Het meisje achter de balie is ergens halverwege de 20 en heeft wenkbrauwen als albatrosvleugels, de wimpers van Kim Kardashian en een mond als het logo van The Rolling Stones. Maar het opvallendst aan haar is een button. Hij zit opgespeld op haar blouse, ten hoogte van haar borstbeen. Het is een rechthoekig speldje, met daarin smileys die – van links naar rechts – van heel erg boos naar heel erg blij gaan. Elke smiley staat in een vakje met een eigen kleur. Zo heeft de meest boze smiley een donkerrood vakje en de meest blije smiley een donkergroen vakje. De vakjes daar tussenin zijn lichtrood, roze, geel en lichtgroen. Een bliksemschicht kan horizontaal heen en weer bewegen tussen de vakjes. My social battery, staat boven de smileys.
‘Wat is dat voor button?’, vraag ik het meisje, waarmee ik prijsgeef dat ik naar haar decolleté heb staan kijken – wat niet zo is, maar die button hangt nou eenmaal waar die hangt. Haar meerlaags gestifte lippen krullen zich in een flauwe glimlach, die opvallende gelijkenis vertoont met de smiley waar haar bliksemschicht op staat. ‘Dat geeft aan in wat voor bui ik ben’, antwoordt ze.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Op dit moment zit ze, van de drie tinten groen, in de lichtste. Mild monter geluimd. Wat meer dan voldoende voor onze interactie is, en tegelijkertijd weinig goeds belooft. De dag is nog lang en na mij zullen er nog tientallen, misschien wel honderden mensen aan haar balie staan. Misschien ben ik wel degene die haar naar het geel duwt.
Het is een geweldig idee, deze button. Hij kan misverstanden uit de weg nemen en vervelende situaties voorkomen.
‘O nee, Julien staat in het rood. Laten we hem maar even met rust laten.’
Staat hij niet altijd in het rood?’
Bovendien kun je, na een ergerlijke opmerking van een collega, partner, familielid of vriend, diegene strak blijven aankijken terwijl je met één soepele vingerbeweging je bliksemschicht opzij schuift. Ideaal voor sociale gelegenheden als borrels, etentjes, recepties en crematies. En ik kan me voorstellen dat voor mensen die servicegerichte beroepen uitoefenen de button een uitkomst is. Wellicht helpt het iets in de toon die klanten tegen ze aanslaan, alhoewel het de aard van het werk – service verlenen aan mensen die iets van je willen en jij die daar misschien niet altijd zin in hebt – nooit zal veranderen.
‘Wat gebeurt er’, vraag ik het meisje achter de balie, ‘als je meter helemaal in het rood staat?’ Hoewel na deze vraag de zon doorbreekt in haar gezicht, laat het antwoord zich raden. Dan had ik dit niet kunnen navertellen.
Source: Volkskrant