt Schulp, en op het scherm vallen zijn fictieve vakgenoten hem bij. ‘We kunnen de boeken over koudbloedigheid wel verscheuren. Ze zaten er totaal naast’, zegt een overenthousiaste Grant. ‘Dit ding leefde niet in een moeras’, voegt Sattler verrukt toe.
‘Lang was de gedachte: het is terecht dat deze dieren zijn uitgestorven, ze zaten niet zo goed in elkaar als het moderne leven’, zegt Schulp. ‘Dat beeld was ten tijde van de eerste Jurassic Park nog maar net omvergeworpen in de wetenschap en landde nu prachtig bij het brede publiek, dankzij deze voor het eerst echt goede computeranimatie en de aanstekelijke manier waarop Spielberg de verwondering van de twee onderzoekers in beeld brengt. Deze scène is daardoor de perfecte illustratie van wat onder paleontologen de dinosaurusrenaissance is gaan heten.’
Op het scherm zet T. rex op hoge snelheid de achtervolging in op een auto. Pas nadat het voertuig naar de vierde versnelling is geschakeld, geeft hij zich gewonnen. ‘Ik sprak eens de animator die aan deze scène heeft gewerkt’, zegt Schulp. ‘Hij vertelde dat ze dit oorspronkelijk van de zijkant in beeld wilden brengen, maar dat zag er te ongeloofwaardig uit.’
Loopsnelheid kunnen paleontologen onder andere afleiden uit de lengte van de poten. ‘Dan kun je een pas-afstand schatten en die kun je gebruiken om de topsnelheid te schatten.’ Het blijft echter een stapeling van schatting op schatting. Mede dankzij deze scène woedt ondertussen al jaren een wetenschappelijk debat over de topsnelheid van dinosauriërs. ‘Ik heb nu een promovendus die de snelheid van T. rex gaat modelleren aan de hand van zijn botten. Wat voor spieren passen daarop? Hoeveel vermogen kunnen die leveren? Het idee is nu dat een T. rex ongeveer 20 kilometer per uur kon lopen. Ik ben heel benieuwd wat er uit het nieuwe onderzoek gaat komen.’
En nog zoiets: dat getril in die glazen, in die beroemde scène waarin T. rex voor het eerst ontsnapt? ‘Klopt weinig van’, oordeelt Schulp. ‘Elke stap zou een dreun moeten veroorzaken die sterk genoeg is om door de schokdempers van de auto te komen. Dan zou T. rex gegarandeerd z’n poot verstuiken. Nee, we gaan ervan uit dat dinosauriërs hun poten zachtjes en relaxt neerzetten, zodat ze geen onnodige energie verspilden.’
Zoals met veel eigenschappen van dinosauriërs blijft het echter bij verantwoord giswerk. ‘Alles wat we over dinosauriërs weten, is gebaseerd op wat we hebben opgegraven. Gedrag kun je alleen indirect bepalen. Uit pootafdrukken, uit nesten en sporen rond nesten, uit bijtsporen, botbreuken en tandafdrukken.’
Neem nu de truc die mensen in de film gebruiken om de T. rex om de tuin te leiden: stilstaan in de hoop dat hij hen niet ziet. ‘Vleesetende dinosauriërs zullen zeker gedacht hebben: wat beweegt is lekker’, zegt Schulp. Maar dat de T. rex een domme jager is die een stilstaande prooi niet ziet staan, en velociraptors slim genoeg zijn om deurklinken te openen in de jacht op hun prooi, zoals in de film? Dat is willekeur. ‘Over het IQ van de ene dino ten opzichte van de andere kun je niet zoveel zeggen.’
Terwijl de film zijn einde nadert, zwelt in Naturalis het geroezemoes van kinderstemmen steeds verder aan. Op het scherm rust de camera op een groepje vogels, als evolutionaire knipoog. Voor het échte Jurassic Park kun je ook simpelweg kijken naar vogels, lijkt regisseur Spielberg te willen impliceren: de afstammelingen van de majestueuze dinosauriërs die hier zo lang geleden over de bodem struinden. En dan niet met het dreunend gestamp uit een Hollywoodstudio, maar met de zachte, efficiënte tred van Moeder Natuur.
De Jurassic World-trilogie die tussen 2015 en 2022 in de bioscopen draaide, de moderne vervolgen van de Jurassic Park-franchise, neemt steeds verder afstand van de wetenschappelijk verantwoorde insteek van de voorgangers. ‘Wakkerde Jurassic Park echt nog de fantasie aan over hoe de wereld er in het dinosaurustijdperk uitzag, steekt men in de moderne films de grens over naar in het lab gemaakte fantasiedieren als indominus rex’, zegt paleontoloog Anne Schulp. ‘Die films zijn daardoor meer een kritische reflectie geworden op moderne dierenparken en dolfinaria.’
Dat zorgt voor misverstanden. ‘De films tonen bijvoorbeeld een mosasaurus die echt absurd veel groter is dan dat de echte exemplaren waren. En over indominus rex krijg ik bij publiekslezingen nog regelmatig vragen. Dan moet ik elke keer weer uitleggen dat die nooit heeft bestaan.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden