Home

Exodus uit Nagorno-Karabach in volle gang: ‘Ons stukje christelijke grond is door barbaren veranderd in een hel’

Ze is er geboren, opgegroeid, getrouwd, kreeg er drie kinderen. En nu staat Meri, een schoonheidsspecialist, met een paar tassen buiten haar huis om voorgoed te vertrekken uit Stepanakert, de hoofdstad van Nagorno-Karabach. ‘Ik zie nu hoe mijn kinderen de muren van ons huis kussen’, vertelt ze huilend via de telefoon. ‘Ze willen hun geboortegrond niet verlaten.’

Maar Meri en tienduizenden andere Armeniërs in Nagorno-Karabach zien geen andere optie. Een leven onder Azerbeidzjaans gezag sluiten ze uit na een gewapend conflict van ruim dertig jaar, dat vorige week door Azerbeidzjan beslist werd via een grootscheepse militaire aanval op de pro-Armeense enclave.

‘Dit is de dag van de ondergang, dit is het einde van Karabach’, zegt Meri als ze in een auto is gestapt met haar man, tweeling van 6 en zoon van 10. ‘Ons kleine stukje christelijke grond is door barbaren veranderd in een hel.’

Over de auteurs
Tom Vennink schrijft voor de Volkskrant over Rusland, Oekraïne, Belarus, de Kaukasus en Centraal-Azië. Hij reist geregeld naar de oorlog in Oekraïne. Eerder was hij correspondent in Moskou. Fleur de Weerd schrijft over Afrika en migratie. Ook volgt ze de ontwikkelingen in Oekraïne, waar ze eerder correspondent was.

Ze sloot dinsdagmiddag aan in een lange file van haastig volgeladen auto’s op de kronkelende bergweg naar Armenië. De bergweg is de enige verbinding tussen Armenië en de enclave. Inwoners van Nagorno-Karabach zouden de weg kunnen gebruiken om heen en weer te rijden, zo had Azerbeidzjan in 2020 beloofd in afspraken over een wapenstilstand, na een oorlog van zes weken. Russische vredestroepen zouden de weg openhouden, had Moskou beloofd.

Maar in december sloot Azerbeidzjan de weg af om de bevolking van Nagorno-Karabach negen maanden uit te hongeren, in aanloop naar de verpletterende artillerieaanval van vorige week dinsdag. De Russische vredestroepen lieten het gebeuren. Pas nu, negen maanden later, heeft Azerbeidzjan de weg weer geopend voor inwoners: voor een enkele reis naar Armenië.

Sinds Azerbeidzjan de controle nam over Nagorno-Karabach en zondag de weg opende, is er een exodus op gang gekomen. Dinsdagmiddag waren er al 19 duizend van de 120 duizend inwoners aangekomen in Armenië, stellen de Armeense autoriteiten.

Duizenden anderen staan in de file of zoeken wanhopig naar vervoer om weg te komen, blijkt uit berichten op sociale media. ‘Chauffeur gezocht voor familie in Stepanakert. Er staat een auto voor de deur, de tank is vol maar de chauffeur wil achterblijven’, schrijft een Armeense vrouw op Facebook. ‘We hebben een bestelbus en kunnen veel mensen meenemen, bel dit nummer’, schrijft een ander.

Road from #Stepanakert to Kornidzor.

I didn’t have a chance to say goodbye to my house, to my street in #Artsakh.

But I will think about it after I have my whole family safe with me. pic.twitter.com/AG4UJhaJUk

Ondertussen kampt het ziekenhuis van Stepanakert met een nijpend tekort aan personeel en medicijnen om gewonden te behandelen. ‘Er zijn bijna geen artsen meer, velen zijn vertrokken’, vertelt kinderarts Anush Avanesjan telefonisch vanuit het ziekenhuis. ‘We zitten zonder medicijnen, zonder verband. Het is één grote catastrofe.’

Terwijl het aantal artsen afneemt, neemt het aantal patiënten juist toe sinds de Azerbeidzjaanse aanval. Maandagavond werden er driehonderd mensen met brandwonden binnengebracht na een grote ontploffing van een brandstoftank, waar mensen benzine zochten voor de vlucht naar Armenië. Een aantal zwaargewonden werd dinsdag met een traumahelikopter geëvacueerd naar Armenië.

Alle anderen wachten nog op evacuatie naar Armenië, zegt Avanesjan. Zelf wil ze ook weg zodra de gewonden in goede handen zijn. ‘Je weet niet wat de Azeri’s van plan zijn. Ze staan al in de buitenwijken van Stepanakert. Dat is gevaarlijk voor ons. De Russische vredestroepen doen niets.’ Ze vreest een moordpartij.

Azerbeidzjan stelt dat er geen sprake is van een gedwongen vertrek en dus ook niet van etnische zuivering. ‘De Armeense bevolking in Karabach kan nu rustig ademhalen’, zei de Azerbeidzjaanse president Ilham Aliëv vorige week. ‘Ze zijn onze burgers.’ Maandag zinspeelde hij op een volgende militaire operatie, ditmaal in het zuiden van Armenië, door het gebied in een gesprek met de Turkse president Erdogan te omschrijven als gebied dat toebehoort aan Azerbeidzjan.

De christelijke Armeniërs vertrouwen de veiligheidsgaranties van de islamitische Azeri’s niet. De Armeense premier Nikol Pasjinjan zei dinsdag dat er een etnische zuivering door Azerbeidzjan ‘aan de gang is’ en dat Armenië bereid is de bevolking van Nagorno-Karabach op te vangen. Armeniërs bieden de vluchtelingen hulp aan: van ritten naar de hoofdstad, tot tijdelijke banen en onderdak, voedsel, kleding en zelfs gratis tandzorg.

Maar niet iedereen kan zomaar weg. Azerbeidzjan controleert alle wachtenden bij militaire controleposten. President Aliëv heeft gezegd dat ‘de top van het criminele regime’ van Nagorno-Karabach vervolgd zal worden ‘voor hun oorlogsmisdaden’. Hoeveel mensen Azerbeidzjan tot de top rekent, liet Aliëv in het midden.

Wie in de rij staat, staat vaak in grote angst te wachten. Angst over wat er te wachten staat aan de grens. Wie mag door, wie moet blijven? Of zoals schoonheidsspecialist Meri het vanaf de bergweg naar Armenië verwoordt: ‘Deze weg, deze file, voelt als een laatste pesterij.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next