Home

Is Nederland te veel op New York gaan lijken?

In november 2007 mocht ik de Pietje Bell-lezing geven in de Kunsthal in Rotterdam. Ik pleitte ervoor om de Nederlandse verzorgingsstaat om te vormen naar een kansenmaatschappij naar New Yorks model. De verzorgingsstaat was een verstikkende deken voor de grote groepen migranten die naar Nederland kwamen om hun geluk te beproeven en werkte de achterstand van migranten in de hand, in plaats van dat die hun kansen vergrootte. Hoewel ik erkende dat het einde van de geschiedenis voorspellen altijd riskant is, zag ik New York als het ultieme model voor een samenleving zonder grenzen - de stad van de toekomst.

Over de auteur
Heleen Mees is columnist van de Volkskrant. Eerder promoveerde ze op de Chinese economische groei. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Onderzoek van John Mollenkopf, een Amerikaanse onderzoeker werkzaam bij de City University van New York die de positie van de eerste en tweede generatie migranten in het onderwijs en op de arbeidsmarkt in New York en Amsterdam met elkaar had vergeleken, liet zien dat Amsterdam begin deze eeuw op beide gebieden aanmerkelijk slechter scoorde dan New York, waar meer dan 90 procent van de migranten aan het werk was. Anders dan Amsterdam, was New York bovendien toen al een ware talentenmagneet. De energie en opwinding van het leven in zo’n mensenkluwen zijn voor velen onweerstaanbaar.

Een grote financiële crisis en een pandemie later, moet ik soms mijn ogen uitwrijven hoezeer Nederland op New York is gaan lijken. Het summum was een jonge vrouw die op rolschaatsen over de Weesperzijde in Amsterdam voorbij stoof met drie koffiebekers op een kartonnen blaadje in haar hand. De service-economie in Nederland is sinds de pandemie geëxplodeerd. Terwijl twintig jaar geleden een groot deel van de migranten in Nederland afhankelijk was van een uitkering, hebben de meesten nu werk gevonden - in de dienstensector maar ook daarbuiten. De arbeidsparticipatie in Nederland is in twintig jaar tijd gestegen van 68 naar 76 procent. De grootste stijging heeft zich voorgedaan sinds het uitbreken van de coronapandemie.

Van de 150 duizend Syrische vluchtelingen die een verblijfsvergunning in Nederland hebben gekregen, en waar de arbeidsmarktpositie lange tijd zorgelijk van was, heeft inmiddels 55 procent betaald werk. Onder de Syrische mannen is de participatiegraad zelfs 67 procent. De afhankelijkheid van een bijstandsuitkering is gedaald van 90 procent in 2017 tot 37 procent in 2022. Van de vluchtelingen uit Oekraïne, grotendeels vrouwen en kinderen, had binnen een jaar meer dan de helft van de volwassenen betaald werk gevonden. Als het nieuwe kabinet ervoor zorgt dat andere vluchtelingen net als de Oekraïners sneller aan de slag kunnen, zal de arbeidsparticipatie van migranten ongetwijfeld nog verder stijgen.

Maar New York en Nederland piepen en kraken onder hun eigen succes. In de afgelopen twaalf maanden hebben honderdduizend asielzoekers hun toevlucht gezocht in de Big Apple. Burgemeester Eric Adams wil een einde maken aan het recht op onderdak voor onbepaalde tijd voor asielzoekers in New York en duizenden volwassen asielzoekers, die zestig dagen gratis onderdak van de stad hebben gekregen, op straat zetten. Hoewel Nederland jaarlijks de helft van dat aantal asielzoekers te verwerken krijgt, piept en kraakt het ook hier door het hoge aantal buitenlandse studenten, arbeidsmigranten en familieleden dat naar Nederland komt.

De toegenomen arbeidsparticipatie van migranten betekent bovendien niet dat de kansengelijkheid in Nederland is toegenomen. Integendeel. Net als in New York is de kansenongelijkheid juist gegroeid. Kinderen die opgroeien in een arm milieu lopen op allerlei manieren het risico later in hun leven minder succesvol en gezond te worden dan kinderen die opgroeien in rijkere milieus. De risico’s variëren van te vroeg geboren worden, tot minder goed leren lezen en het krijgen van een te laag schooladvies. Dat honderden scholen in Nederland tegenwoordig gratis schoolmaaltijden uitdelen, zoals scholen in New York al veel langer doen, is veelzeggend.

New York en Nederland laten zien dat een open samenleving niet zonder grenzen kan. Anders wordt de druk op publieke voorzieningen als huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg onaanvaardbaar groot. Om bestaanszekerheid te bieden moeten de ‘well-to-do’ bovendien een groter deel van hun welvaart afstaan. Radicale kansengelijkheid zal misschien niet bereikbaar zijn. Maar we hebben de morele plicht ervoor te zorgen dat de verschillen tussen kansrijken en kansarmen kleiner in plaats van groter worden.

Source: Volkskrant

Previous

Next