De winderige top van de VAM-berg biedt een idyllisch uitzicht over het Drentse land: bos afgewisseld met weilanden, hier en daar een boerderij. Maar als de wielrenners tijdens de wegwedstrijd van de EK wielrennen hun hoofd vlak voor de afdaling naar rechts draaien, kijken ze recht op een afvalberg waar shovels onder krijsende meeuwen een boel plastic op een hoop vegen. Daarachter staat de rokende schoorsteen van afvalverwerker Attero.
‘Het schijnt een vuilnisbelt te zijn’, zegt Wout van Aert. Dat is het belangrijkste dat de Belgische topfavoriet voor de EK-titel bij de mannen van de VAM-berg weet. Hij weet ook dat de top, die hij zondag zesmaal moet bedwingen, voor dit kampioenschap nog wat hoger is komen te liggen. Met een ironische ondertoon: ‘Ik kan niet wachten om hem te gaan bekijken.’
Over de auteur
Erik van Lakerveld schrijft sinds 2016 over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Het internationale peloton rijdt voor het eerst in deze Dutch mountains. De renners zijn het gewend te koersen op wat de natuur aan obstakels heeft opgeworpen: door schuivende en botsende aardplaten ontstane gebergtes als de Pyreneeën of de Alpen, maar ook de Ardennen waarvan de dalen gedurende eeuwen door rivieren zijn uitgesleten.
Dat is het echte werk, vindt Stefan Bissegger. Hij veroverde woensdag in het winderige vlakke land rond Emmen EK-zilver op de individuele tijdrit. Dat is als tijdritspecialist zijn terrein, maar als Zwitser weet hij ook wat echte bergen zijn. Pieken van duizenden meters hoog, sneeuw op de top, dat werk. ‘Ze noemen dit een berg hier, maar ze moeten op zijn minst echte bergen op televisie hebben gezien. Dit is geen echte berg.’
Voor veel Nederlandse renners is het bekend terrein: klimmen over oude afvalhopen gebeurt steeds vaker. De VAM-berg mag de hoogste zijn, het is bij lange na niet de enige oude vuilnisbelt die tegenwoordig dienstdoet als wielerheuvel. Door het hele land zijn er wielerparcoursen en mountainbikerondjes op afgedekt vuil gecreëerd, waar dagelijks trainingen en wedstrijden worden afgewerkt.
De meeste wegwielerparcoursen zijn relatief bescheiden, rondjes van 1 à 1,5 kilometer met hoogteverschillen van een paar meter. In de vlakke provincies van ons land is dat al vaak een luxe voor wie zijn klimbenen wil testen of zich in ieder geval eens wil meten tegen een helling. Al blijft het tegen een kort heuveltje op rammen altijd een heel ander métier dan het kilometerslange klimmen in het hooggebergte.
In de week voor de EK verkennen de renners de VAM-berg, die al eerder het decor was voor de nationale kampioenschappen (2020, 2021) en de EK veldrijden (2021). Voor het huidige kampioenschap werd de berg verhoogd, de top ging van 48 naar 63 meter.
Een groepje Belgische renners staat na een ronde over het vernieuwde parcours aan de voet van de berg. Ze kijken er met enig ontzag naar. In de vlakte van Drenthe is dit toch echt een serieuze puist. ‘Het had van mij wel wat minder steil gemogen’, zegt Gianluca Pollefliet met een lach. De stijgingspercentages zijn dan ook niet mals: er zitten stukken van 15 procent bij.
De VAM-berg, vernoemd naar de Vuilnis Afvoer Maatschappij (VAM), had al lang voor de aanleg van het wielerparcours, dat in 2015 openging, aantrekkingskracht op wielrenners, zeker in de regio. ‘Vroeger klommen ze over het hek om over de werkweg die er lag omhoog te rijden’, vertelt Dennis Schomaker, projectmanager VAM-berg en EK wielrennen bij de provincie Drenthe.
In het afgelopen decennium werd afgesproken dat de delen van de vuilnisbelt, die niet meer in gebruik zijn, overgedragen worden aan de provincie. De tweede bult die nu aan het parcours is toegevoegd bestaat hoofdzakelijk uit bodemas, het materiaal dat overblijft op de bodem van de afvalverbrandingsovens. Vroeger werd dit materiaal in de wegenbouw gebruikt, maar dat is niet meer toegestaan. Het is afgedekt met plastic en een meter zand en vormt het nu ‘het dak van Drenthe’.
Net onder de top, in de laatste bocht voor de 100 meter lange hoogvlakte, zitten twee wielertoeristen uit het westen van het land. Ze eten een broodje, want op een lege maag bleek de steile heuvel net te zwaar. Ze zijn afgelopen zomer in Frankrijk geweest, op de Alpe d’Huez en de Mont Ventoux. De VAM-berg hadden ze nog niet eerder verkend.
Volgens Schomaker bewijst de VAM-berg zijn waarde voor het Nederlandse wielrennen, niet alleen als locatie waar de profs zich bewijzen kunnen, maar ook voor recreanten. Of ze nu op de racefiets, mountainbike of veldrijfiets zitten. Mensen komen er graag naartoe, want zoveel bergop is er niet buiten Zuid-Limburg.
In navolging van de VAM-berg volgde in 2021 de Muur van Emmen, een 350 meter lange kuitenbijter à 7,5 procent. In Groningen zijn er ook plannen voor vergelijkbare heuvels. Henk van Beusekom, manager sport bij de wielerbond KNWU, snapt wel waarom. ‘Nederland is grotendeels kneitervlak’, zegt hij. ‘En dit is mooi voor de sport. Misschien dat ze in Limburg zeggen: dit is niks. Maar je kunt hier de sport geweldig beleven.’
Het grootste deel van het jaar is de VAM-berg open voor wie er overheen wil fietsen. Een aantal keer per jaar wordt de bult afgesloten voor wedstrijden. Dat kan perfect, want de wegen kunnen eenvoudig afgezet worden, zelfs met een ruimere lus eromheen zoals op de EK. ‘Het wordt in Nederland steeds moeilijker om voor wielerwedstrijden de weg af te zetten, om politiebegeleiding te krijgen en veilige parcoursen te maken’, zegt Van Beusekom. ‘En dus zijn we vanuit de KNWU nadrukkelijk op zoek naar mogelijkheden om laagdrempelige parcoursen van acht tot twaalf kilometer, die eenvoudig af te zetten zijn.’
De kleinere vuilnisbelten met de clubparcoursen hebben een andere rol in het wielerlandschap. Een parcours op een club moet juist niet al té uitdagend zijn. Niet voor niets is het wielerparcours van Sloten in Amsterdam het populairste rondje van het land: een viaductje is het enige bupsje en met maar vier ruime bochten is het eenvoudig peddelen in het peloton. Op een wekelijkse clubkoers op de VAM-berg zouden maar weinig renners afkomen. Te zwaar.
Die afgesloten clubparcoursen zijn een typisch Nederlands fenomeen dat in het buitenland nauwelijks voorkomt, ingegeven door de behoefte om wedstrijden en trainingen te kunnen doen, los van de drukke verkeerswegen. Zeker voor de jeugd zijn ze van groot belang, maar voor serieuze wedstrijden zijn de rondjes doorgaans te kort en te krap.
Zoveel als in Nederland tref je ze nergens, maar helemaal uniek is het herbestemmen van vuilnisbelten voor de wielersport niet. Dit weekend test Mathieu van der Poel net voorbij Parijs zijn mountainbikebenen op de Colline d’Elancourt, een oude steengroeve die na de sluiting van de mijnbouw als afvalstortplaats werd gebruikt. Vanaf de top op 231 meter boven zeeniveau heb je bij mooi weer uitzicht op de Eiffeltoren. Volgend jaar is deze kunstmatige bult het decor voor de olympische mountainbikewedstrijd.
Soms wil zo’n ingepakte vuilnisbelt gaan lekken. Dat speelde een aantal jaar geleden in Dordrecht, en iets recenter ook nog bij De Bult in Enkhuizen. Het omturnen van een stortplaats naar een sportplaats is sowieso geen sinecure, weet Van Beusekom. ‘Het is niet: we hebben een afvalheuvel en leggen er even een weg overheen.’
Op de nieuwe top van de VAM-berg overheerst de donkere aarde, de bovenste afdeklaag. Er prikken een paar armetierige grassprieten doorheen. Het parcours is maar net op tijd opgeleverd, maar helemaal af is het nog niet. Na de EK gaat de heuvel dicht om een laatste deel in te pakken. In het nieuwe jaar moet het klaar zijn en kunnen fietsers en wandelaars weer op het terrein. Schomaker: ‘Er wordt nog gewerkt de komende maanden en je moet geen grote trekkers en bouwmachines samen laten rijden met wielrenners. Dus het vraagt nog een beetje geduld.’
Onder de mountainbikeheuvels zijn er in Nederland vergelijkbare plekken als het op hoogte aankomt, bijvoorbeeld de 60 meter hoge Gulberg in Mierlo, die zijn bestaan ook dankt aan de VAM. Maar voor een wegparcours is de Drentse VAM-berg echt buitencategorie. En dat voelen de wielrenners ook. ‘Het lijkt op een klim uit de Vlaamse Ardennen’, zegt Warre van Gheluwe, een van de Belgische beloften die het parcours heeft geproefd. Het bevalt hem wel. ‘Zo creatief zijn wij in België niet.’
Dat beeld van een Vlaamse klim wordt nog eens versterkt, omdat een van de weggetjes die omhoogloopt met dikke keien is bekleed. Het is bijna net zo stuiteren als op de Muur van Geraardsbergen of de Oude Kwaremont in Vlaanderen. Lotte Kopecky, de Belgische wereldkampioene en topfavoriet voor het Europese goud, ziet daarom wel kansen. De oude VAM-berg had ze al eens bedwongen in de Ronde van Drenthe van 2022. ‘Ik vond het een heel toffe helling. Het ligt me wel.’
En dat ze over ingepakt vuilnis rijdt? ‘Dat maakt me niets uit, zo lang ik er maar niet ziek van word.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden