Door te zeggen dat iets nu niet meer kan, zeg je volgens actrice Joy Delima indirect dat datzelfde gedrag ooit normaal was. Terwijl: dat is het toch nooit geweest?
Ik hoor vaak de opmerking ‘dat kan echt niet meer’, of een variatie daarop. Gevolgd door stiekem gelach en ondeugende blikken. Meestal volgt die opmerking op een anekdote over hoe het er vroeger wel niet aan toeging op filmsets of in het theater.
De mensen die deze opmerking maken, lijken dat vaak te doen met een glazuurlaag van nostalgie.
‘Neeeeee, dat kun je niet meer zeggen. Zucht, ach, die goeie ouwe tijd waarin ik nog een roekeloze lul kon zijn en ermee weg kon komen zonder dat iemand aan mijn hoofd begon te zeiken.’
Over de auteur
Joy Delima is actrice en schrijft voor Volkskrant Magazine over seks.
Maar laten we even iets ophelderen: het kon nooit, toch? Waarom altijd die niet ‘meer’? Zorgt die opmerking er niet juist voor dat we het een probleem van ‘nu’, van ‘de preutse jeugd’ maken in plaats van te leren van wat men in het verleden heeft gedaan? Een vrouwelijke collega op d’r billen slaan kon in 1980 ook niet, het werd enkel gedoogd. Een mannelijke acteur geen badjas geven tijdens een seksscène en de vrouw wel, omdat hij zich niet ongemakkelijk zou hoeven voelen met zijn naakte lichaam, was in 2004 net zo oneerlijk als nu, maar hij had vroeger geen intimiteitscoördinator bij wie hij zijn ongemak kwijt kon. Door te zeggen dat iets nu niet meer kan, zeg je indirect dat datzelfde gedrag ooit normaal was, terwijl dat naar mijn mening niet zo is. Dat velen van ons toentertijd dachten dat we bepaalde dingen maar moesten pikken, is omdat de mensen die van dat gedrag profiteerden, de meerderheid, ons lieten denken dat het normaal was. Als je iets maar vaak genoeg hoort, ga je het vanzelf geloven.
Tijdens de opkomst van #MeToo maakte ik het meest grensoverschrijdende gedrag mee. Toen ik in die periode op een filmset stond met veelal mannen, werd juist de grens opgezocht. Ik weet nog goed hoe een crewlid tegen de assistent-opnameleiding zei: ‘Ik luister niet naar vrouwen met kleine tieten.’ Hij zei het hardop dus ik weet zeker dat iedereen het hoorde, maar niemand kwam voor haar op. Geen enkele man zei er wat van en de drie vrouwen, van wie ik er een was, leken van schrik geen adem meer te halen.
Die mannen maakten de hele draaiperiode de smerigste opmerkingen gevolgd door een collectief lachsalvo en een ‘Of mag dit ook al niet meer?’ En eigenlijk gebeurt dat vandaag de dag nog steeds, in mildere vorm.
Waarom is het niet ‘Jezus, ik kan niet geloven dat we dat vroeger zeiden!’
Heb je daadwerkelijk iets geleerd als je het gebrek aan ruimte om grensoverschrijdende opmerkingen te maken, of lichamelijk over de grens te gaan, ziet als iets negatiefs? Want wat ik dus vaak meemaak is dat men alsnog de grensoverschrijdende ‘grap’ maakt, maar daar gauw ‘Nee, dat kan écht niet meer, gozer’ achteraan roept. Alsof de enige reden dat ‘het niet meer kan’ is dat bepaalde mensen er een probleem van hebben gemaakt. Maar zo werkt het niet.
Om echt tot een maatschappelijke verandering te komen, moeten we leren luisteren, onszelf verplaatsen in een ander en begrijpen waarom de dingen die we vroeger deden altijd al pijnlijk waren. Als je enkel je vocabulaire aanpast in bepaald gezelschap (want ik geloof niet dat deze mensen in hun vriendenkring zullen zeggen dat iets niet meer kan), heb je niks geleerd en zul je het altijd de mensen blijven verwijten die je raakt met je opmerkingen, alsof zij iets hebben afgepakt van jóú.
En als je humor enkel bestaat uit het neerhalen van anderen, ben je niet grappig. Dan ben je gewoon een lul.