De Italiaanse regering wil meer detentiecentra voor migranten openen en mensen langer vasthouden voor uitzetting. Het moet de druk van het overvolle Siciliaanse eilandje Lampedusa halen. Maar personeel, activisten en gedetineerde migranten noemen het plan inhumaan en ineffectief. ‘De gevangenis was beter.’
‘Bel mijn advocaat! Bel mijn advocaat!’, roept Abdlilah Kriki (43), terwijl hij geagiteerd heen en weer beent over een grauwe binnenplaats, omgeven door metershoge stalen hekken. Kriki’s ontblote bovenlijf is zwaar verbrand, witte vellen hangen los in zijn hals.
De Marokkaan, die al sinds 2000 in Italië is, stak zichzelf twee nachten eerder dronken in brand, thuis in zijn huurwoning. Hij belandde in het ziekenhuis, maar ook de politie was bij het incident uitgerukt. Daar begon voor Kriki een nieuwe serie problemen. Omdat hij geen geldige verblijfsvergunning heeft, bracht die hem vanuit het Toscaanse ziekenhuis naar het detentiecentrum in Rome.
Ook de staf van het centrum lijkt zich niet goed raad met Kriki te weten. Hij heeft duidelijk behandeling nodig, maar een dokter in het ziekenhuis heeft nu eenmaal het certificaat ondertekend dat hem medisch geschikt verklaart voor deze zogeheten ‘administratieve detentie’. Nu zit hij opgesloten achter dikke ijzeren spijlen, waarlangs zich een tiental mannen van allerlei nationaliteiten verdringt. Ze schreeuwen om sigaretten, een douche, beddengoed.
In naam is dit geen gevangenis, maar in praktijk is het centro di permanenza per il rimpatrio (‘detentiecentrum voor terugkeer’) op geen enkele andere manier te beschrijven. Het complex ligt in een troosteloze vlakte op zo’n tien kilometer van vliegveld Fiumicino. Binnen is plek voor 120 mannen en vijf vrouwen, de enige vrouwenafdeling van het land.
Het leger bewaakt de betonnen buitenmuur, binnen maakt de politie de dienst uit. De dagelijkse gang van zaken – maaltijden, beltegoed, juridisch advies regelen – is uitbesteed aan personeel van het Zwitserse bedrijf Ors, dat ook een aantal asielzoekerscentra in Italië bestiert.
De detentiecentra, waarvan er momenteel verspreid over Italië negen open zijn, staan al jaren bekend om de slechte leefomstandigheden, extreem wijdverspreid gebruik van psychofarmaca en geweldsuitbarstingen. Toch maakte de regering van premier Giorgia Meloni onlangs bekend nog eens tien centra te willen openen, in de hoop meer migranten naar hun land van herkomst terug te sturen. Meloni maakte de maatregelen bekend na de enorme hoeveelheid aankomsten op het Siciliaanse eilandje Lampedusa de afgelopen maanden.
De rechtse regering van Italië wil haar electoraat duidelijk laten zien dat ze streng optreedt tegen irreguliere migratie. Zo werd de maximaal toegestane verblijfsduur in detentiecentra in september al verlengd van vier naar achttien maanden. Ook ligt er een decreet dat migranten voortaan een waarborg van 4.938 euro vraagt, om verblijf in een detentiecentrum te vermijden. De maatregel leidde tot veel verontwaardiging, al is het nog onduidelijk of en hoe de waarborgsom daadwerkelijk toegepast kan worden zonder de grondwet te schenden.
Maar gaan de plannen, nog los van juridische en ethische bezwaren, überhaupt helpen om de migratie over zee naar Europa te verminderen? In het Romeinse detentiecentrum vinden niet alleen de gedetineerde migranten dat hoogst onwaarschijnlijk. Ook het personeel, dat eigenlijk niet met de pers mag praten, is sceptisch over de detentiecentra als instrument om grip te krijgen op irreguliere migratie.
Over de auteur
Rosa van Gool is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan voor de Volkskrant. Zij woont in Rome.
Anderen die de detentiecentra van binnenuit kennen zijn al even kritisch. Zo noemt Valentina Calderone, die als gemeentelijk ‘hoeder van de rechten van gedetineerden’ geregeld in het Romeinse centrum komt, de plannen van de regering ‘rampzalig'. ‘Het is spierballentaal. We weten dat uitzettingen, als ze lukken, na twee à drie maanden plaatsvinden. Langer vasthouden heeft geen zin en is vrijheidsberoving voor wie niets misdaan heeft.’
‘De gevangenis was beter dan deze plek’, zegt Mohamed Daou (36) bitter. ‘Daar was tenminste een sportveld, een bibliotheek, een eetzaal. Hier is niets.’ De Tunesiër zit sinds twee weken in het detentiecentrum, vertelt hij in een kaal kantoortje dat grenst aan de binnenplaats. In 2011 kwam hij aan op Lampedusa. Hij reisde door naar het Noord-Italiaanse Padova waar hij, bij gebrek aan andere werkgelegenheid, cocaïne begon te dealen.
Hij viel op tussen de andere Noord-Afrikanen, zegt de boomlange Tunesiër, omdat hij tot de zwarte minderheid van het land behoort. Toen hij gearresteerd werd, omschreef de lokale pers hem als ‘de Balotelli van de drugsdealers’, zegt hij met een lachje. In de zomer van 2014 kwam hij weer vrij. Sindsdien heeft hij zijn leven naar eigen zeggen gebeterd.
Dat hij nu in een detentiecentrum zit, is een wrede speling van het lot. Daou woont al jaren zonder papieren in Marseille, waar een enorme Tunesische gemeenschap is. Hij kwam alleen naar Italië omdat hij er een contract wilde tekenen, bij een monteursbedrijfje dat als onder-onderaannemer werkt voor Ikea.
Zo hoopte hij kans te maken op een Italiaans werkvisum, en uiteindelijk op legaal werk en papieren in Frankrijk. De droom eindigde tijdens een politie-inspectie van het irreguliere hotel waar hij verbleef in afwachting van het contract, in de buurt van Venetië.
Of hij ook echt uitgezet zal worden, is nog maar de vraag. Het is een publiek geheim dat de centra weinig effectief zijn in het bereiken van hun doel: slechts de helft van de gevangenen belandt op het vliegtuig. De andere helft stond in Rome het afgelopen jaar gemiddeld na 27 dagen weer buiten de poort, met in de hand een papiertje dat hen beveelt om het land binnen een week te verlaten. De vuilnisbak op het nabijgelegen station zit er vol mee.
Officiële uitzettingen kunnen alleen plaatsvinden als het land van herkomst meewerkt, en weinig landen doen dat. In 2022 zaten er in Italië 6.383 mensen vast in detentiecentra, van wie er 3.154 werden uitgezet. In totaal vonden er 3.916 uitzettingen plaats (een deel sloeg het detentiecentrum dus over). Het overgrote merendeel daarvan ging naar Tunesië (2.308), Marokko en Egypte volgen op afstand met enkele honderden uitzettingen.
Die aantallen verbleken niet alleen bij het aantal aankomsten via zee, dit jaar tot nu toe zo’n 133 duizend, maar ook bij het aantal inwoners van Italië zonder papieren. Dat zijn er naar schatting ongeveer een half miljoen. Ook met twee keer zo veel detentiecentra zou de ‘uitzetcapaciteit’ dus relatief erg laag zijn.
In praktijk worden de schaarse plekken dan ook vaak gevuld met migranten die uit de gevangenis komen, waar hun verblijfsvergunning in de tussentijd verlopen is. Terwijl Italiaanse ex-gedetineerden vrijkomen, kunnen niet-Italianen na hun uitgezeten straf zomaar een aantal maanden extra detentie krijgen. Beslissingen over administratieve detentie worden slechts minimaal getoetst door een lage rechter.
Volgens een woordvoerder van mensenrechtenorganisatie Cild vormt de groep die direct uit de gevangenis komt de laatste jaren zo’n 70 à 80 procent van de populatie. Ze zijn meestal al jaren in Italië. Ook wie niet rechtstreeks uit de gevangenis komt, is vaak al jaren in Europa, zoals Mohamed Daou. Het verband tussen de detentiecentra en een uitpuilend Lampedusa is dus veel minder sterk dan de regering het graag presenteert.
Maar de werkwijze verschilt per centrum, zegt activist Yasmine Accardo. ‘Op Sicilië zien we wel voorbeelden van Tunesiërs die meteen na aankomst worden uitgezet, dit gebeurde vooral tijdens covid.’ De leraar Italiaans houdt zich al vijftien jaar bezig met de detentiecentra, en zet zich met haar actiegroep in voor onmiddellijke sluiting.
‘Zelfs vanuit het oogpunt van openbare veiligheid werkt het niet’, zegt Accardo. ‘Na een paar maanden staat de helft toch weer op straat, in slechtere psychische gesteldheid dan ervoor.’ De meeste migranten verblijven niet langer dan enkele maanden in de centra, maar Accardo kent mensen die er wel vijf of zes keer achter elkaar terechtkwamen. Het oprekken van de maximale verblijfsduur naar achttien maanden noemt ze ‘monsterlijk’.
In het Romeinse detentiecentrum zitten plegers van gewelddadige misdrijven in één ruimte met voormalig krabbelaars als Daou, verwarden zoals Abdlilah Kriki die zichzelf in brand stak, en een enkeling zonder strafblad of psychische ziekte. De arrestatieverhalen uit de laatste drie categorieën hebben één gemene deler: willekeur.
Zo weet Daou zelf ook dat het puur geluk is dat hij na zijn vrijlating uit de gevangenis in 2014 níét in het detentiecentrum belandde. Hij had toen immers ook geen papieren en een recenter strafblad. ‘Het was zaterdagavond, dus er was niemand om me op te vangen', verklaart hij schouderophalend.
Over willekeur kan ook Ala Rezgui (29) meepraten. Twee weken geleden reed hij van het Franse Lyon naar Italië om de vrouw van zijn dromen te ontmoeten, die hij online had leren kennen. Zover kwam het nooit. Na een politiecontrole in Modena zit de Tunesiër nu achter de betonnen muur en het stalen hek, maar hij heeft geluk: vandaag komt hij vrij.
Rezgui heeft namelijk een asielaanvraag ingediend, die ontvankelijk verklaard is omdat hij in Tunesië behoorde tot een groep voetbal-ultra’s die door de politie vervolgd worden. Op de vraag waarom hij dat niet meteen na zijn aankomst over zee in november 2020 deed, antwoordt hij destijds niet van de mogelijkheid te hebben geweten.
Aangezien de Tunesiër zijn eerste dagen in Italië verplicht doorbracht op een quarantaineschip, waar voorlichtingen plaatsvonden en flyers uitgedeeld werden, is dat niet erg waarschijnlijk. Het ligt meer voor de hand dat Rezgui – net als veel anderen – expres geen aanvraag deed, maar ervoor koos om onder de radar door te reizen naar Frankrijk, waar zijn moeder en halfbroertjes wonen. Want wie een aanvraag doet in Italië, moet volgens de Dublinverordening de uitkomst afwachten in Italië.
Bewust of niet, het feit dat hij eerder geen asiel aanvroeg blijkt in de flipperkast van het Europese migratierecht drie jaar later goed uit te pakken: Rezgui had de aanvraag nu nog ‘achter de hand’ als ontsnappingsroute uit het detentiecentrum. Die route werkt overigens alleen als de aanvrager geen strafblad heeft, en zelfs dan wordt hij volgens activist Accardo niet in alle centra toegepast.
Maar wel bij Rezgui, die na twee weken gevangenschap naar buiten mag. Hij heeft alleen een plastic tasje met papieren bij zich en zegt te vertrekken naar verre familie op Sicilië, om daar de uitkomst van de asielaanvraag af te wachten – op Italiaans grondgebied, zoals verplicht is. ‘Dit voelt als een tweede leven.’
Zijn landgenoot Mohamed Daou heeft vooralsnog minder geluk. Hij wil maar een ding: weg uit het centrum. ‘Ik word nog liever uitgezet naar Tunesië dan hier te zitten.’ Dan kan hij zijn moeder, die ernstig ziek is, tenminste eindelijk weer eens zien. Maar denk niet dat hij daar blijft, zegt Daou beslist. ‘Binnen een paar weken ben ik terug in Europa. Ik ken de weg al.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden