Home

Er zijn begrafenissen geweest waar ik meer naar heb uitgekeken dan naar dit straatfeest

De ogen van mijn vrouw gaan over mijn gezicht en zien wat ik voel. ‘Heb je ooit zo weinig zin gehad in een feestje?’, vraagt ze. Er zijn begrafenissen geweest waar ik meer naar heb uitgekeken dan naar dit straatfeest, georganiseerd naar aanleiding van Burendag. Dat is niet omdat ik mijn nieuwe buren niet leuk vind. Ik ken ze niet, daarom juist. Geen sociaal ongemak groter dan in een groep mensen terechtkomen die jij niet kent, maar die elkaar wel allemaal kennen. Bovendien heb ik ook nog nooit Burendag gevierd. Het dichtst in de buurt van een straatfeest bij onze vorige woning kwam een schietpartij op de hoek.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Mijn dochters hebben er net zoveel zin in als ik. De een heeft uit protest haar pyjama aangetrokken en zich opgesloten op haar kamer. De ander klampt zich als een getraumatiseerde koala vast op mijn rug. Het springkussen doet ze niets, noch de grote stapel pannekoeken op een van de picknicktafels. Mijn vrouw en ik dragen allebei een sticker op onze borst met daarop onze naam en het huisnummer. We schuifelen wat in het rond, als twee pubers op een schoolfeest die de dansvloer niet op durven. In de rij voor het buffet schud ik een paar handen, stel me voor en nog voordat mijn bord is opgeschept ben ik de namen weer vergeten.

Het eten is zalig en mijn vrouw en ik krijgen aan onze tafel gezelschap van twee buurvrouwen die ons een allerhartelijkst welkom heten. Een van hen woont al twaalf jaar in deze straat. Daarvoor woonde ze midden in de stad. Ze kijkt me indringend aan. ‘Er gebeurt hier niets’, zegt ze. Het heeft lang geduurd voordat ze daaraan gewend was. Toen ze hier net was komen wonen, was ze blij met de bus die om de zoveel tijd voorbijreed. ‘Dan gebeurde er tenminste nog iets.’ ‘Maar’, stamel ik, ‘maar hoe ga je daar dan mee om, dat hier niets gebeurt?’ Ze schenkt me een wijze glimlach. ‘Door het te omhelzen.’

Als we de kinderen naar bed brengen, hoor ik dat het avondprogramma is begonnen. Dwars door de isolatiedekens van onze zolder klinkt een versterkte stem. ‘Outfit blakka, iets te weinig money in m’n zakken.’ Wat krijgen we nu? Zouden ze echt Tino Martin hebben geboekt? ‘Zo terug’, zeg ik tegen mijn dochter en snel naar beneden. Op mijn slippers loop ik de straat op. De maan staat hoog aan de hemel. Stepjes en fietsen liggen verspreid over straat. In het flakkerende licht van de vuurkorf dansen schimmen met elkaar. Ik knijp in mijn ogen en speur naar de man met de microfoon. Dan zie ik hem. Het is niet Tino Martin, het is heel iemand anders. Maar dat maakt niet uit. Dat maakt vandaag niet uit.

Source: Volkskrant

Previous

Next