Wie verzint het toch allemaal? Lezend in bijlage 25 van de Miljoenennota 2024 over fossiele subsidies, ontglipt me deze vraag, omdat ik me verbaas over hoe wijdvertakt dit onderwerp blijkt te zijn. De subsidies, die veelal de vorm hebben van fiscale kortingen voor ondernemingen, zijn overal. Afschaffen die handel, vinden ze niet alleen bij Extinction Rebellion, maar onderschrijft inmiddels ook een flink aantal partijen in de Kamer. Afschaffen, en de opbrengst gebruiken voor andere dingen.
Is het zo simpel? Ja, als het in één zin moet wel. Maar het is in het echt ingewikkelder (en interessanter) dan dat. Laten we kijken.
Hoe bereken je de omvang van de fossiele subsidie? In de fossiele hoek bestaan er degressieve belastingstelsels. Dat wil zeggen: hoe meer de klant verbruikt, des te lager is het belastingtarief. De fiscale subsidie kan dan worden berekend aan de hand van het verschil tussen de tarieven, gecombineerd met gegevens over het verbruik. Je zegt dan: als de grootverbruiker hetzelfde tarief had moeten betalen als de kleinverbruiker, zou de grootverbruiker X meer aan belasting hebben moeten afdragen. Die X, dat is de fiscale subsidie. Volgens de Miljoenennota is X tussen de 40- en 46 miljard euro.
Over de auteur
Frank Kalshoven is oprichter van De Argumentenfabriek en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. Reageren? E-mail: frank@argumentenfabriek.nl
Met deze manier van rekenen is op zichzelf weinig mis, maar er zijn ten minste twee dingen om scherp in het oog te houden. Ten eerste: wat bedoelen we, gegeven deze manier van rekenen, met het ‘afschaffen van subsidies’? Dat de grootverbruiker het tarief gaat betalen dat nu al geheven wordt bij de kleinverbruiker? Ja, dat kan. Maar gegeven de definitie kunnen we de fiscale subsidie óók afschaffen door kleinverbruikers hetzelfde lage tarief te gunnen als de grootverbruikers. In dit geval is afschaffen van subsidies niet positief voor klimaat en milieu (en evenmin voor de schatkist).
Ten tweede: bij het berekenen van de hoogte van de fiscale subsidie wordt geen rekening gehouden met zogeheten ‘gedragseffecten’. De grootverbruiker mag dan X aan fossiele subsidie krijgen, maar als hij voortaan het reguliere kleinverbruikerstarief moet gaan betalen, zal hij zijn gedrag aanpassen. Dat kan variëren van fors investeren in duurzamere productiemethoden (het gehoopte effect) tot het verplaatsen van de productie naar een ander land (de gevreesde ‘weglek’ van activiteiten). Welk ander gedrag de grootverbruiker ook vertoont, de schatkist krijgt na het afschaffen van de fiscale subsidie geen X extra binnen, maar (veel) minder. Partijen die dromen van 40- tot 46 miljard euro aan potentiële winst voor de schatkist zullen na het wakker worden vreemd opkijken.
Is het afschaffen van fossiele subsidies in alle gevallen verstandig? Nee, dat is het niet, hoe tegenintuïtief dat misschien ook is. Het kabinet legt er in de bijlage terecht de nadruk op dat het afschaffen van fossiele subsidies moet worden bekeken in het licht van de beprijzing van CO2-uitstoot, of broeikasgassen in het algemeen. Want dát is waar het in het klimaatbeleid om gaat.
Sommige activiteiten die CO2 uitstoten, zijn al stevig beprijsd (personenauto’s, geeft het kabinet als voorbeeld). Maar er zijn ook activiteiten met ‘een beprijzingstekort’ – het woord van de week, wat mij betreft. Dit geldt voor de veehouderij en akkerbouw. ‘Deze emissies zijn niet gelieerd aan fossiele brand- en grondstoffen en komen hierdoor niet terug in de discussie rondom fossiele subsidies.’
De CO2-uitstoot terugdringen, dát is het hoofddoel. Fossiel én niet-fossiel.
Source: Volkskrant