‘Soms vind ik het wel raar dat ik op een drukke dag door een chauffeur word gereden’, zegt Typhoon, die op blote voeten ontvangt op zijn kantoor in Amsterdam. De 39-jarige zanger en rapper, wiens echte naam Glenn de Randamie is, woont samen met zijn vrouw in een woonboerderij bij Zwolle, maar is meerdere dagen per week in de hoofdstad te vinden bij zijn bedrijf, dat hij samen met zijn zus runt. Naast het vormgeven van zijn muzikale carrière, werken ze aan voice-overs en tv-formats, en ontwikkelen ze motivatiespeeches voor het bedrijfsleven.
‘Maar als ik het nuchter bekijk, vind ik het ook weer niet zo gek voor iemand die bijna 40 is en creatief directeur van zijn eigen bedrijf. Dat is niet vanzelf gegaan, ik heb veel tijd en emotie in mijn carrière geïnvesteerd. Bloed, zweet en tranen. Het heeft ertoe geleid dat ik me nu eindelijk op mijn plek voel, maar dat is lang niet altijd het geval geweest.’
Glenn de Randamie groeide op in een muzikaal, Surinaams gezin in het Veluwse dorp ’t Harde. Hij begon op zijn 19de als rapper Typhoon. Een jaar later won hij De Grote Prijs van Nederland en in 2014 brak hij door met zijn album Lobi da Basi. Inmiddels zit hij twintig jaar in het vak, met aftrek van twee perioden waarin hij een zware burn-out had.
‘Ja, de twee eerdere keren ben ik uitgevallen, nu zet ik vrijwillig een stap terug. Ik heb tijd en ruimte nodig om weer opnieuw te kunnen kijken. Als ik de hele dag in een uitvoerende positie sta, heb ik die ruimte niet. Ik wil opnieuw muziek maken, maar dan vanuit een kern, en niet omdat ik dat van mezelf verwacht of omdat anderen dat van mij verwachten.
‘In coronatijd heb ik veel mensen, inclusief mezelf, horen zeggen dat ze dingen voortaan anders wilden aanpakken. Maar op het moment dat de lockdown voorbij was, zijn we allemaal in een soort massahysterie gesprongen, we hadden het gevoel dat we moesten inhalen wat we hadden gemist. Met dat gevoel stond ik ook weer op het podium. Tot ik dacht: klopt dit nou? Ben ik nu waarachtig?
‘Om pure muziek te kunnen blijven maken, heb ik afstand nodig. We leven in een tijd waarin tienduizenden nummers per dag worden geüpload op de streamingdiensten, muziek is vluchtig geworden. Ik had het idee dat ik steeds moest bijhouden welke nieuwe muziek er allemaal verscheen. Dat heb ik ook geprobeerd, maar voor mij werkt dat toch niet. Het is niet voor niets dat ik eerder zeven, zes en vijf jaar over een nieuwe plaat heb gedaan, kennelijk heb ik die tijd nodig om te voelen. Ik ben een nerd, ik wil op onderzoek uitgaan, onder meer door te reizen, ik wil ervaren, pas dan kan ik weer vol overgave op het podium staan.’
‘Ik voel veel. Daardoor ben ik een goede performer, I can read a room, ik voel wat een zaal nodig heeft. Maar dat kost veel energie. Ook omdat ik tegelijkertijd mezelf helemaal wil geven. Iedereen verwacht van een artiest, kijk naar Amy Winehouse, dat je elke keer weer de diepte in gaat om dat rauwe stukje in jezelf te raken, dat ervoor zorgt dat ook de toehoorder tot in het diepste van zijn ziel wordt geraakt. Maar dat kost degene die daarin voorgaat elke keer een diepe, innerlijke reis. En dat gaat je niet in de koude kleren zitten.’
‘Het gaat vaak over diversiteit en inclusief leiderschap. Inclusief leiderschap gaat voor mij over mens zijn. Als jij je gevalideerd en gezien voelt als mens, ben je eerder geneigd om te willen bijdragen. Terwijl, als jij het gevoel hebt dat je een paria van de samenleving bent, je met de hakken in het zand gaat. Ik ken die worsteling zelf ook. Het is voor mij een strijd geweest om erachter te komen dat het oké is om mezelf te zijn. Mijn voornaamste missie is mensen zich weer menselijk te laten voelen, voorbij alle rollen en functies die we denken te moeten vervullen. Want daar bezwijken veel mensen aan. Dat merk ik ook als ambassadeur van de stichting Join Us, die de mentale problemen belicht waarmee jongeren kampen. Ik weet door de twee inzinkingen die ik in 2007 en 2017 heb gehad hoe uitzichtloos alles voelt.’
‘Ja... zo... dat is me een vraag. Ik had er heel wat therapiesessies voor nodig om dat te doorzien, haha. Na mijn burn-out heb ik twee jaar lang in therapie gezeten. En soms doe ik nog een coachingsessie samen met mijn vrouw, een soort relatietherapie. Mensen gaan pas praten met iemand als het slecht gaat, maar ik zie het als fitness: je moet je geestelijke conditie bijhouden. Gelukkig denken mijn vrouw Marie en ik daar hetzelfde over, zij vindt het ook juist een goed teken dat ik een man ben die aan zichzelf wil werken. Naast therapie en liefde van mijn vrouw vind ik ook veel helderheid in de Bijbel en het geloof. Dat is de essentiële drie-eenheid voor mij: God, therapie en liefde. Die drie elementen hebben ervoor gezorgd dat ik mentaal weer gezond ben. Maar wat was je vraag ook alweer?’
‘Ik ben nooit getest, maar ik vermoed dat ik hypersensitief ben. Dat maakt dat ik erg pleasend en dienend ben. Wat heeft de ander nodig? Wat heeft de situatie nodig? Dus altijd extern gericht in plaats van intern. Wat ik zelf nodig had, kwam op de tweede plek. Dat ik vroeger stotterde, heeft me ook best onzeker gemaakt. Ik ben blij met rap en hiphop, want dat heeft mij de zekerheid gegeven dat ik wel kon praten.’
‘Dan stotterde ik niet, nee. Dus in de klas zei ik alles ritmisch. In een licht ritme, zodat niemand het doorhad. Dan kon ik vloeiend praten. Anders bleef ik haken, en dat vond ik verschrikkelijk. Je wilt niet opvallen. Ik had al een kleur, als enige in mijn klas, als enige op school ook. Dan ook nog stotteren, dat wil je echt niet. Ik voelde me niet thuis in deze wereld. Wel als ik in mijn eentje in het bos was, maar niet onder mensen. Ik vond mensen onvoorspelbare wezens. Daar kon ik moeilijk mee omgaan. Als al je zintuigen openstaan, zijn er een heleboel dingen die je totaal niet begrijpt van de wereld. Dat vond ik als kind al verwarrend. Je loopt de woonkamer binnen waar je ouders overduidelijk net ruzie hebben gehad, en zij vertellen je dat er niets aan de hand is. Dit is gewoon een klein voorbeeld, maar dat gebeurt op grotere schaal ook. Je voelt dat er van alles gaande is in de wereld, maar iedereen speelt mooi weer.
‘Wat ook meespeelt is dat we thuis protestants-christelijk waren, met een best veroordelende God. Als kind voelde ik me schuldig over alles. Ook als ik gevoelens van seksualiteit of sensualiteit ervoer. Het schuld- en schaamte-element dat we aan God hebben gekoppeld, heeft me ook echt beperkt in mijn vermogen om van mezelf te houden.
‘Daarnaast leven we in een calvinistisch land, het is niet zeuren, aanpakken en je hoofd niet boven het maaiveld uitsteken. Dus onze cultuur in Nederland geeft je ook het gevoel dat je maar beter niet volledig jezelf kunt zijn. Doe maar als de rest. Dat is eigenlijk wat je van jongs af aan meekrijgt: doe maar als de rest, dan is het veilig.’
‘Mijn gestel is sowieso gevoelig afgesteld, ik neem te veel op en er komt te veel binnen. Maar ik denk dat het podium het wellicht heeft uitvergroot. Na Lobi da Basi veranderde mijn leven zo, ook buiten het podium. Mensen behandelden me ineens anders, ik voelde me niet veilig. Ik had echt pleinvrees op een gegeven moment. Ik kon helemaal niet omgaan met al die ogen op me gericht, ik ging een bril dragen zonder sterkte, zodat het voelde alsof er een laag tussen mij en de wereld zat. Maar ik denk dat die druk tegenwoordig voor iedereen geldt, want iedereen is nu wel een beetje een ster op de sociale media. Iedereen moet zich profileren. Daarbij kun je jezelf weleens kwijtraken. Niet voor niets is er een gigantische wildgroei aan coaches en retraites. Iedereen zoekt houvast.
‘Maar de oplossing zit niet in likes, aandacht en waardering van buitenaf. Je moet van binnenuit naar een punt gaan waar je je content voelt met jezelf. Pas dan heb je niet meer het gevoel dat je de leegte in jezelf hoeft op te vullen. Door te helen word je heel. Niet iedereen hoeft dat helen in het geloof te zoeken, je kunt ook in therapie gaan of rust zoeken in de natuur. Het eerste wat ik iedere ochtend lees als ik wakker word is, een mantra dat ik heb opgeschreven: ‘Ik ben liefde, ik ben volledig, ik ben compleet. Ik ben waarachtig, spreek in waarheid. Ik laat los, ik ben dankbaar.’ Dat helpt mij echt.’
‘Die is me ingegeven? Haha. Het zorgt ervoor dat je nederig bent, en tegelijkertijd ook een koning. Je mag de koning in jezelf omarmen.’
‘Dat is de inspiratie die ik krijg. Ik schrijf dat toe aan God. Soms komen woorden zo helder bij me binnen dat ik een warm gevoel krijg in mijn lichaam, zodat het eerder voelt alsof het me door God is ingegeven dan dat ik het zelf heb bedacht.’
‘Op het moment dat ik op het diepste van mijn diepste depressie zat, was ik in Zwitserland en ik was in staat om van een klif af te rijden. In mijn notitieboekje schreef ik: ‘God, S.O.S.’ En toen kwamen er zo veel lichte, warme gevoelens en gedachten bij me binnen, terwijl ik dus zo depressief was als een kip. Daarom wist ik: dit is iets goddelijks, want ik was op dat moment niet in staat mezelf ervan te weerhouden dieper dat donkere pad op te gaan.
‘Ik was gewoon te veel overvraagd en te lang doorgegaan. Ik deed 24 shows per maand en ging maar door omdat ik niet wist hoe te stoppen. Ik wilde niemand teleurstellen. Mijn band rekende ook op die optredens. Ik wilde niet falen. Ik nam medicijnen om te kunnen slapen en medicijnen om op het podium te kunnen staan. Toen het te veel werd en ik een burn-out kreeg, was ik woedend op mezelf. Want op het moment dat alles uit je handen valt, en je voelt dat je het niet meer kunt, begint de zelfkritiek. Zwakkeling! En als je die zelfkritiek niet meer kunt compenseren met de geluksstofjes die tijdens het optreden worden aangemaakt, dan glijd je af. Tot dat SOS-moment. Ik was als kind dus al gelovig, maar ik had al lang niet meer het gevoel dat God met me mee keek. Ik dook eerder in allerlei mystieke stromingen zoals het soefisme, kabbala en de vedanta. Pas na dat SOS-moment ben ik het weer ‘God’ gaan noemen.’
‘We spraken thuis weinig over ons gevoel, dat is ook wel een beetje de Surinaamse cultuur. Ik heb een familieopstelling gedaan, waaruit bleek dat ik de last van een aantal generaties droeg. En dat heb ik gek genoeg altijd gevoeld, zonder dat ik het zo kon benoemen.’
Lange stilte. ‘Ik zit te kijken of er woorden zijn die kunnen uitleggen hoe het voelt. Het is een bepaalde vrijheidsstrijd. De ruimte om volledig jezelf te mogen zijn. Mijn familie kon en mocht dat ten tijde van de slavernij niet. Mijn overgrootvader is bijvoorbeeld gevangengezet omdat hij als slaafgemaakte een relatie had met een vrijgemaakte zwarte vrouw. Hij wist wat de consequenties ervan waren: Spaanse bok, een afschuwelijke martelmethode. Maar hij koos voor de liefde. Hij is nog twee andere keren gevangengezet. Daarna speelde hij een prominente rol in de antislavernijbeweging, en bood hij onderdak aan slaafgemaakten. Met zo’n heldenepos wil je je graag identificeren, maar er bleken ook slavenhouders in mijn familie te zitten. Door die familieopstelling kwam ik erachter dat ik me met geen enkel verhaal hoef te identificeren. Pas dan kun je echt jezelf worden. Je een identiteit aanmeten is niet nodig, wees gewoon wie je bent.’
‘Dat is een erg goede vraag. Er is een hoop om voor te vechten, maar ik weet ook hoezeer je je kunt verliezen op het moment dat dat gevecht je identiteit wordt. Ik werd eens klemgereden door de politie in mijn eigen woonwijk omdat het een dure woonwijk zou zijn en ik daar ’s nachts niks te zoeken had. Door die aanhouding voelde ik me een minder mens, verschrikkelijk. Ik was boos, ik wilde stennis schoppen. Dat het mij zo emotioneerde kwam doordat ik me toen nog erg identificeerde met mijn kleur.
‘Toen ik later weer werd aangehouden, lag dat anders. Toen had ik de tegenwoordigheid van geest om me niet te identificeren met de manier waarop die politieagent mij zag, namelijk als iemand van kleur in een dure auto. Daardoor kon ik het gesprek voeren zonder het persoonlijk te maken. Wat is nou echt de reden dat je me staande houdt, vroeg ik hem rustig, zonder me een slachtoffer te voelen. Heeft het te maken met mijn kleur? Ja, bekende hij, het heeft inderdaad met je kleur te maken. De politie in Zwolle heeft toen, naast de toenmalige minister van Justitie, officieel excuses gemaakt. Dat was de eerste keer dat ik geen lulverhaal kreeg. Ik heb ook meegelopen in protestmarsen, en heb me door barricades heen gewerkt, maar uiteindelijk leidde die identificatie met mijn kleur ertoe dat ik verder van mezelf af raakte. Als je me nu vraagt: wie is Glenn dan wel, dan zou ik zeggen dat het nu niet meer een zoektocht naar mezelf is, maar een avontuur om te ervaren wie Glenn is. En daarin speelt mijn liefdeslijn met God een grote rol. Door hem voel ik me heel en geborgen.’
‘Het is voor mij geen geloof meer. Ik wéét dat er een God is, omdat ik dat zo vaak ervaar. Wonderen zijn nog steeds van deze tijd, het is niet tweeduizend jaar geleden gestopt.’
‘Laat me het iets kleiner houden, want ik wil ervoor waken dat ik met een soort bewijslast moet komen voor mijn geloof. Maar bijvoorbeeld de manier waarop ik met mijn vrouw Marie ben samengekomen. Ik was op een feestje van een vriend van ons, en zij kwam binnen. Het was als in de film, zij lichtte op en de rest van de kamer werd donker. Ik had nog nooit zoiets meegemaakt, het was alsof ik een röntgenfoto van haar hart zag. Voor mij is dat een gigantisch wonder. Nog een mooi voorbeeld: ongeveer een jaar later zag ik Marie in een droom in het vliegtuig zitten met een ring aan haar vinger, we zouden de dag erna naar Zuid-Afrika vliegen. Ik word wakker en denk: o, volgens mij moet ik haar ten huwelijk vragen! Ik bel een vriendin en zeg: je raadt nooit wat ik heb gedroomd. Jawel, zegt ze, je gaat Marie ten huwelijk vragen, ik heb het ook gedroomd.
‘Mijn beste vriend zei laatst: je bent zo anders geworden. Een stuk zorgzamer, liefdevoller en rustiger. Dat is voor mij genoeg bewijs van Gods liefde. Daar hoef ik geen vuurwerk en grote wonderen voor te zien. Ik stond gewoon op het punt om de handdoek in de ring te gooien. Ik wilde niet meer leven. En als ik zie waar ik nu sta in mijn leven, dan kan ik niet zeggen: dat komt door mij. Nee, dat komt door God.’
‘Zo zou je het kunnen uitleggen, maar ik zou het eerder willen omkeren. Het zou van hoogmoed getuigen om te denken dat we het allemaal zelf doen.’
‘Haha ja, dan zitten we midden in een ruzie en dan zegt Marie: laten we in gebed gaan. Dat haalt het venijn wel uit een ruzie, haha. Door gebed verzacht je en ga je anders met elkaar communiceren. Voor ons werkt dat heel, heel fijn.’
‘Ja. Dan zeg ik: God, wilt u alstublieft zorgen dat zij normaal doet? En haar alsjeblieft laten inzien dat ik gewoon mijn ruimte nodig heb.’
‘Ja precies, zoals je merkt: geloof brengt ook humor mee. Vroeger leek het een veroordelende God, maar nu zie ik hem als een humorvolle God.’
‘Ja. Ik heb geen make-up nodig.’ Lachend: ’Door mijn geloof heb ik een natuurlijke glow.’
‘Dat is wel een ding ja. Oké, dus eind goed al goed, dacht ik. Ik ben getrouwd, ik heb mijn geloof gevonden, ik sta in liefde, alles is gezegend, maar wat ga je daarna nog doen? Want het moet niet gezapig worden. Dus ik ben nu op zoek naar: hoe kan ik mezelf zijn, maar ook de randjes opzoeken? Het heeft geen nut om te rappen over uitgaan en vrouwen. Ik ben getrouwd. Ik heb daar ook geen zin in, het moet wel waar zijn. Tegelijkertijd, en daar heb ik het ook wel met Marie over gehad, zal ik toch wat meer in fantasierijke verhalen moeten duiken. Want over ons geluk heb ik al vaker geschreven, zei ik tegen haar, dat is niet zo spannend meer, daar wil ik geen muziek over maken. Ze zeggen dat kunst uit leed wordt geboren. Daar ben ik het niet mee eens, maar het moet in hiphop ook wel schuren. Vandaar dat ik na Carré alles even van me af ga zetten en op ontdekkingstocht ga. Alleen is dat nu geen worsteling meer, maar een avontuur waar ik me enorm op verheug en waarbij ik vertrouw op God. Begin ik alweer licht te geven?’
6 augustus 1984 Geboren als Imro Glenn Lubertus Emile de Randamie in ’t Harde.
2004 Vwo-diploma Carolus Clusius College in Zwolle.
2004 Winnaar Grote Prijs van Nederland in de categorie hiphop/r&b.
2005 Studie Religiewetenschappen Universiteit van Amsterdam.
2007 Debuutalbum Tussen licht en lucht, krijgt eerste burn-out.
2009 Winnaar Zilveren Harp.
2013 Optreden voor Willem-Alexander en Máxima tijdens 200 jaar koninkrijk met het nummer Van de regen naar de zon.
2014 Met zijn tweede album, Lobi da Basi, breekt hij door bij het grote publiek.
2014-2015 Huisband van De Wereld Draait Door.
2015 3FM Award beste hiphopartiest, Edison voor beste hiphop en voor beste album.
2017 Solotheatervoorstelling Moro Lobi. Tweede burn-out.
2019 Terug met tien ‘Veranda Sessies’, over zijn nieuwe inzichten.
2020 Speech ‘Wees moedig in je ongemak’, tijdens Keti Koti, en nieuw album, Lichthuis.
2023 Jubileumjaar met afsluitend concert in Carré.
Typhoon is getrouwd met Marie Broeckman en woont in Olst-Wijhe.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden