Zegt ze: ‘Leuk, dan zie je Henk’
En jij denkt: Henk? Wie mag dat wezen?
Henk, Acda en De Munnik (1997)
Voor Herman, de man die in het AD een bericht leest over zijn eigen dood en besluit een nieuw leven te beginnen (uit: Het regent zonnestralen), hadden Thomas Acda en Paul de Munnik Henk al geïntroduceerd, in Henk. Hij is de man van een begeerde vrouw, een jeugdliefde.
Het meest succesvolle Nederlandse duo uit de jaren rond de eeuwwisseling houdt van oer-Hollandse namen. Na Henk en Herman kwamen ze ook nog met Kees op de proppen, een cover van de klassieker van Frans Halsema uit 1971. Drie nummers, drie keer Acda en De Munnik ten voeten uit.
Jaloezie, melancholie, verloren tijd, vreemdgaan en het verlangen naar avontuur, zonder de stap te wagen: het oeuvre van Acda en De Munnik bevat een vaste kern. Dat Herman in Het regent zonnestralen zijn schepen wél achter zich verbrandt, is uitzonderlijk. De ik-figuur in Henk heeft de moed niet. Laat maar zitten, denkt hij als hij een oude liefde tegenkomt en wordt uitgenodigd voor een etentje met – grote domper – haar vriend Henk erbij.
Burgerlijke antiburgerlijkheid, zo noemde student Bram van Hulten het hoofdbestanddeel van het oeuvre van de twee mannen in 2018 in zijn bachelorscriptie Nederlandse taal en cultuur.
‘Maatschappijkritiek is bij hen vrijwel niet aanwezig en de toehoorder wordt niet direct opgeroepen of geprikkeld om zijn leven aan te passen.’ Integendeel zelfs: ‘De antiburgerlijkheid van Acda en de Munnik is veel persoonlijker, veel huiselijker en veel romantischer.’
Kroegmelancholie gemixt met polderpoëzie bracht de mannen uit de Rijp (Acda) en Dronten (De Munnik) ver. Ze leerden elkaar in 1989 kennen op de kleinkunstacademie in Amsterdam. Hun debuutplaat (met Henk) vernoemden ze naar zichzelf. Ze waren theatermannen, geen popartiesten; nog niet.
In een ander nummer op de plaat, Dag Esmee, gaven ze iets van zichzelf prijs tijdens een ontmoeting met een oude klasgenoot, een prostituee inmiddels. ‘Wat doe je hier achter het raam?’ Ze babbelen wat, ze informeert hoe het ermee gaat. ‘Ach, gewoon, na de havo de kleinkunst, en toen met de band, plaatje gemaakt nog, nee niet zo’n succes.’
Dat zou snel veranderen. Terzijde gestaan door gitarist en componist David Middelhoff, drummer Kasper van Kooten en toetsenist Diederik van Vleuten en met hun harmonische zang bereikten ze in 1998 het grote publiek met de zomerhit van het jaar, Niet of nooit geweest. Het nummer joeg menig taalkundige in de gordijnen. De grammaticale onregelmatigheid in de zin ‘Ik ben mezelf niet of al die jaren nooit geweest’ lokte verhitte discussies uit.
Zestien jaar later was het mooi geweest, vond De Munnik. In maart kondigden de mannen, vijftigers inmiddels, hun comeback aan. Tot hun verbijstering – met één uitverkocht concert in de Ziggo Dome zouden ze al tevreden zijn geweest – liep het storm. In oktober en december treden ze vijf keer op in ’s lands grootste popzaal, de reünie brengt hun fans massaal op de been. Uit Het Regent Zonnestralen: ‘Ik heb een tweede kans gekregen, en da’s meer dan ik verdien’.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden