Home

Maak van leed geen wedstrijd

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

‘Naast jongeren, hebben ook IC-patiënten, chronisch zieken, mensen die schokkende ervaringen meegemaakt hebben, flexwerkers, sekswerkers en dak- en thuislozen een hoger risico dat de pandemie een negatieve invloed op hun gezondheid heeft.” Aldus een van de vele onderzoeken naar het mentale welzijn in coronatijd van het RIVM, dat ik las ter gelegenheid van het ‘Stilstaan bij Corona’ deze vrijdag.

De opsomming deed me denken aan een kort verhaal van Jorge Luís Borges, waarin dieren worden ingedeeld in willekeurige, overlappende categorieën: ‘fabeldieren’, ‘zwerfhonden’, ‘getemd’, ‘die welke net een vaas gebroken hebben’, ‘die welke in de verte op vliegen lijken’ en vele andere. De RIVM-opsomming is bijna even absurdistisch.

Nog komischer vond ik deze constatering, uit een andere rapportage: „Het zijn vooral jongvolwassenen, ouderen, vrouwen en diegenen die in hoge mate sociale steun vóór de pandemie ervoeren die gevoelig voor eenzaamheid bleken. Datzelfde geldt voor mensen met bestaande gezondheidsproblemen, een lage sociaal-economische status, een migratieachtergrond, alleenstaanden en zwaarbelaste mantelzorgers.” Oftewel, iedereen was eenzaam.

Het lastige aan dit groepsdenken is dat de categorieën arbitrair zijn. Onderzoekers werken met de data die ze hebben, zoals leeftijd, sekse en opleidingsniveau. Dan blijkt bijvoorbeeld dat jongeren het meest hebben geleden onder de sociale isolatie. Preciezer zou zijn om te stellen: „mensen met een grote sociale behoefte hebben het meest geleden onder de sociale isolatie. Bovengemiddeld vaak zijn dat jongeren.” Maar over persoonlijkheidskenmerken zijn minder gegevens – jammer, want die verbanden lijken me interessanter.

Ondanks deze tekortkoming breidde het groepsdenken zich uit naar media en politiek: in artikelen en persconferenties werd stilgestaan bij het specifieke lijden van bijvoorbeeld jongeren en ondernemers. En vrijdag, bij de collectieve verwerkingssessie in Den Bosch, werden ook weer voornamelijk groepen herdacht: de ondernemers, de IC-medewerkers, zelfs de jongeren op Saba kregen een plekje onder de zon.

Waar blijft het individu in deze medeleven-tombola? Alleen als onderdeel van een groep krijgen mensen erkenning (‘je bent een jonge ouder, dus je hebt het zwaar’). Dit ondermijnt de solidariteit: het beschrijft niet wat mensen gemeen hebben, maar wat ze verdeelt. Daardoor ontstond er tijdens de pandemie een zieligheidswedstrijd tussen jongeren, ouderen, winkeliers, horecaondernemers, zorgmedewerkers en vele andere slachtoffers.

Ondertussen brengt het groepsdenken een begrip van de menselijke ervaring in crisistijd totaal niet dichterbij. Wat zegt het dat volgens het RIVM in 2020 56 tot 62 procent van bevolking zich zorgen maakte over corona, en dat vooral jongeren, alleenstaande ouderen, mensen met een laag inkomen en kwetsbare zwangeren bang waren? Waar waren ze bang voor? Het virus? De regering? Het vaccin? De toekomst in het algemeen?

Ik was, hoewel ik niet tot bovenstaande categorieën behoor, zelf zo’n angstige tijdens de crisis. Ik was bang voor besmetting, voor eenzaamheid, bang dat ik met een omhelzing m’n ouders zou vermoorden, dat mijn leven zoals ik het kende voorbij was, bang voor maatschappelijke ontwrichting. En ja, ik ben van nature een angstig persoon, maar ik vermoed dat velen zich op momenten óók zo hebben gevoeld. Het lijkt mij een menselijke reactie op een crisis die, zeker in het begin, geen enkele zekerheid bood.

Erkenning vond ik deze week wel in Doppelganger, het nieuwe boek van Naomi Klein over complotdenkers tijdens de coronacrisis. Het boek begint met de impact van de pandemie op Klein zelf: voor het eerst raakte een grote crisis ook haar eigen leven. „We raken in een shocktoestand wanneer we – individueel of als samenleving – onverwachts een letterlijk ongekende gebeurtenis meemaken waarvoor we nog geen afdoende verklaring paraat hebben”, schrijft ze. De pandemie „voerde de mensheid naar een plek waar we niet eerder zijn geweest”, en dat leidde tot een „unheimisch gevoel van vervreemding”.

Klein beschrijft goed hoe de coronatijd voelde, voor mij en ongetwijfeld voor vele anderen: vervreemdend. Dit had een gedeelde ervaring kunnen zijn, maar kennelijk niet in deze tijd.

Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) is redacteur van NRC

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next