Home

Tjidde Hummel is 101 jaar: ‘In het vliegtuig naar Amerika dacht ik: waar ben ik aan begonnen op mijn leeftijd?’

Tjidde Hummel is eigenlijk een maand te oud voor deze serie interviews, maar we smokkelen hem toch de krant in. Tenslotte dateert de eerste afspraak voor het interview uit maart dit jaar, die de toen 100-jarige met een intrigerende reden afzegde: ‘Ik ben druk bezig een reis voor te bereiden naar Zuid-Amerika, bel maar als ik weer terug ben, eind april.’ Maandenlang lukte het niet de wereldreiziger uit Assen te pakken te krijgen, totdat in hartje zomer de telefoon ineens toch werd opgenomen. Een nieuwe afspraak was pas mogelijk, kort nadat Hummel er alweer een levensjaar had bijgeschreven.

‘Ik ga er graag op uit. Elke ochtend maak ik een wandeling van zo’n 1,5 uur door de stad. Onderweg zit ik wel twee of drie keer op een bankje, hoor. Daarna ga ik koffie drinken bij de supermarkt. Voor klanten staat er een tafel met stoeltjes, waar ik een paar mannen tref die ik goed ken. In de middag maak ik bij droog weer een fietstocht op de e-bike, veertig kilometer haal ik wel. En ik ga graag naar de bioscoop, het theater of een concert. Soms met een vrijwilliger van Vier het Leven (een stichting die ouderen gezelschap biedt bij een cultureel uitje, red.). Sinds het overlijden van mijn vrouw in 2016, maak ik twee à drie keer per jaar een cruise. Ik heb over de Donau gevaren, de Rijn, de Moezel, de Wolga, afgelopen juni nog over de Seine en voor oktober heb ik een cruise geboekt in Portugal, over de Douro.’

‘Ik vloog op Minneapolis, een vlucht van negen uur. Aan boord van het vliegtuig dacht ik: waar ben ik eigenlijk aan begonnen, op mijn leeftijd, maar toen kon ik niet meer terug. Van Minneapolis was het nog vier uur vliegen naar San Diego. Daar ging ik aan boord van het schip De Zaandam. Onderweg deden we een paar havensteden in Mexico aan, daarna legden we aan in Puerto Quetzal in Guatemala. Met een bus reden we naar het binnenland. We kregen een rondleiding over een groot complex waar Maya’s hebben geleefd. Het was hellinkje op, trapje op – en bloedheet, ik kreeg last van hartkrampen. Met moeite haalde ik de bus. Het Panamakanaal viel overigens flink tegen. Je zag alleen spoorlijnen die erlangs liepen. Geen palmbomen en mooie dorpjes, zoals langs het Suezkanaal, waar ik als militair twee keer doorheen ben gevaren. Maar ja, het was wél het Panamakanaal hè.’

‘Cruisen vind ik heerlijk. Ik ben bij de cardioloog langs geweest en heb iets gekregen dat ik moet innemen zodra ik de krampen voel opkomen. Binnenkort krijg ik een pacemaker, dus zo kan ik weer vooruit.’

‘Een paar maanden na de bevrijding werd ik opgeroepen om te dienen in Nederlands-Indië. Met de trein gingen we naar Calais. Vanaf daar voeren we per schip via Engeland naar Indië, door het Suezkanaal. En drie jaar later, in 1948, weer terug. In de haven van Calais zag ik een prachtig beeld van zes mensen, één met een sleutel in de hand. Tientallen jaren later, tijdens mijn studie kunstgeschiedenis, kwam ik erachter dat het een beeld van Rodin was.’

‘Als ik over mijn Indië-tijd ga vertellen, dan slaap je niet meer, dus dat kan ik beter niet doen. Ik werd commandant van een pionierspeloton op Midden-Java. We moesten onder andere bruggetjes bouwen of herstellen, zodat patrouilles eroverheen konden. Een beeld dat ik blijf zien, is dat mijn maat Japie op een landmijn liep, ik zag het op acht meter afstand gebeuren. Zijn onderbenen waren eraf, zijn hand was aan flarden en hij had scherven in zijn buik. Met een andere maat, Oetse, reden we hem snel naar Bandung, naar een ziekenhuis. Oetse las onderweg uit de Bijbel het Onze Vader voor. Nadat hij het boek had dichtgeklapt, zag hij dat Japie dood was. Ik moet ook denken aan Wim, een bange jongen die de kantjes er vanaf liep. Ik gaf hem de opdracht een stuk weg te repareren. Een halfuur later was hij dood, beschoten door vijandelijk vuur. Nadat ik op mijn 32ste met Grietje was getrouwd, gingen we in Emmen wonen. We maakten kennis met de buren. Op hun schoorsteen zag ik een foto van een soldaat staan: dat was Wim. Ik durfde niet te zeggen dat hij onder mijn commando was gesneuveld.’

‘Als je daar als militair rondloopt, kun je niet overzien wat er allemaal gebeurt. We werden erheen gestuurd met de opdracht onze kolonie terug te veroveren, vanuit het perspectief van die tijd was dat te begrijpen. Geleidelijk aan zag ik in dat het een onmogelijk doel was. Indië was zo’n groot rijk en het was duidelijk dat de Indonesiërs onafhankelijk wilden zijn, maar Nederland bleef lang tegensputteren.

‘Wij blanken spelen geen leuke rol in de wereld. We hebben de wetenschap behoorlijk vooruit geschopt, maar hebben de indianen uitgeroeid, veel Afrikanen tot slaaf gemaakt, gebieden ingenomen voor grondstoffen en handel, allemaal omdat we denken superieur te zijn. We hebben zo veel ellende veroorzaakt. Nu zitten we in de nasleep, het kan niet anders of we krijgen de rekening gepresenteerd.’

‘Ik ging naar mijn ouders in Nieuw-Weerdinge en zag mijn oude vrienden weer. Druppelsgewijs kwamen ze terug uit Indië. Andere jongens hadden in Duitse krijgsdienst gezeten, in een WA-pakje aan het Oostfront gevochten. Die werden weer in de vriendenkring opgenomen. We moesten met elkaar verder.

‘Ik bleek aanleg te hebben voor techniek. Ik kon als ambtenaar bij de gemeente Emmen werken, in de avonduren studeerde ik weg- en waterbouwkunde. Een vriend haalde mij bij de Nederlandsche Heidemaatschappij. Hij mocht voor het bedrijf naar Suriname, als hij zelf een vervanger regelde. Drie jaar later ging ik ook naar Suriname. Mijn vrouw was hoogzwanger van onze tweede dochter en volgde iets later, per schip.

‘In Suriname werkte ik in de buitendienst: het civiele werk in het oerwoud, zoals bruggetjes, duikers en stuwen bouwen over kreken, zodat er bananenplantages en rijstvelden konden worden aangelegd, en Bruynzeel bomen kon kappen en vervoeren. Na drie jaar wilde ik weer terug naar Nederland. Mijn oudste dochter praatte niet goed Nederlands meer en zelf verwilderde ik. Er waren veel feestjes en soms dronk ik iets te veel, daar wilde ik mee stoppen.’

‘Veel is mij overkomen, maar ik denk dat ik daar in mijn hoofd aan toe was, en het daarom gebeurde. Ik ben de zoon van veenarbeiders. Hier in het Drents Museum hangt een schilderij van Van Gogh, De Turfschuit. Je ziet een man en vrouw turf op een schip laden; dat werk deden mijn ouders. Ik was voorbestemd ook veenarbeider te worden, maar de onderwijzer van de lagere school adviseerde mijn vader mij naar de mulo te sturen. Dat mocht, terwijl hij waarschijnlijk liever had gezien dat ik was gaan werken. Het was crisis, mijn vader was werkloos, we woonden in een onbewoonbaar verklaarde woning, en leefden van 10 gulden steun per week. Ook mijn twee jongere broers mochten doorleren. Dat onze vader ons deze kans gaf, heb ik altijd zeer in hem gewaardeerd.

‘Later heb ik in de avonduren de hbs gevolgd, in Suriname studeerde ik Grieks en Latijn – om mezelf in toom te houden met al die feesten. Terug in Nederland haalde ik mijn gymnasiumdiploma. De weg naar de universiteit lag open. Ik wilde weten hoe de maatschappij in elkaar zat en besloot naast mijn werk bij de Heidemij rechten te studeren in Amsterdam. Na mijn afstuderen, vroeg mijn baas of ik bedrijfsjurist wilde worden. Dat was niet mijn doel, maar ik vond dat ik niet kon weigeren.’

‘Ja; het is wat het is. Ik geloof niet meer in het hiernamaals, in een hemel met grazige weiden waar we elkaar terugzien.’

En dan ineens stelt hij de retorische vraag:

‘Heb ik al verteld over mijn zoon? In Nederlands-Indië kwam ik met schurft in het ziekenhuis in Bandung terecht. Daar werd ik verliefd op een verpleegkundige, een beeldschone vrouw. We bleven elkaar af en toe zien, als de militaire toestand dat toeliet. Toen ik op Midden-Java zat, schreef zij mij een lange brief: ze was zwanger. Ik wist niet wat ik ermee aan moest. Dat was niet zo leuk van mij. Ik keerde terug naar Drenthe, we bleven elkaar schrijven. Ze beviel van een zoon en kwam met hem naar Nederland. Ik zocht hen op en maakte kennis met haar huisgenoot, die haar vriend bleek te zijn. Ze vertelde zwanger van hem te zijn. Toen ik dat hoorde, ben ik afgehaakt. Daarna was er altijd onrust in mijn hoofd, over mijn zoon.’

‘Ja, mijn jongste dochter heeft hem zo’n tien jaar geleden getraceerd en contact gelegd. Hij bleek neuroloog in een ziekenhuis. Zijn moeder heeft het verdomd goed gedaan. Mijn zoon kwam met zijn gezin langs bij Grietje en mij. We dronken er een glas champagne op. Ik ben heel blij met hem erbij. Inmiddels heb ik hem ook wettelijk erkend. Hij komt met zijn gezin naar al mijn verjaardagsparty’s. Mijn oudste dochter nodig ik ook altijd uit, maar zij komt niet. Sinds de dood van haar moeder in 2016 heb ik haar niet meer gezien. Dat is verschrikkelijk.

‘Mijn vrouw werd ernstig ziek. Toen ze na een paar maanden het einde voelde naderen, vroeg ze mij mijn twee oudste dochters te bellen – de jongste was veel aanwezig en overal van op de hoogte – en te zeggen: ‘Als jullie nu niet komen, hoeven jullie ook niet naar mijn crematie te komen.’ Die boodschap heb ik overgebracht. Ze zijn allebei niet gekomen.’

‘Grietje ging zo snel achteruit, dat ze euthanasie wilde. Een week na het telefoontje was het zover. Achteraf had ik mijn twee oudste dochters moeten bellen om over de euthanasie te vertellen. Dat heb ik niet gedaan. Als ik ze wél had ingelicht, waren ze misschien gekomen. Met de middelste is het weer bijgelegd, maar mijn oudste dochter heb ik niet meer gezien, ze reageert niet op uitnodigingen. Het is wat het is. Je mag dit alleen opschrijven als er bij staat dat ik heel veel van mijn oudste dochter hou en ik haar mis.’

geboren: 19 augustus 1922 in Nieuw-Weerdinge

woont: zelfstandig, in Assen

beroep: ing. weg- en waterbouw, en jurist

familie: vier kinderen, negen kleinkinderen, twee achterkleinkinderen

weduwnaar: sinds 2016

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next