Het leven is hard werken, veel concurrentie – en word je er gelukkig van? Onder afgestudeerden in China voltrekt zich een kleine revolte. Ze gaan weer bij hun ouders wonen en laten zich daar verzorgen. ‘Als ik gelukkig ben, dan zijn mijn ouders dat ook.’
Als jonge twintiger dacht Chen dat ze later een ambitieuze carrièrevrouw zou worden. Ze had een masterdiploma van een topuniversiteit, en droomde van een goedbetaalde baan in de modesector. Tot ze in haar eerste job zo veel moest overwerken dat ze er rugpijn van kreeg, terwijl ze amper genoeg verdiende om de huur van haar appartement te betalen. Chen besloot terug naar huis te gaan, en ‘voltijds dochter’ te worden: te leven op kosten van pa en ma.
De 27-jarige Chen maakt deel uit van een groep in China die zo snel aan het groeien is dat er een nieuwe naam voor is bedacht: ‘voltijdse kinderen’. Het zijn jongeren die geen baan kunnen vinden, of geen baan die aan hun wensen voldoet, en weer bij hun ouders gaan inwonen. De term, die recent populair werd op sociale media, zegt veel over de staat van de Chinese economie, maar ook over de veranderende waarden van de Chinese middenklasse.
Over de auteur
Leen Vervaeke is correspondent China voor de Volkskrant. Zij woont in Beijing. Eerder was ze correspondent België.
‘Als ik arm was geweest, zou ik waarschijnlijk doorgezet hebben, maar dat is niet het geval’, zegt Chen, die anderhalf jaar bij haar ouders inwoonde. ‘Zelfs als ik niet werk, kunnen mijn ouders me steunen, dus koos ik ervoor om terug te gaan. Ik heb misschien geen grote idealen, maar ik heb gewoon het gevoel dat het al niet makkelijk is om gelukkig te zijn in het leven. Waarom hebben mijn ouders zo hard gewerkt? Was dat niet om mij gelukkig te maken? Als ik gelukkig ben, dan zijn zij dat ook.’
Lange tijd werd in China neergekeken op jongeren die op kosten van hun ouders leefden. De Chinese traditie schrijft voor dat kinderen voor hun bejaarde ouders zorgen. Thuiswonende volwassenen werden lang ‘kenlaozu’ genoemd: ‘zij die aan hun ouderen knagen’. Maar de nieuwe term ‘voltijdse kinderen’ toont dat die perceptie aan het veranderen is. Het stelt inwonende jongeren als een soort werknemers voor: ze helpen in het huishouden, en krijgen in ruil een toelage van hun ouders.
Op sociale media verdedigen veel voltijdse kinderen hun keuze en pakken ze uit met vrolijke video’s van het leven in Hotel Mama. ‘De online-commentaren zijn over het algemeen positief’, zegt Hou, een 26-jarige die anderhalf jaar bij haar ouders inwoonde, en daar uitgebreid over berichtte. ‘Het voelde goed, alleen jammer dat het niet langer duurde. Ik prijs mezelf gelukkig, want ik voel me gesteund door mijn familie. Ik heb zelfs tegen mijn vrienden gezegd dat ik over een paar jaar misschien weer ontslag neem om fulltimedochter te worden.’
De toename van het aantal thuiswonende jongeren, en de veranderende perceptie ervan, is een gevolg van de moeilijke arbeidsmarkt in China. De Chinese economie kampt met tal van problemen – een tegenvallend herstel na drie jaar covidrestricties, een vastgoedcrisis en haperende export – en de jeugdwerkloosheid neemt toe. In juni bedroeg die 21,3 procent. In juli, nadat nog eens 11,6 miljoen afgestudeerden op de arbeidsmarkt kwamen, besloot Beijing de statistieken niet langer te publiceren.
Naast die 6,3 miljoen werkloze jongeren, die de voorbije drie maanden minstens één keer solliciteerden, telt China ook nog 16 miljoen ‘niet-werkende jongeren’, die niet op zoek zijn naar een baan. Zij knappen af op de lange werkdagen en lage salarissen van veel startersbanen, en trekken zich terug van de arbeidsmarkt. Zij leven van hun spaargeld, of – in de meeste gevallen – op kosten van hun ouders, wachtend op betere tijden.
De 27-jarige Chen is een typisch voorbeeld. Zij liep na haar afstuderen eerst stage bij een groot luxemerk in Shanghai, maar realiseerde zich dat ze in de modesector nooit het door haar gewenste evenwicht tussen werk en privéleven zou vinden. Daarna kreeg ze een baan aangeboden bij een it-bedrijf in Hangzhou, maar ook daar moest ze veel overwerken en vond ze de werkdruk niet in verhouding staan met het salaris (zo’n 2.000 euro). Na anderhalf jaar nam ze ontslag.
Chen keerde terug naar haar geboorteplaats, een kleine stad in de oostelijke provincie Fujian. Haar ouders hebben een eigen bedrijf en waren bereid haar op te vangen. Ze hoefde niets te doen in het huishouden, en kreeg een maandelijkse toelage van 640 euro, al bracht haar moeder dat later terug naar 385 euro, toen Chen al te gemakzuchtig werd. ‘Ik was in die tijd vooral aan het bingewatchen’, zegt ze. ‘Ik liet me een beetje gaan.’
Chen zag wel dat thuis nietsdoen geen oplossing was, maar ze wilde ook niet terug naar de intense concurrentie van Hangzhou of Shanghai. ‘Het leek me niet de moeite waard om heel hard te werken om een beetje meer te verdienen’, zegt ze. ‘Mijn ouders hebben veel geld betaald om me in het buitenland te laten studeren, en ik had gevoel dat dat gezwoeg niet overeenstemde met mijn opleiding. Maar ik had onrealistische verwachtingen: ik wilde een makkelijke én goedbetaalde baan.’
De verschuivende perceptie rond inwonende jongeren komt voort uit een combinatie van factoren. Veel Chinezen van de Generatie Z zijn in relatieve welvaart opgegroeid. Ze dachten dat hun universiteitsdiploma hun toegang zou geven tot een comfortabel leven, maar krijgen nu door de economische neergang het deksel op de neus. De meesten van hen zijn bovendien enig kind, ze zijn erg beschermd opgevoed.
‘Deze jonge generatie is opgegroeid in een tijd dat China verondersteld werd de nummer 1 van de wereld te worden’, zegt Yunxiang Yan, hoogleraar sociale antropologie aan de Universiteit van Californië in Los Angeles. ‘Hun mentaliteit is anders dan die van vorige generaties. Die werden opgejaagd door een gevoel van onzekerheid en werkten extreem hard. Maar de huidige jongeren vinden dat ze unieke individuen zijn, die recht hebben op het allerbeste ter wereld. Nu de economie een neerwaartse beweging maakt, raken zij zwaar ontgoocheld.’
Tegelijk ziet Yan, als reactie op de onzekere tijden, een terugkeer naar sterke familiebanden, na decennia van toenemend individualisme. Alleen staan dit keer niet de ouders, maar de kinderen centraal. ‘Veel Chinese ouders hebben maar één kind, en ze koesteren dat kind op extreme wijze’, zegt hij. ‘Het is het enige wat hun leven betekenis geeft. Wat je ziet is een eenvoudig proces van wederkerigheid: de ouders voelen zich spiritueel beloond door hun kind te beschermen, en het kind krijgt materiële steun en bescherming door aan zijn ouders te hangen.’
Opvallend is dat ook de Chinese staatsmedia positief berichten over de voltijdse kinderen, in tegenstelling tot hun afkeurende reacties op eerdere trendwoorden als ‘involutie’ en ‘platliggen’, waarmee jongeren ook al aangaven dat ze uit de ratrace wilden stappen. ‘Toen die termen opkwamen, zo’n twee jaar geleden, deed de Chinese economie het nog redelijk goed’, zegt Yan. ‘De respons van de staatsmedia was: jullie zijn lui, jullie moeten je schamen. Maar nu helpen de voltijdse kinderen om de spanning te verlichten. En dus oordelen de staatsmedia op dit moment mild.’
Economen zijn minder positief. Als jongeren te lang van de arbeidsmarkt wegblijven, kunnen ze daar hun hele carrière schade van ondervinden, zeggen zij. Ook Yunxiang Yan ziet risico’s. ‘Als de wederzijdse afhankelijkheid tussen ouders en kinderen te groot wordt, kan dat de creativiteit van de jongere generatie schaden’, zegt hij. ‘Die generatie is dan niet bereid haar eigen weg te zoeken, maar blijft liever onder de beschermende vleugels van de ouders.’
Veel voltijdse kinderen beginnen zich na verloop van tijd zelf ook zorgen te maken. Ze zien hun tijd bij hun ouders als een overgangsperiode, niet als een langetermijnoplossing. Velen doen mee aan examens, om binnen te komen in de ambtenarij, het onderwijs of een masteropleiding. Of ze verlagen hun verwachtingen en gaan terug naar een laagbetaalde baan in de stad. Lang niet alle ouders hebben de financiële middelen om hun kind langdurig te steunen.
Ook Chen vond na anderhalf jaar dat haar tijd als fulltimedochter lang genoeg had geduurd. Ze is sinds drie weken aan de slag als leerkracht, een baan die ze vroeger nooit overwogen zou hebben, maar die haar beter bevalt dan verwacht. Ze verdient de helft minder dan bij het it-bedrijf in Hangzhou, maar ze heeft veel meer vrije tijd. En ze vergroot er haar kansen mee op de huwelijksmarkt, die ze volgens de Chinese traditie op haar leeftijd dringend moet betreden.
Chen heeft genoten van haar tijd als fulltimedochter, maar ze is blij met haar nieuwe stap. ‘Ik had af en toe momenten dat ik me zorgen maakte’, zegt ze. ‘Ik dacht: ik ben al 27 jaar, ik heb geen relatie, geen gezin, geen werk, en ik ben nog steeds afhankelijk van mijn ouders. Zij zullen op een dag ook ouder worden. Ik denk dat iedereen die bij zijn ouders woont, op een bepaald moment die afweging maakt. Het leven als voltijds kind is op de lange termijn niet houdbaar.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden