Home

‘Ik vloekte hard en flikkerde de telefoon erop’

‘Op Bevrijdingsdag, vijf jaar geleden, wilde ik met studenten een bromfietscontrole gaan doen. Plotseling kwam de melding dat een man hier bij de Haagse Hogeschool, vlak bij ons bureau, mensen op een terras had neergestoken terwijl hij ‘Allahu akbar!’ riep. Het plein lag bezaaid met zwaargewonden.

‘Het gebeurde rond 15.00 uur, precies tijdens de wisseling van onze wacht. Na zo’n melding begint hier iedereen te rennen. Ik hield de studenten tegen – die lopen daar alleen maar in de weg – en sprintte naar onze ruimte waar alle communicatieapparatuur staat. Van daaruit heb ik samen met mijn rechterhand Remco het hele politieoptreden gecoördineerd. Alle apparatuur maakt kabaal, iedereen gaat op zo’n moment helpen en bellen en schreeuwen. Je hoort paniek in de stemmen van collega’s die ter plaatse zijn.

Over de auteur
Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant. Eerder was zij economieredacteur en reisjournalist.

‘Collega’s liepen met getrokken wapens en hebben die dader neergeschoten. Anderen reanimeerden zwaargewonde slachtoffers. Overal lag bloed, het was een chaos, mensen gilden en renden door elkaar. Het was mijn taak om de situatie te bevriezen en de rust terug te brengen.

‘Het zou om een aanslag kunnen gaan, dus meteen stond de politie in heel Nederland op scherp, met al die Bevrijdingsdagfestiviteiten. Iedereen ging zich ermee bemoeien: het lokale bestuur, de provincie, de minister. Ik belde binnen vijf minuten drie keer mijn chef en zei: ‘Je moet komen, dit gaat de landelijke pers halen.’

‘Ik liet die plek afzetten, wees een aanspreekpunt aan op de plaats delict die mij van alle ontwikkelingen op de hoogte hield, regelde een arrestatieteam, gaf door dat er ambulances moesten komen, liet de pers tegenhouden en kreeg versterking uit andere eenheden. Dat laatste was fijn, omdat er die dag maar weinig mensen dienst hadden met veel ervaring. Omdat er flats rond dat plein staan en we niet wisten of de dader in z’n eentje opereerde, vroeg ik de meldkamer om het parate peloton van de ME. Dat kreeg ik niet. Ik had geen tijd voor discussie, vloekte hard en flikkerde de telefoon erop.

‘In alle hectiek probeerde ik paniekerige collega’s te kalmeren, maar je denkt als coördinator voortdurend aan de veiligheid van je mensen, en wat voor impact dit op ze gaat hebben. Want dat benadrukte dit incident maar weer eens: door de reorganisatie de afgelopen jaren bij de politie, door de lage aanwas van de opleiding en doordat veel collega’s uit de eenheden zijn getrokken om bedreigde mensen te beveiligen, lopen op straat veel collega’s die nog onervaren zijn. Er is een kaalslag geweest, zoals je dat ook ziet bij de Belastingdienst, bij het Openbaar Ministerie, eigenlijk overal. Zo’n heftig incident laat zien hoe kwetsbaar we soms zijn. We hadden gewoon geluk dat het tijdens de wisseling van de wacht gebeurde, omdat de avondploeg net binnen was en de ochtendploeg nog niet was vertrokken. Anders was ik veel mensen tekortgekomen.

‘De dader was geboeid en met schotwonden naar het ziekenhuis in Rotterdam gebracht, de slachtoffers werden naar andere ziekenhuizen vervoerd. Daarna, rond 16.30 uur, kwamen de eerste ontredderde collega’s terug naar het bureau. Je ziet hun witte bekkies en traanogen, ze hadden echt voor het leven van slachtoffers zitten vechten. Ik nam ze apart, koffie, even stoom afblazen.

‘Ondertussen was er ook nog een steekpartij met vijf verdachten in een flat en moest dezelfde avondploeg daar weer naartoe. En je moet alles opschrijven – je wordt op zo’n dag geleefd. Ik had nauwelijks tijd om mijn mensen op te vangen. Het was een gekkenhuis, want de rijksrecherche komt, de forensische opsporing komt, de eenheidsleiding, en dan weer iemand van het gemeentebestuur.

‘De volgende dag hadden we wéér avonddienst. Ik ben toen eerder naar het bureau gegaan om met iedereen, een man of vijftien, te debriefen. Ik zette ze allemaal in een kring en ging iedereen af: ‘Hoe heb je geslapen? Ben je in staat om alweer aan het werk te gaan?’

‘Vlak daarvoor belde de coördinator van de vroege dienst, die wilde dat wij gingen bewaken bij die dader in het ziekenhuis. Ik antwoordde: ‘Dat gaat niet gebeuren. We gaan geen collega’s naar die dader sturen die gisteren vochten voor het leven van zwaargewonden. Als jij mensen aan PTSS wilt helpen, moet je dat doen, maar wij gaan debriefen. Dat vind ik veel belangrijker.’ Ik was echt pissig. Het kostte moeite, maar we hoefden niet naar Rotterdam.

‘Zulke extreem hectische meldingen hakken erin en dan ga je fouten maken. In de nacht na die heftige steekincidenten vroeg iemand aan mij: ‘Wie is eigenlijk de hulpofficier van justitie?’ Want die neergeschoten verdachte moest worden voorgeleid. Ik schoot in de lach en zei: ‘Dat ben ik.’ Er was werkelijk niemand die aan de voorgeleiding had gedacht. Ook ik niet.

‘Ga je dat nog doen?’ vroeg mijn collega. Ik antwoordde: ‘Wat denk je zelf? Ik ga thuis een biertje drinken.’’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next