Een aantal jaar geleden stond ik op het erf van Felo Avagyan, een Armeense boer wiens boerderij jarenlang zo’n 100 kilometer verwijderd was van de grens met buurland Azerbeidzjan. Tot er eind 2020 een oorlog uitbrak en de nieuwe grens opeens halverwege zijn akker liep.
Dat was nog tot daaraan toe, vertelde hij. Maar de echte ramp voltrok zich een paar dagen later, toen hij op een ochtend naar buiten liep en zag dat zijn koeien blijkbaar geen benul hadden van die nieuwe geopolitieke realiteit. Ze stonden bijna allemaal in het verkeerde land te grazen.
Gehaast liep hij naar de paar Russische vredestroepen die sinds het staakt-het-vuren zijn dorp bewaakten. Kunnen jullie mij helpen, vroeg Avagyan, waarna ze gezamenlijk naar de spiksplinternieuwe Azerbeidzjaanse grenspost togen.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar toen ze daar aankwamen, begonnen die grenswachten hard te lachen. Ze wezen eerst naar de Russen, vervolgens naar de vlag van hun bondgenoot Turkije en zeiden: als jij de hulp van Poetin inschakelt, moeten wij eerst toestemming aan Erdogan vragen voor we je koeien teruggeven.
Toen Avagyan klaar was met die anekdote, schraapte hij omstandig zijn keel en tufte het losgekomen slijm richting Azerbeidzjan. In mijn blocnote schreef ik: ‘Beide aartsvijanden gunnen elkaar zo weinig dat het zelfs onmogelijk is geworden een grens met elkaar te delen.’
Dat grenzen – zowel de fysieke als die van het betamelijke – altijd de neiging hebben te bewegen, weet ik door geregeld in de spiegel mijn eigen haargrens te bestuderen, maar vooral dankzij reportages in deze krant vanuit Oekraïne, Israël en Palestina, Zuid-Soedan, Kosovo en de eilandjes in de Zuid-Chinese zee. Toch lijken de grenzen rondom Armenië de laatste jaren wel erg beweeglijk.
Ooit was Armenië een wereldrijk dat zich uitstrekte van de Kaspische tot aan de Middellandse Zee – de hoofdstad is ouder dan Rome en het was het eerste land ter wereld met het christendom als staatsgodsdienst. Maar vanwege zijn strategische plek op de Zijderoute beukten onder meer de Romeinen, de Perzen, de Ottomanen en de Sovjets de afgelopen eeuwen met zoveel succes in op de grenzen dat er inmiddels meer Armeniërs buiten het land wonen dan erin.
Deze week brokkelde er, ditmaal door toedoen van Azerbeidzjan, opnieuw een nieuw stukje grondgebied af, met wederom een massale menselijke exodus tot gevolg. In de podcast van de Volkskrant zei buitenlandverslaggever Tom Vennink, die vorige week ter plaatse was, dat er veel overeenkomsten zijn tussen het lot van Armenië en dat van Oekraïne. Toch was het vooral een verschil dat hem opviel, namelijk het verschil in westerse hulp.
Het zou natuurlijk rechtvaardig zijn als we ook in Armenië ingrepen, of op z’n minst zouden dreigen met sancties. Maar ja, de winter staat voor de deur en een deel van het gas dat de EU niet langer afneemt uit Rusland, komt sinds kort uit Azerbeidzjan. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt, en ook de grens van wat wij ontoelaatbaar vinden, is nu eenmaal in beweging.
Overigens wist koeienboer Avagyan twee jaar geleden al dat hij voortaan voor zichzelf moest zorgen. ‘De Russen doen niets, Europa zie ik nergens. Daarom stap ik vanaf nu in de honing’, zei hij. Vragend keek ik hem aan, waarna hij naar zijn doorkliefde akker wees en zei: ‘Bij bijen maakt het niet zoveel uit als ze per ongeluk de grens oversteken.’
Source: Volkskrant