Of er al iemand moe is, wil juf Annemijn Traa van haar klas weten. Niemand blijkt moe, ook al heeft groep 4 van de Louis Bouwmeesterschool in Amsterdam-West net minutenlang alles gegeven op de dreunende beats van One Direction. Steeds als Traa de videoclip op het digibord pauzeert, rennen de jongens en meisjes naar hun tafeltje om in doodse stilte rijtjes met woorden te lezen, waarna de Britse boyband de draad weer oppakt.
De meeste kinderen bewegen structureel te weinig en de oplossing voor dat hardnekkige probleem moet volgens kenners worden gezocht in meer bewegen tussen en tijdens de lessen. Amsterdam breidt daarom een project met de ‘Dynamische Schooldag’ uit van zes naar tachtig basisscholen.
Over de auteur
Mark Misérus is verslaggever van de Volkskrant en volgt daarbij vooral de ontwikkelingen in het onderwijs. Hiervoor was hij lange tijd sportjournalist.
‘We hebben de natuurlijke bewegingsbehoefte van kinderen veel te lang onderdrukt’, stelt Mirka Janssen, die als lector Bewegen in en om School met haar collega’s van de Hogeschool van Amsterdam de basisscholen begeleidt. ‘Daardoor zie je steeds meer kinderen met gedragsproblemen, denk aan de drukke jongetjes in de klas. We moeten niet bang zijn dat kinderen minder leren als ze meer bewegen. Sterker nog, uit onderzoek weten we dat regelmatig bewegen de werking van de hersenen stimuleert en dat kinderen zich na een beweegmoment juist beter kunnen concentreren.’
De Louis Bouwmeesterschool in stadsdeel Nieuw-West is een van de zes Amsterdamse basisscholen die het afgelopen jaar met de Dynamische Schooldag hebben geëxperimenteerd. Kinderen worden daarbij gestimuleerd meer en vooral afwisselend te bewegen: na de taal- of topografieles mag er even worden gedanst, gesprongen of geklommen. Binnen of op het schoolplein.
Het idee is dat er na elke leswisseling een beweegmoment plaatsvindt, legt Janssen uit. Dat kan een gymles zijn, maar ook een ‘tussendoortje’: een korte activiteit waarbij de kinderen bijvoorbeeld springend als kikkers terug de klas ingaan. ‘Veel volwassenen gaan na een hele dag achter de computer zitten een uur sporten. Maar het is juist de afwisseling waarvan je lijf en hoofd profiteren.’
De tachtig scholen liggen in stadsdelen waar de ‘beweegarmoede’ volgens wethouder Sofyan Mbarki (onder meer Sport en Bewegen) het grootst is: Amsterdam-Noord, Nieuw-West en Zuidoost. In Nieuw-West haalt 75 procent van de kinderen de nationale richtlijn van 60 minuten matig intensief bewegen per dag niet. In heel Amsterdam zit gemiddeld 60 procent van de kinderen onder die norm.
Een uur bewegen verspreid over de dag zou net zo vanzelfsprekend moeten worden als water drinken op school, zegt Mbarki: ‘Dat gebeurde een paar jaar geleden ook niet overal. Bewegen is een basisvaardigheid, net als rekenen en taal.’ Nu lijdt een op de vijf Amsterdamse kinderen aan overgewicht of obesitas. ‘Ik heb als docent op het vmbo en mbo van dichtbij meegemaakt dat leerlingen gaan verzuimen omdat ze niet lekker in hun vel zitten. Als we dit toch eens vooraf konden ondervangen, heb ik vaak gedacht.’
In andere landen is de aanpak meer van bovenaf gestuurd. Janssen: ‘Scholen in Denemarken zijn bijvoorbeeld wettelijk verplicht kinderen 45 minuten per dag te laten bewegen, naast gym en pauzes. De ene school roostert daarom lestijd uit voor het bewegen, op andere scholen zien de gangen eruit als een soort Monkey Town, met klimobjecten en glijpalen. Ons uitgangspunt is dat de beweegmomenten op school optellen tot een uur per dag, omdat de verschillen na schooltijd tussen kinderen zo ontzettend groot zijn.’
Dat veel kinderen in kwetsbare wijken te weinig bewegen, is zeker ook een kwestie van niet kunnen, zegt Mbarki. ‘Als je aan het overleven bent, is bewegen geen vanzelfsprekendheid. Daarbij is gezond eten ook nog eens veel duurder dan ongezond eten.’
Door er constant op te hameren zijn er op de Louis Bouwmeesterschool amper nog kinderen die croissants of frisdrank van thuis meekrijgen. Smaaklessen moeten de leerlingen duidelijk maken dat er meer te koop is dan paprikachips en cola. En na een jaar van vooral intern proefdraaien, durven schooldirecteur Ingeborg van der Meulen en haar team nu de volgende stap aan met de Dynamische Schooldag.
Vakdocent lichamelijke opvoeding Aschwin Bos denkt dat de ouders snel om zullen zijn. ‘Het is een kwestie van omdenken: wie meer beweegt, kan zich beter concentreren. En voor kinderen is het sowieso fijner om meer te bewegen dan stil te zitten voor een digibord.’
Niet elke leerkracht ziet er het nut van in om af te stappen van het klassieke beeld in de klas: kinderen die rustig werken aan hun tafeltje, met de juf of meester voor het bord. ‘Sommige leerkrachten waren bang dat het extra tijd zou kosten’, merkte Van der Meulen. ‘Of ze dachten dat de kinderen er juist drukker van zouden worden.’
In groep 4 lijkt daar geen sprake van. Na het One Direction-intermezzo luisteren de kinderen aandachtig naar juf Annemijn, die haar groep dirigeert naar de gang waar een getallenlijn van 1 tot 100 hangt. Daar moeten ze met een afgesproken aantal sprongen uitkomen op het getal dat de juf heeft uitgedeeld. Van der Meulen, als een jongetje dolblij het cijfer 98 heeft bereikt: ‘Dit is toch veel leuker dan dit zittend in de klas doen?’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden