Home

Een Azerbeidzjaanse corridor dwars door Armenië? ‘Die zullen we bestrijden tot onze laatste druppel bloed’

Lala Torosjan, docent Armeense taal en geschiedenis, weet één ding zeker: eendaagse oorlogen bestaan niet in de Kaukasus. Ze wijst naar de militaire begraafplaats aan de rand van haar bergdorp in het zuiden van Armenië. Onder grafstenen met verse bloemstukken en een achtergelaten borrelglaasje liggen de lichamen van tien jonge mannen. Ze kwamen allemaal om in Nagorno-Karabach. De eerste in 1992, de laatste in 2020.

Op papier duurde de derde oorlog om Nagorno-Karabach één dag: afgelopen dinsdag liet Azerbeidzjan een bommenregen los op de pro-Armeense enclave, woensdag gaven de strijdkrachten van de enclave zich over. Bij gebrek aan militaire steun uit Armenië en ingrijpen van Russische vredestroepen gingen ze akkoord met ontwapening, na een gewapende onafhankelijkheidsstrijd van ruim 30 jaar.

Over de auteur
Tom Vennink schrijft voor de Volkskrant over Rusland, Oekraïne, Belarus, de Kaukasus en Centraal-Azië. Hij reist geregeld naar de oorlog in Oekraïne. Eerder was hij correspondent in Moskou.

Maar sinds de wapenstilstand van woensdag neemt de spanning weer toe. Wat gaat er gebeuren met de 120 duizend christelijke Armeniërs in de enclave? Ilham Aliëv, de president van het islamitische Azerbeidzjan, belooft veiligheid en gelijke rechten voor burgers, en amnestie voor strijders die hun wapens inleveren. Armeniërs vrezen etnische zuivering.

Wat de spanning onder Armeniërs verhoogt, is het feit dat ze geen zicht hebben op wat er gebeurt in de enclave. De enige toegangsweg naar Nagorno-Karabach wordt sinds december geblokkeerd door Azerbeidzjaanse militairen, met tekorten aan voedsel, brandstof en medicijnen als gevolg. Communicatiemogelijkheden zijn beperkt. De laatste berichten van de autoriteiten in Nagorno-Karabach gaan over meer dan tweehonderd doden en de komst van hulpgoederen via Russische vredestroepen. Maar er zijn in Armenië ook geruchten over nieuwe gevechten.

Wat zeker is, is dat er nu Azerbeidzjaanse militairen rondlopen in een gebied waar Armeense burgers wonen – en dat zij elkaar al decennialang haten.

In het zuiden van Armenië, in Shaghat, het bergdorp van Lala Torosjan, moeten inwoners niet denken aan een vertrek van hun broeders en zusters uit gebied dat al eeuwenlang bewoond wordt door christenen, maar dat juridisch gezien bij Azerbeidzjan hoort. Want in deze bergen dreigt een nieuw militair conflict. ‘Als onze mensen uit Nagorno-Karabach vertrekken, groeit Aliëvs honger’, zegt Torosjan in de ijle berglucht. ‘Dan komt hij hierheen.’

Haar vrees is niet ongegrond. President Aliëv heeft grotere territoriale ambities in de Kaukasus dan de herovering van Nagorno-Karabach. Hij wil Azerbeidzjan ook verbinden met Nachitsjevan, een dunbevolkte Azerbeidzjaanse exclave ter grootte van Groningen en Friesland bij elkaar. Er is maar één manier om dat te doen: dwars door het zuiden van Armenië.

Na de vorige oorlog om Nagorno-Karabach, een zesweekse strijd waarbij Azerbeidzjan al veel terreinwinst boekte, ging Armenië na Russische bemiddeling akkoord met Aliëvs eis om een verbinding. Wel wil Armenië controle houden over de eventuele spoor- en wegverbindingen over het eigen grondgebied, bijvoorbeeld door checkpoints op te zetten. Maar Aliëv, die over een sterk leger en een hecht bondgenootschap met de Turkse president Erdogan beschikt, eist een afgesloten transportverbinding zonder checkpoints. Hij noemt zijn beoogde verbinding de ‘Zangezur-corridor’ (hij weigert de Armeense naam te gebruiken van het gebied waar de corridor moet komen).

‘We gaan de Zangezur-corridor aanleggen, of Armenië het wil of niet’, zei Aliëv in 2021 op de Azerbeidzjaanse staatstelevisie. ‘Als Armenië meewerkt, kunnen we deze kwestie makkelijker oplossen. Zo niet, dan lossen we het op met dwang.’ Om zijn dreigement nog wat kracht bij te zetten, suggereerde Aliëv dat het hele zuiden van Armenië eigenlijk aan Azerbeidzjan toebehoort. ‘Het Azerbeidzjaanse volk keert terug naar het bezette Zangezur’, zo verklaarde Aliëv.

Shaghat ligt in de gevarenzone. Volg een kronkelende bergweg buiten het dorp en na 8 kilometer sta je aan de grens met de exclave Nachitsjevan. Een grens die dicht zit sinds het einde van de Sovjet-Unie, maar nu weer open zou kunnen gaan.

Sovak, een veteraan uit Nagorno-Karabach, kan de bergen in de Azerbeidzjaanse exclave zien liggen vanaf zijn balkon, waar hij zijn sigaretten rookt. Hij is in de rouw. Dinsdag zag hij niet alleen Nagorno-Karabach uit Armeense handen glippen, hij begroef die dag ook zijn broer, een veteraan die verzwakt terugkeerde uit de pro-Armeense enclave en nooit meer op krachten kwam. In de woonkamer hangt een portret van Sovaks broer: legeruniform aan, geweer om de schouder. Onder de foto drinkt Sovak wodka met zijn vader, ook een Karabach-veteraan. ‘Een corridor zullen we nooit toelaten’, zegt hij. ‘Punt.’

De wederzijdse haat tussen Azeri’s en Armeniërs zit diep. Te diep om voorbereidingen te treffen voor een Azerbeidzjaanse transportverbinding door Armenië, zegt Lala Torosjan, de docent Armeense taal en geschiedenis van de dorpsschool in Shaghat. Ze denkt aan haar reizen naar de christelijke kerken en kloosters van Nagorno-Karabach, aan haar dorpsgenoten op de militaire begraafplaats, aan hun ouders. ‘Voor een transportverbinding hebben we eerst vrede nodig en die is er nu niet’, zegt ze. Van een corridor gruwt ze. ‘We zullen die bestrijden tot de laatste druppel bloed.

Een vreedzame oplossing is ook in het belang van Azerbeidzjan. Het land lijkt militair weliswaar sterker te staan dan Armenië, maar een geforceerde aanleg van een corridor kan een grootschalig conflict teweegbrengen in de regio. Iran, de zuiderbuur van Azerbeidzjan en Armenië, is tegenstander van een corridor, die Azerbeidzjan tevens met Turkije zou verbinden.

Een corridor op Aliëvs voorkeurslocatie, langs de rivier die de grens vormt tussen Iran en Armenië, zou dwars door Irans noordelijke handelsroutes naar Armenië, Georgië en Rusland lopen. Een machtige Iraanse parlementariër zei in 2021 dat Azerbeidzjan en Turkije ‘een hoge prijs zullen betalen’ als ze ‘Irans toegang tot Armenië afsnijden’.

Een route met checkpoints is minder controversieel. Zelfs sommige Armeniërs zeggen dat ze ermee zouden kunnen leven. Gigi Petroesjan, een fruitboer in het Zuid-Armeense bergdorp Sisian, zit voor zijn sappige perziken en watermeloenen en zegt: ‘Als er een weg moet komen, laat er dan maar een weg zijn. Maar wel een met regels.’

Hij ziet wel economische voordelen in een heropening van de grenzen. Nu heeft Armenië beperkte handelsmogelijkheden door gesloten grenzen met twee van zijn vier buurlanden – ook de grens met Turkije zit sinds 1993 dicht wegens territoriale conflicten. Onhandig voor een klein land zonder zeehavens.

Bovendien liggen er kansen voor landen in de Kaukasus door toenemende handel tussen Azië en Europa. Voor Europese landen bieden routes door de Kaukasus een mogelijkheid om Rusland te omzeilen als doorvoerland voor goederen uit China of Centraal-Azië. Ook is de route door de Kaukasus de kortste weg tussen China en de Europese Unie.

Fruitboer Petroesjan ziet het al helemaal voor zich: een Armenië met open grenzen en een bloeiende economie. Hij pakt een perzik uit zijn kraam en zegt: ‘Ja, vrede zou mooi zijn.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next