Parijs het centrum van de mode? Think again. De invloed van Engeland op de internationale modewereld is misschien wel groter, zo toont de expositie Royals & Rebels, British Fashion. Wat hebben die Engelsen toch dat de Fransen niet hebben?
Afgelopen zomer overleed een van de grootste stijliconen van Frankrijk. Een vrouw die met haar kleding alles uitstraalde wat wij met die ondefinieerbare Franse stijl associëren: de perfecte combinatie van ongedwongen en understated, van cool en chic. Van de simpele, rechte mini-jurkjes uit de jaren zestig, de witte T-shirts met versleten jeans uit de jaren zeventig tot de mannelijke pakken en witte overhemden die ze in de laatste jaren van haar leven graag droeg. Deze ‘ultieme Française’ was echter niet Frans, maar Engels. En het is misschien wel juist die Britse afkomst van Jane Birkin, want over haar hebben we het uiteraard, die haar in staat stelde om zo’n unieke interpretatie van de Franse slag te geven; stijlvol, maar ook subversief vanwege de manier waarop ze die basics droeg.
Met een bepaalde oneerbiedigheid die je bij echte Françaises niet zo snel ziet: de T-shirts zonder beha, immer afgetrapte sandalen of All Stars en haar spullen niet keurig in een damestas, maar in een volgepropte rieten mand. Zelfs toen haar de ultieme eer werd gegund, een naar haar vernoemde tas van het meest luxe Franse lederwarenhuis Hermès, ging ze daarmee om alsof het die mand was: ze propte hem vol, hing cheap & cheerful sleutelhangers aan de hengsels en plakte er stickers op.
Birkin is dan ook eigenlijk niet de ultieme verpersoonlijking van de Franse stijl, maar juist die van de Britse. Want als ze ergens diep respect koesteren voor tradities, maar tegelijkertijd altijd een middelvinger paraat hebben voor diezelfde tradities, is dat in het Verenigd Koninkrijk. Elk evenement, of het nou koninklijk, zakelijk of sportief van aard is, heeft zijn eigen, zeer specifieke dresscode die uiterst serieus dient te worden genomen. Tegelijkertijd excelleren de Britten in non-verbaal communiceren. In een land met zo veel ongeschreven en onuitgesproken richtlijnen, is kleding een van de meest directe middelen om indirect mee te communiceren. In weinig andere landen is het zo makkelijk om een faux-pas te maken op het gebied van kleding, maar bijna nergens worden die misstappen ook zó gewaardeerd en gevierd.
Hoogst haalbaar op dit vlak is dan ook de kwalificatie van English eccentric, een eretitel voor hen die de regels dondersgoed weten, maar ze op grootse wijze aan hun laars lappen. Maar excentriek zijn lukt alleen als andere mensen zich keurig aan de regels houden. In de overvolle hall of fame van Britse stijliconen vinden we dus beide uitersten terug, van traditioneel tot rule breakers. Al is het vooral dichtbevolkt in het kleurrijke en extravagante deel van het stijlspectrum met paradijsvogels als David Bowie, Boy George, Grayson Perry (en vooral zijn alter ego Claire), Isabella Blow, Tilda Swinton, Jarvis Cocker, Kate Bush en Ncuti Gatwa, to name but a few. En dan hebben we prinses Diana, Harry Styles, Kate Moss, Sade, Amy Winehouse, Stormzy, Sam Smith en Florence Pugh nog niet eens genoemd.
De tentoonstelling Royals & Rebels, British Fashion in het Kunstmuseum in Den Haag toont precies die peculiar combinatie van traditie en rebellie die de kern van Britse mode vormt. Rode draad is het werk van de koningin van de Britse mode, de in december vorig jaar overleden Vivienne Westwood. Ze stond in de jaren zeventig aan de wieg van de punkbeweging waar ze met haar vaak shockerende creaties korte metten leek te willen maken met alle tradities en conventies uit het verleden, uit woede tegen heersende onrechtvaardigheid en hypocrisie in de maatschappij.
Overigens is punk niet de enige belangrijke subcultuur die in Groot-Brittannië is ontstaan – denk aan mods, skinheads, glamrock, new romantics, ska, goths en ravers. Allemaal begonnen als uiting van verzet tegen politiek of verstikkende regels (of de vorige regerende subcultuur), met kleding als het perfecte middel om de boodschap (van onvrede of juist van trots) over te brengen; denk alleen al aan de No Future- slogan van de punks. Veel van die subculturen werden over de hele wereld groot en al ging de oorspronkelijke inhoudelijke boodschap misschien wat verdund verder, de codes werden overal herkenbaar en vormden een nieuwe modetaal.
In de jaren tachtig verraste Westwood vervolgens vriend en vijand met haar doorwrochte kennis van en liefde voor de geschiedenis en het vakmanschap van de Britse mode, die op vernieuwende wijze tot uitdrukking kwam in haar collecties. Met haar technisch uiterst complexe ontwerpen en originele herinterpretaties van klassiekers (het korset, de kilt, de rowing blazer, het jachtkostuum) verwierf zij zich een plek bij het neusje van de zalm van de internationale modewereld. Net als landgenoten Alexander McQueen, John Galliano, Phoebe Philo, Stella McCartney en een hele nieuwe generatie talenten zoals Jonathan Anderson, Gareth Pugh en Richard Quinn.
De combinatie van hun technisch meesterschap en een vaak rebelse kijk op mode maakt ze gewild buiten de eigen landsgrenzen. Het leidde ertoe dat er vanaf de jaren negentig er bij een recordaantal klassieke Franse modehuizen een Brit aan het roer stond (Galliano bij Givenchy en Dior, McQueen bij Givenchy, McCartney bij Chloé, Philo bij Chloé en Céline, Waight Keller bij Chloé en Givenchy).
Franse, Italiaanse en Amerikaanse ontwerpers die bekend zijn geworden als ultieme representanten van de mode uit hun eigen land, zouden dat wellicht niet zijn geworden als ze niet zo goed hadden gekeken naar typisch Britse kledingtradities. De tweed pakjes van Coco Chanel? Onmogelijk zonder haar liefde voor Engelse countrykleding die ze ontwikkelde tijdens haar affaire met de tweede hertog van Westminster. De veiligheidsspeldjurken van Gianni Versace? Rechtstreeks geïnspireerd door de punkbeweging in de jaren zeventig, toen de jonge Gianni vaak in Londen te vinden was. En de meest all American designer van allemaal, Ralph Lauren, zou niets zijn geweest als hij niet zo rijkelijk had kunnen putten uit de grote Britse verkleedkist, met zijn liefde voor countryklassiekers, de Schotse ruit en door sporten als tennis, polo en rugby geïnspireerde kleding.
Al deze aspecten, die de Britse mode zo uniek en invloedrijk maken, zien we terug in de drie thema’s van de tentoonstelling: ‘In the city,’ ‘In the country’ en ‘Royals & rebels.’ Naast het werk van Westwood zijn er stukken te zien uit het rijke Britse kostuumverleden, er is werk van andere grote Britse ontwerpers, zoals Alexander McQueen, Mary Quant en John Galliano, en dat van ontwerpers die zich door de Britse traditie hebben laten inspireren zoals Coco Chanel, Marine Serre en Maria Grazia Chiuri voor Dior. Het werk van een nieuwe generatie Britse ontwerpers zoals Matty Bovan, Charles Jeffrey Loverboy, Grace Wales Bonner en Simone Rocha toont voorts dat de erfenis van Westwood in goede handen is.
Royals & Rebels, British Fashion is tot en met 7 januari te zien in het Kunstmuseum in Den Haag.
De tentoonstelling Rebel: 30 years of London Fashion in het Design Museum in Londen (t/m 11/2) toont meer dan honderd hoogtepunten uit de Britse modegeschiedenis van de laatste dertig jaar. Er is o.a. vroeg werk van tientallen ontwerpers, zoals Alexander McQueen en JW Anderson, en er zijn iconische stukken zoals de stervendezwaanjurk van Marjan Pejoski die Björk naar de Oscars droeg en het latex opblaaspak van de Londense ontwerper Harri, gedragen door Sam Smith.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden