De EU heeft besloten de graanboeren in Oost-Europa niet langer tegen de grillen van de (oorlogs)markt te beschermen. Dat is geen verstandige zet.
Een drenkeling die zijn redders meeneemt de diepte in – zo typeerde de Poolse president Andrzej Duda vorige week zijn buurland Oekraïne. Aanleiding was de graanruzie tussen Oekraïne en zijn vijf EU-buren, die, na het aflopen van een protectionistische maatregel uit Brussel, vrezen dat hun markten worden overspoeld met goedkoop Oekraïens graan. Maar er is meer aan de hand.
Eerst even de hoofdschuldige aanwijzen voor deze ruzie: Rusland. Het lijkt misschien triviaal, maar bij elke voorziene en onvoorziene consequentie van de Russische oorlog tegen Oekraïne moet toch in herinnering worden gebracht dat er maar één partij is die het determinisme van de chaos in stelling heeft gebracht. De spanningen die vervolgens tussen andere partijen of landen ontstaan, zijn aan die aanstichter te wijten.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Maar vervolgens moeten die andere partijen er wel verstandig mee omgaan. Dat is hier niet gebeurd.
Toen Rusland vorig jaar de overzeese export van Oekraïens graan blokkeerde, stegen de wereldwijde graanprijzen naar voor sommige Afrikanen onbetaalbare hoogten. Oekraïne probeerde het graan vervolgens via allerlei alternatieve routes toch te verkopen. Sommige van die routes gingen over land, via de Europese buurlanden.
Vanwege het grote aanbod van Oekraïens graan bij die flessenhalzen daalde daar de prijs, en dreigde voor boeren in landen als Polen, Hongarije en Slowakije ineens onverwachte concurrentie. Om hen te beschermen, stelde Brussel in mei op aandringen van de buurlanden restricties in: het graan mocht in die landen alleen worden doorgevoerd, niet worden verkocht.
Hadden de boeren een punt? Het lijkt met de graandumping wel te zijn meegevallen; zij hebben vorig jaar net zo goed meegeprofiteerd van de hoge prijzen op de wereldmarkt. Hun angst het slachtoffer te worden van de grote toevloed lijkt groter dan de realiteit.
Dat vond de Europese Commissie ook, en besloot de bescherming van de Oost-Europese boeren te staken. De graanmarkt zou genoeg zijn genormaliseerd om de wetten van vraag en aanbod weer op hen los te laten, in afwachting van Oekraïense maatregelen.
Toch is dat geen verstandige zet. Zelfs al lijken de prijzen op dit moment stabiel, het is geen goed moment om de handen ervan af te trekken en zo de indruk te wekken dat de boeren in Oost-Europa aan de grillen van de (oorlogs)markt zijn overgeleverd.
Nu heeft Brussel munitie gegeven aan politiek opportunisme van bijvoorbeeld de rechtse regeringspartij PiS in Polen, die om electorale redenen voor de boeren opkomt, en bijvoorbeeld bij monde van de premier verkondigde geen wapens meer aan Oekraïne te leveren.
Hoewel dat een hol dreigement is en de steun voor Oekraïne onder de Polen na een jaar van gastvrijheid en grote offers nog steeds 70 procent is, voedt het graangeschil nu wel sluimerende onvrede bij de minderheid en de polarisatie tussen stad en platteland.
Die verdeeldheid is precies waar Poetin op hoopt.
Ook in andere westerse landen wordt de steun voor Oekraïne minder onvoorwaardelijk – met de trumpisten in de Verenigde Staten als luidruchtigste sputteraars. Niet alle gevolgen van de oorlog kunnen worden voorzien, afgewend, opgelost of gecompenseerd, maar de grieven van benadeelden moeten wel serieus worden genomen – anders dreigt de steun af te brokkelen. Alleen als ook de redders worden gered, blijft de drenkeling in leven.
Source: Volkskrant