N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
De bazuin In zijn nieuwe oratorium ‘Apocalypsis’ verbindt componist James Wood de rampen uit de Openbaring van Johannes met ons tijdsgewricht. Zeven saxofoons verklanken de engelen met hun bazuinen. Maar wat is eigenlijk een bazuin? En waarom koos Johannes juist dit instrument?
Met de titel Apokalypsis laat componist en dirigent James Wood weinig misverstanden bestaan over het onderwerp van zijn nieuwste werk. Het oratorium voor koor, orgel en een septet van saxofonisten is donderdagavond te horen in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam, twee dagen na de wereldpremière in Gent. Wood verbindt ‘de grote verschrikkingen’ uit de Openbaring van Johannes uit de Bijbel met gebeurtenissen uit het huidige tijdsgewricht, van 9/11 tot de catastrofale gevolgen van klimaatverandering. Apokalypsis wordt uitgevoerd door Collegium Vocale Gent, organist Darius Battiwalla en het ensemble BL!NDMAN, onder leiding van de componist.
Zeven saxofoons: de ongewone bezetting van Apokalypsis is een verwijzing naar de zeven engelen die in het Bijbelboek Openbaring op zeven bazuinen blazen en zo verwoestende rampen over de aarde brengen. De bazuinen kondigen het einde aan – én de komst van het Koninkrijk Gods. In de iconologie van de Middeleeuwen was de Apocalyps een geliefd onderwerp en van de zeven bazuinen bestaan talloze beroemde plaatjes. Voorbeelden zijn de serie wandkleden die bekendstaat als de Apocalyps van Angers (ca. 1380) en het geïllumineerde manuscript De Apocalyps van Bamberg (ca. 1020). Ook Albrecht Dürer beeldde bazuinen af in zijn reeks houtsneden naar het Bijbelboek (1498). Doorgaans zien ze eruit als lange, dunne, rechte toeters, uitlopend in een brede beker.
„Ik hoorde achter me een luide stem, die klonk als een bazuin”
Al in het eerste hoofdstuk van Openbaring is sprake van een bazuin: „Ik hoorde achter me een luide stem, die klonk als een bazuin”. Kennelijk was de bazuin een instrument met een spreekwoordelijk groot volume. Johannes van Patmos, zoals de auteur van het boek Openbaring meestal genoemd wordt, gebruikt de vergelijking hier om het stemgeluid van Jezus, die hem aanspreekt, te omschrijven. Zo verbindt hij de bazuin vanaf zijn eerste woorden met het goddelijke. Maar waarom koos Johannes juist voor bazuinen? Wat is een bazuin eigenlijk precies? En waar komt dat rare woord vandaan?
‘Der Engel mit dem Rauchfass und die sieben Posaunen’, uit het ongeveer het jara 1000.
Foto Staatsbibliothek Bamberg
In onze buurlanden klinkt de Apocalyps namelijk net een tikje anders. In de King James-bijbel krijgen de engelen zeven ‘trumpets’ in handen gedrukt, wat toch een beetje is alsof ze bij de fanfare zitten. De Duitse Einheitsübersetzung gebruikt het woord ‘Posaunen’, waarmee men tegenwoordig trombones bedoelt. De Duitsers nemen het bovendien niet zo nauw met de organologie (instrumentenleer), want ook de zeven ramshoorns waarmee in het boek Josua de muren van Jericho worden neergehaald, heten bij hen Posaunen. Maar de gekromde ramshoorn, sjofar in het Hebreeuws, is echt een ander instrument dan de bazuin.
Het woord ‘bazuin’ komt volgens Van Dale via het Oudfrans (boisine, buisine) van het Latijnse bucina, wat ‘hoorn’ betekent en gevormd is van bos (rund, koe) en canere (zingen, spelen, blazen). De Romeinse bucina had een karakteristiek krul, maar de techniek om een metalen buis te buigen was in de vroege middeleeuwen verloren gegaan.
Het middeleeuwse instrument dat wij bazuin noemen was een rechte, ruim anderhalve meter lange natuurtrompet, meestal gemaakt van koper of brons – precies zoals op de afbeeldingen van de Apocalyps. Een natuurtrompet had geen ventielen, zoals een moderne trompet; de enige manier om de toonhoogte te veranderen was door middel van lipspanning. Dat betekent dat er maar een beperkt aantal tonen op gespeeld kon worden, de ‘natuurtonen’ van de boventonenreeks. De middeleeuwse bazuin werd vooral gebruikt om signalen te geven in een militaire context of bij ceremoniële gelegenheden.
Oorlogstrompetten als de Griekse salpinx bestonden in veel oude culturen, van de Assyriërs in Mesopotamië tot de Etrusken in Italië. De Arabische wereld kent de nafir, die wortels heeft in het Perzische Rijk. De Kelten hadden de carnyx, een lange koperen natuurtrompet die uitliep in een drakenkop en die rechtop werd bespeeld, om de vijand af te schrikken.
Van de salpinx zijn geen intacte exemplaren overgeleverd, maar in het graf van farao Toetanchamon zijn wel twee Egyptische ‘trompetten’ aangetroffen. Er is zelfs op gespeeld, in 1939, voor een uitzending van de BBC, en het geluid is terug te luisteren in een radiodocumentaire uit 2011. Daarbij werd een modern mondstuk gebruikt, omdat de oorspronkelijke mondstukken een extreem grote opening hadden, vertelt trompettist Peter Tappern, de zoon van James Tappern, die de trompetten bespeelde op de opname uit 1939: hoe de Egyptenaren het instrument zelf bespeeld hebben is “beyond me”, zegt Peter Tappern in de docu.
Johannes van Patmos schreef in het Grieks en het woord dat hij gebruikte is salpinx. De etymologie van dat Griekse woord is onbekend, zegt classicus Sarah Nooter, verbonden aan de University of Chicago, aan de telefoon. Volgens haar zijn er ook nauwelijks verhalen over de oorsprong van de salpinx. Het ontbreken van een ‘scheppingsmythe’ is opvallend, want over de aulos, dat andere Griekse blaasinstrument, bestaan er juist heel veel verhalen, zegt Nooter: „De verhalen over de aulos gaan over kwetsbaarheid en belichaming. De godin Athene zou het instrument gecreëerd hebben om het geluid te imiteren van de Gorgonen, de zussen van Medusa, die nadat hun zus door Perseus vermoord is hartverscheurend huilen. Over de salpinx bestaan zulke verhalen niet. Hij werd ook niet voorgesteld als een muziekinstrument: de salpinx was een natuurlijk ‘feit’, een huge sonic thing. Ik woon naast een brandweerkazerne en elke dag hoor ik de sirenes, maar je moet je voorstellen dat mensen in de oudheid nauwelijks bekend waren met harde geluiden. Je had de donder, en die kwam van de goden. En na de donder was de salpinx het luidste geluid dat er bestond.”
De auteur van het boek Openbaring, die schreef in het jaar 96, leefde in dezelfde wereld als Aeschylus in de vijfde eeuw en Homerus in de achtste eeuw voor Christus, zegt Nooter. „Wij zijn geneigd het begin van onze jaartelling als een waterscheiding te zien, maar het christendom kreeg pas gaandeweg voet aan de grond. Pas in de vierde eeuw, onder keizer Constantijn, werd het christendom de dominante religie in Rome. Lange tijd kon het nog alle kanten op. De beeldtaal van Openbaring ligt heel dicht bij die van de antieken. Het voornaamste verschil is de aanwezigheid van engelen.”
Nooter publiceerde in 2019 een fascinerend artikel over de salpinx, getiteld ‘The war-trumpet and the sound of domination in ancient Greek thought’. Hierin verbindt ze het geluid van deze ‘oorlogstrompet’ met ideeën over macht, onoverwinnelijkheid en het goddelijke. De salpinx komt veelvuldig voor bij de tragediedichters van de klassieke periode, zoals Aeschylus, maar ook al bij Homerus. Net als de middeleeuwse bazuin treedt de salpinx steeds op in een militaire context, maar vaak is er ook sprake van een bovennatuurlijke kracht: het geluid, dat meestal „van ver” komt, „impliceert aanstaande vernietiging”, schrijft Nooter onheilspellend.
Ze citeert een voorbeeld uit boek 18 van de Ilias, waar de oorlogskreten van de woedende Achilles vergeleken worden met een salpinx; het gevolg is dat de Trojanen simpelweg dood neervallen.
Een cornu, een instrument dat sterk lijkt op de bucina:
Het geluid van de aulos:
De salpinx bracht dus niet alleen het luidste geluid voort dat Johannes van Patmos en zijn eerste lezers kenden, het ‘instrument’ had een aura van goddelijke macht. In feite was het een wapen dat tegenstanders kon vernietigen. En daar komt nog iets bij: Nooter constateert dat verhalen over de aulos altijd gaan over de bespeler van het instrument, terwijl die figuur bij de salpinx opvallend afwezig is. De salpinx had historisch gezien een militaire functie en iemand, „some guy”, moet erop geblazen hebben wanneer de troepen oprukten.
Maar in essentie werd de salpinx niet bespeeld – hij werd gehóórd, zegt Nooter: „Het is het verschil tussen stem en geluid. De aulos was een ‘prothese’ van de menselijke stem; de salpinx was totaal niet verbonden met het lichaam.” In haar artikel spreekt ze van „een onafhankelijke macht”.
Zo bezien is het niet gek dat Johannes van Patmos zeven ‘bazuinen’ liet schallen om de Eindtijd in te luiden. Op de lege plek achter het mondstuk plaatste hij zeven engelen. Zoals Achilles de Trojanen omverblies, zo kanaliseerde Johannes in zijn visioen de goddelijke macht om de oude wereld weg te vagen en de nieuwe in te luiden.
Zeven saxofonisten heeft James Wood nodig voor zijn oratorium Apokalypsis. De saxofoon lijkt op het eerste gezicht niet de meest logische keuze om een bazuin mee te verklanken. Het is een vrij jong instrument, luid weliswaar, maar het lijkt niet op een historische bazuin en met het ingewikkelde kleppensysteem werkt het heel anders dan een natuurtrompet. Eric Sleichim, saxofonist en artistiek leider van BL!NDMAN, heeft daarover echter een idee:
„Op het conservatorium, veertig jaar geleden, was ik niet tevreden met de klassieke klank die we moesten cultiveren. Ik was gefascineerd door grote jazzsaxofonisten als John Coltrane en Cannonball Adderley, met hun karaktervolle klank die je direct herkent. Dat wilde ik ook. Toen hoorde ik dat Coltrane van de soloklarinettist van het orkest van de Met (operahuis in New York) een techniek had geleerd om met alle kleppen dicht te spelen, zodat je alleen met lipspanning de toonhoogte kunt veranderen – eigenlijk zoals je trompet speelt. Dat geeft een veel rijkere klank. De saxofoon is een schizofreen instrument, tussen hout en koper in, en door die koperblazerstechniek toe te passen wordt het echt een hybride instrument, met een enorme rijkdom. Toen we begonnen met BL!NDMAN was die techniek ons referentiepunt, die manier van spelen zit vervat in onze klank. Daardoor kunnen we klinken als een orgel.”
In Apokalypsis zet Wood vijf verschillende saxen in: sopraan, alt, tenor, bariton en Tubax, een begin deze eeuw ontwikkeld basinstrument. Het stuk begint en eindigt met een ensemble van zeven sopraansaxen, die rondom het publiek staan opgesteld en unisono spelen, zegt Sleichim: “Ik denk niet dat iemand eerder voor zeven sopraansaxen geschreven heeft en ik moet zeggen, het klinkt vrij apocalyptisch. Het is een heel krachtige textuur, maar ook vervormd, zoals de smeltende uurwerken van Salvador Dalí. Het is hallucinant. Je voelt dat wij de boodschappers van het laatste oordeel zijn.”
NieuwsbriefNRC Cultuurgids
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC