Een vriendin belde: ze woont ver weg en is net als ik moeder van een onzelfredzame, dus ze vroeg maar gelijk hoe het nou écht gaat. Vrijbrief voor een klaagzang, uiteraard, dus ik zei van: uitgeput, en de vriendin van: uh-huh, ik ook – vriendschap stoelt vaak op gedeelde klachten. Ineens zei de vriendin dat zij tóch een dag minder was gaan werken om het allemaal te bolwerken – financieel was dat om het even. Ze vroeg niet of dat niks voor mij was. En ik vroeg niet hoe dat was beslecht, tussen haar en haar vriend.
Ook Pieter Omtzigt liet van de week op X in een Excelletje zien dat je met werklust in Nederland financieel weinig uitricht: een modaalverdiener die er tienduizend piek op vooruitgaat, houdt van het extra inkomen maar 10 procent over. Voor jonge ouders voelt het helemaal alsof je op een rocycle-fiets naar nergens zit, die almaar zwaarder wordt afgesteld. In een veelbesproken gastbijdrage van afgelopen weekend in deze krant schreef Vincent Kolenbrander dat hij en zijn vriendin (ouders van een 1-jarige) niet voltijds gingen werken: daar schoten ze ‘netto niet veel mee op’, omdat onder andere hun kinderopvangtoeslag omlaag zou gaan. De berekening ontbrak, maar ik tikte het voor mezelf in: als ik van vier naar vijf dagen zou gaan, zou ik 190 euro meer overhouden. Jottem.
Over de auteur
Emma Curvers is mediaverslaggever en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Als het komende kabinet iets wil veranderen aan onze hardnekkige deeltijdcultuur, moet het beginnen ouders te verleiden met keiharde euro’s onder de streep. Toch vind ik het, met alle respect voor mijn lotgenoten, armoedig dat de opbrengst van werk zo vaak in nettowinst of -verlies op korte termijn wordt uitgedrukt. Het is populair geworden om zorg en huishouden als ‘onbetaald werk’ tegenover het ‘betaalde werk’ buitenshuis te zetten. Dat heeft inzichtelijk gemaakt dat vrouwen, die verhoudingsgewijs meer van dat ‘onbetaalde werk’ doen, niet meer vrije tijd hebben dan mannen.
Maar die twee bezigheden worden ook vaak tegenover elkaar gezet als inwisselbare keuzen, en dat wringt. Ik vind het ongemakkelijk om het opvoeden van kinderen als werk te beschouwen – we hoeven menselijke relaties en interacties niet te beprijzen met wankele berekeningen om te erkennen dat ze waardevol zijn. Het ouderschap is niet de ‘hardest job in the world’. Het is een diepgaande, levenslange relatie, en de uitputtendste zorg is (jammer/gelukkig) meestal na een paar jaar voorbij. Met werken ben je veel langer bezig dan met kinderen opvoeden, dus mag er een onsje meer ambitie en strategie spreken uit de manier waarop we over werk praten?
Het belang van werk voor je welbevinden, zo blijkt uit een reeks onderzoeken, reikt ver voorbij het salaris. Meer gaan werken (als dat een optie is) kan zorgen voor meer mogelijkheden en leuker, vervullender werk. Wat op korte termijn misschien weinig oplevert, kan op lange termijn onbecijferbare bergen werkplezier opleveren. En geld. Daarnaast bouwen deeltijdwerkers te weinig pensioen op – een thema non grata, in gesprekken rondom de taakverdeling in huis. Een deel van je meerwerk gaat namelijk in die pensioenpot. Naast de loonkloof hebben vrouwen ook last van een gigantisch pensioengat. Een van de redenen: desinteresse. Ook ik kan weinig dingen verzinnen die ik minder leuk vind om over te praten, maar één ding waar ik nog minder graag aan denk, is dat ik er op leeftijd een vent bij moet nemen vanwege mijn pensioengat.
Ons gesprek over werk gaat te weinig over de tijd dat de kinderen niet meer klein zijn, en de lange tijd nadat we zijn uitgewerkt. Ja, ouders moeten luidkeels klagen over hoe weinig extra werken financieel opschiet. Maar het is ook aan jonge ouders om het gesprek te voeren over de langetermijngevolgen van de keuzen van nu. Aan de gevolgen die ze hebben voor je carrièreverloop, je werkplezier en je ouwe dag valt geen prijs te hangen.
Source: Volkskrant