Home

Muzieklegende Iain Matthews is gelukkig in het Limburgse Horst, maar weet ook: het is nooit genoeg

Iain Matthews, de 77-jarige muzieklegende, loopt door het winkelhart van Horst aan de Maas, de gemeente die zich afficheert met een pissende hond. Hij weet te vertellen dat ijssalon Passi al twee keer de Gouden IJsspatel heeft gewonnen, en dat in de twintig jaar dat hij hier nu woont alle banken en platenzaken zijn opgedoekt.

Matthews steekt uitgelaten zijn hand op naar een voorbijganger en heeft een kort gesprek met een jonge kennis, in het Engels, zijn moedertaal. Lopend langs Kruidvat en Scapino zegt hij geen enkele ambitie te hebben om zich het Nederlands eigen te maken. Als hij op een verjaardag zit, in zo’n onvermijdelijke kring, en de conversatie collectief overschakelt naar het Nederlands, voelt dat voor hem als een verlossing.

Kan hij zich eindelijk terugtrekken in Iain-world. Dan hoeft hij niet meer sociaal te participeren en reist hij af naar zijn eigen universum, met zijn hang naar muziek, voetbal en boeken. Daar heeft hij de Nederlandse taal niet voor nodig. En als hij bij de viskraam een lekkerbekkie wil bestellen, zegt hij, dan wijst-ie ’m gewoon aan.

Hij presenteert er een snaakse, Jack Nicholson-achtige lach bij, met bijbehorende grimas.

Over de auteur
John Schoorl is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over elk denkbaar onderwerp. Hij won meerdere journalistieke prijzen, waaronder De Tegel en de Jip Golsteijn-prijs.

Je probeert er een beeld van te krijgen, van tevoren, hoe Iain Matthews resideert in Horst, sedert 2001 opgegaan in Horst aan de Maas en gedurende het carnaval Dreumelrijk geheten. De man die in de jaren zestig deel uitmaakte van de legendarische folkrockgroep Fairport Convention, die met zijn band Matthews Southern Comfort een wereldhit scoorde met Woodstock, die Plainsong oprichtte en een schier oneindige lijst aan muziek uitbracht, deels solo. En die nu met The Woodstock Album is gekomen, met een heropgerichte Matthews Southern Comfort, bestaande uit Nederlandse muzikanten.

Die Iain Matthews dus. Die droogjes opmerkt dat je, als je zo lang meegaat als hij, altijd wel een keer tegen íémand bent opgelopen. Zo ging dat nou eenmaal in de jaren zestig in Londen, op één poster met Pink Floyd en Jimi Hendrix. Of in de jaren zeventig in Los Angeles, beetje rondhangen met Jackson Browne, Linda Ronstadt, The Eagles, Tom Waits en noem ze maar op.

George Harrison? Check. Ringo Starr? Die ook.

Lou Reed vertelde hem dat hij van zijn songs hield, als echte fan.

Elvis Presley trof hij nooit in person, maar hij weet wel uit zeer betrouwbare bron dat The King dol was op zijn versie van I’ve Lost You.

Weet je, zegt Matthews, voordat hij in cultureel centrum ’t Gasthoês zijn tanden zet in een kersenvlaai, Neil Young is ook maar een gewone gast.

Een getuige van de muziekgeschiedenis, zo kun je hem zeker noemen, en in zijn zeer leesbare autobiografie Thro’ My Eyes – A Memoir (2018) doet hij er verslag van. Zowel het boek als zijn leven werd niet bepaald door het gebruikelijke gehannes van zijn generatie, je weet wel, seks, drugs en rock-’n-roll. Zijn enige verslaving bleef muziek. Hij was erbij in de jaren zestig toen de Britse popmuziek explodeerde, nog als tiener in het Noord-Engelse Scunthorpe, en zag in Londen de muzikale accenten verschuiven van rhythm & blues, beat, naar psychedelisch, naar folkrock en singer-songwriter, om nog voor de punk en new wave losbarstte te verkassen naar Amerika, op zoek naar muzikale en amoureuze aanlegsteigers in Los Angeles, Seattle en Austin.

Nu woont hij al een tijd in Horst in een rijtjeshuis met zijn vrouw Marly en twee dochters, en laat hij elke dag goedgehumeurd zijn honden Elvis en Bruno uit. Hij zegt hier happy te zijn, niet speciaal vanwege Horst, maar vooral vanwege zijn gezin. Bovendien is dat Nederland zo slecht nog niet, in zijn optiek als muzikale wereldburger. Niemand haat de Nederlanders, om te beginnen. Het is er veilig, relaxed en de mensen kijken naar elkaar om.

De ontdekkingstocht is ten einde, zegt hij, net zoals de bewijsdrang is gedecimeerd. Thuis ben je vooral in je hoofd. Mag ook wel een keer, op zijn leeftijd. Het heeft ’m lang beziggehouden, het zoeken naar the perfect peace. Zal vast te maken met hoe het vroeger thuis was, onveilig, met een barse vader. Dat hij al vroeg zijn achternaam wijzigde, van Ian MacDonald naar die van zijn moeder, Matthews, was geen toeval. Nadien maakte hij van zijn voornaam Iain, alsof hij daarmee totaal loskwam van zijn achtergrond.

Jaren later, na een therapiesessie op zijn 40ste, wilde hij van zijn moeder voor eens en voor altijd opheldering: was die MacDonald eigenlijk wel zijn echte vader? Waarom had hij hem zo veel slechter behandeld dan zijn twee jongere zoons? Zijn voorgevoel bleek te kloppen: zijn echte vader was niet die bruut, onthulde zijn moeder, maar heette Eric Pratt. Zijn broers waren dus halfbroers. Er was een zeer kort huwelijk geweest, dat strandde vanwege een verschil in achtergrond. Tot een ontmoeting met zijn biologische vader is het nooit gekomen. Die hield de boot af en is nu overleden. Ergens moet hij nog twee halfbroers Pratt hebben, ook die zoektocht is gestaakt. Hij zegt vrede te hebben gesloten met zijn persoonlijke geschiedenis.

Alles wat nu nog rest is een oude foto van zijn vader als militair, en een song natuurlijk, want alles is op den duur een song, in dit geval de prachtige ballad God’s Eye View (2008).

Through all the pain and guilt and fear
And you’ve known it all along now, haven’t you?

Het is een onvermijdelijk onderwerp in een gesprek met Iain Matthews, ook al zat hij maar twee jaar in de band die muziekgeschiedenis schreef: Fairport Convention. Net zoals Pete Best plompweg te horen kreeg dat hij vervangen werd door Ringo Starr als drummer van The Beatles, zo werd Matthews ongelikt te verstaan gegeven dat zijn rol was uitgespeeld in de band.

Hij zegt dat die dag hem nog scherp voor de geest staat. De band zat midden in de opnamen van hun derde plaat, Unhalfbricking, die de evergreen Who Knows Where the Times Goes? zou bevatten en het door hem mede gezongen Percy’s Song. Matthews zat tegenover producer-manager Joe Boyd in een kantoortje in Londen. Ik moet je wat vertellen, zei Boyd, en eerlijk gezegd, hij had wel een voorgevoel wat ging komen. Er was een nieuwe zangeres, Sandy Denny, en met haar feeërieke zang deed ook de traditionele folk zijn intrede. Daarmee was er geen plek meer voor hem.

Bam!

‘Wat vind je ervan, Iain?’, vroeg Boyd, alsof het proces nog omkeerbaar was. Hij snapte dat met een ferme persoonlijkheid als Sandy Denny hij weinig kans maakte als zanger. En die nieuwe richting, die van alien-achtige folky shit, elektrisch versterkt, was niet aan hem besteed, hij was meer van singer-songwriters als Neil Young of Tim Hardin.

Ik was daarna zeer depressief, zegt Matthews. Wat moest hij doen? Hij was 24 en stond er alleen voor. Uiteindelijk ging hij op de thee bij zijn vriend, de bekende BBC-dj John Peel, en die trok hem uit het moeras. Kom op man, zei Peel: je hebt een naam, je hebt die stem, je was de zanger van Fairport Convention. Dat betekent een hoop. Richt een band op met je eigen sound, de muziek die jij goed vindt, en kijk waar je uitkomt. Be a songwriter.

Zijn oude Fairport Convention-maat Richard Thompson leerde hem wat basale gitaarskills, hij vond een nieuwe manager en formeerde Matthews Southern Comfort. En, achteraf geconstrueerd, viel alles op zijn plek. Hij kwam met de goeie sound, op het goeie moment, en voor de juiste mensen om het te waarderen.

Maar eigenlijk was het verdomd veel toeval.

Er was een album af, Later That Same Year, en Matthews mocht met zijn band drie liedjes spelen in de BBC-studio. Kort voor de repetities bleken het er echter vier te zijn, en hij had wel een idee. Hij had net de nieuwe plaat van Joni Mitchell gekocht, Ladies of the Canyon, en daarop stond een fantastische song: Woodstock. Daar konden ze mee aan de slag.

De pedal-steel tekende voor het nu uit duizenden te herkennen intro, met dat gloedvolle mantra van de Woodstock-generatie in het refrein: We are stardust, we are golden.

De telefoon bij de BBC stond na de uitzending roodgloeiend: waar kunnen we die song over Woodstock kopen? ‘Welke song?’, zei de BBC, en zei zijn management. De platenmaatschappij wist ook van niks. Zo snel mogelijk werd het nummer opgenomen, en de platenbobo’s wilden het alsnog op het te verschijnen album zetten. Geen denken aan, zei Matthews eigenwijs, no, het is goed zoals het is, volkomen in balans. Dus werd het een single. Drie weken lang stond het nummer 1 in Engeland, met optredens in Top of the Pops.

Het was mooi, zo’n succes, ook voor zijn ouders. Die glunderden van trots, zelfs zijn lompe vader. En met een nummer 1 in de pocket kwam het ook tot een ontmoeting met Joni Mitchell zelf, in Londen. Vol verwachting wachtte Matthews het moment af dat zij zou zeggen: wat fantastisch dat je mijn nummer zo hebt vertolkt, dat je het tot een hit hebt gezongen, iets wat mij nooit is gelukt. Maar er kwam amper geluid uit haar mond, zegt Matthews. Er werden foto’s gemaakt van Mitchell samen met Matthews Southern Comfort, that’s it.

Trouwens, dat hele gedoe dat losbarstte als gevolg van de hit was hij vrij snel beu. Het management meende hem aan een touwtje te hebben en hij diende overal op te draven. Terwijl hij dacht dat hij als gevolg van de klapper alle tijd zou krijgen om zijn muzikale reikwijdte te vergroten, schoot de muziek er juist bij in. Hij werd er somber van, hij vond het verschrikkelijk dat iedereen iets van hem wilde. Van het ene op het andere moment trok hij de stekker eruit, en liet hij de band zitten.

Achteraf zou hij zeggen dat hij niet kon omgaan met alle aandacht, hij voelde zich een bang jochie, het liefst diep weggedoken onder de lakens. Het duurde jaren voordat hij Woodstock weer wilde spelen, en nu begrijpt hij dat het succes van toen zijn loopbaan tot op de dag van vandaag heeft uitgerekt.

Matthews loopt door cultureel centrum ’t Gasthoês, via een zij-ingang naar de grote zaal, waar hij vorig jaar optrad met de Nederlandse gitarist BJ Baartmans, als The Matthews Baartmans Conspiracy. Voor een ander podium, voor Matthews van veel groter belang, moet je vijf minuten rijden, naar de Venrayseweg. Daar was ooit Café Cambrinus, de plek waar hij, op een dag getekend door terroristische aanslagen, de liefde van zijn leven ontmoette.

Op 9 september 2001 stapte Matthews met muzikant Ad Vanderveen het café binnen, en zag hij drie ruggen voor de televisie zitten: eigenaar Jan Duijf, zijn vrouw en een blonde, jonge vrouw. Ze keken niet op, of om. Er werden steeds beelden herhaald, leek het wel, en toen drong tot hem door wat hen aan de televisie kluisterde: de aanslagen op de WTC-torens in New York.

Matthews was die middag vanuit zijn nieuwe woonplaats Amsterdam naar Horst gereden. Na 27 jaar Amerika was hij teruggekeerd naar Europa. Hij had genoeg van het schrale, oppervlakkige culturele klimaat, en had alles achter zich gelaten, behalve één gitaar. Nu probeerde hij in Duitsland en Nederland wat optredens bij elkaar te scharrelen, hij had zelfs met weinig succes in het voorprogramma van Bløf gestaan.

‘Wil je wel optreden?’, vroeg Duijf die avond. Het moet, antwoordde Matthews, het is mijn vak. Voor een afgeladen Café Cambrinus speelde hij met Vanderveen zijn set, hij kon zijn ogen niet afhouden van de lokale blondine, Marly. Een jaar later, na weer een bezoek aan Horst, ging de verkering aan. Ze wist amper iets van zijn achtergrond, ze was geboren in het jaar dat hij zijn grootste hit had, Woodstock, en had een dochtertje. Doodsbang was hij aanvankelijk voor een nieuwe relatie, zijn liefdesleven beschouwde hij als een slagveld, met talloze exen. In Engeland woonde zijn dochter uit een eerdere relatie, Darcy, die bijna net zo oud was als zijn nieuwe verloofde.

Het klinkt bijna als een sprookje, maar het kwam allemaal goed met hem, met Horst als zijn vreugdevolle bestemming. Hij trouwde met Marly en ze kregen een dochter. En in die jaren bleef hij optreden en smeedde hij talloze dwarsverbanden met Nederlandse muzikanten.

Matthews vervolgt zijn weg door het winkelgebied, tot zijn afschuw omgeven met vlaggen met afbeeldingen van een pissende hond, lokaal bekend als het Hôrster Hundje, en het rijmpje: Heb je dorst? Dan ga je naar Horst. Daar zit een hondje. Dat plast je in het mondje!

Aan de overkant van de straat wordt hem toegeroepen: ‘Hey, Iain, hoe was het in Engeland?’ Matthews reageert enthousiast, want het was zeker fijn, de korte tournee die hij achter de rug heeft, waarbij hij het Folk In The Park-festival aandeed, en The Green Note in Londen. Hij staat nu op het punt af te reizen naar Amerika om in de staten Ohio en Michigan te toeren. Gigs in Nederland, Duitsland en Denemarken komen er ook nog aan.

En als ze om Woodstock vragen, dan speelt hij Woodstock.

Zijn vrouw zegt dat hij het rustiger aan moet doen, maar hij vindt zelf dat hij nog te weinig speelt. Hij is nou eenmaal altijd met muziek bezig, hij denkt in liedjes. Er was laatst een zeldzaam moment dat hij erover dacht om te stoppen. Alleen: hoe stop je? Hoe gaat een singer-songwriter met pensioen? Stop je dan met het schrijven van liedjes? Met zingen? Pfff, hoe werkt dat?

Vooral die ene vraag borrelde op, wanneer is het genoeg? How much is enough? Hé, dacht hij, maar dat is een geweldig onderwerp voor een song. Ha ha, dus toen heeft hij, plaats van met pensioen te gaan, een nieuwe song geschreven. Het is dus nooit genoeg, zegt hij. En het is best een goed nummer geworden.

Matthews Southern Comfort: The Woodstock Album: 15 Songs Of Peace, Love & Understanding.

Na een solotoer in Engeland en Amerika speelt Iain Matthews met Matthews Southern Comfort in Nederland. Op 18 oktober is hij in Café Roots in Berghem, 21 oktober op het Ramblin’ Roots-festival in Utrecht en op 12 november in Heyhoef-Backstage in Tilburg. Op het nieuwe album spelen ze nummers die op het Woodstock-festival (1969) te horen waren, zoals My Generation en With a Little Help From My Friends.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next