Direct voor aanvang van de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) stapte Pieter Omtzigt donderdag naar voren om de hoge marginale belastingdruk voor alleenverdieners (oftewel kostwinners met een niet-werkende partner) aan te kaarten. ‘Als een alleenverdiener die 37.500 euro verdient 10.000 euro extra gaat verdienen, houdt hij daar 900 euro van over. Is dat de definitie van ‘werken moet lonen’?’
Omtzigt wil dat het kabinet de misstand zo snel mogelijk repareert door de ‘afbouwdrempel’ van het kindgebonden budget (een inkomensafhankelijke toeslag voor ouders met een laag inkomen) te verhogen. Dat betekent dat deze toeslag pas vanaf een hoger gezinsinkomen wordt afgebouwd. Voor alleenverdieners die rond modaal (40.000 euro bruto) verdienen, zou de marginale druk dan dalen van 91 naar 85 procent. Dat is dus nog steeds extreem hoog.
De marginale belastingdruk is het percentage dat iemand overhoudt van elke euro die hij of zij extra gaat verdienen. Voor een kleine groep werkenden (4,5 procent) is dat zeer hoog (meer dan 70 procent), omdat zij te maken hebben met een gelijktijdige afbouw van diverse inkomensafhankelijke fiscale aftrekposten en toeslagen. Vanaf een bepaald inkomen verliezen burgers geleidelijk het recht op de aftrekposten algemene heffingskorting, arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting. Hetzelfde geldt voor het kindgebonden budget en de zorg-, huur- en kinderopvangtoeslagen.
Vorig najaar was de hoge marginale druk voor sommige inkomens ook al een heet hangijzer in politiek Den Haag. Bijna alle politieke partijen vinden dit een probleem, omdat het mensen ontmoedigt meer uren te gaan werken. Waarom zou je een dag extra gaan werken, als je netto bijna niks overhoudt van het extra salaris? Een hoge marginale druk is extra problematisch in de huidige krappe arbeidsmarkt. Als alle in deeltijd werkende Nederlanders een halve dag per week extra zouden werken, zou dat al enorm schelen.
Arjen Lubach besteedde begin deze week in zijn Avondshow ook aandacht aan de marginale druk. Een van de rekenvoorbeelden die hij presenteerde betrof een gezin met twee kleine kinderen dat er netto op achteruit zou gaan als de in deeltijd werkende moeder een dag extra zou gaan werken. Dat impliceert een marginale druk van meer dan 100 procent, een situatie die in de standaardtabellen van het ministerie van Financiën niet voorkomt.
Volgens het Nibud kan een marginale druk boven de 100 procent voorkomen bij ouders die bovengemiddelde kinderopvangkosten hebben. Het ministerie rekent met een gemiddelde, maar een Nibud-woordvoerder zegt dat kinderopvang in grote steden en in dunbevolkte gebieden vaak duurder is. In enkele gevallen kunnen de netto kosten van de extra opvanguren daardoor hoger zijn dan het nettosalaris dat de extra arbeidsuren opleveren. De inschatting van het Nibud is wel dat dit uitzonderingen zijn.
Daar zit hem wel een beetje de kneep. Het probleem van de zeer hoge marginale druk is een probleem van relatief weinig Nederlanders. De gemiddelde marginale druk voor werkenden is 42 procent. Bij dat percentage loont het wel degelijk om meer arbeidsuren te maken. Slechts 13 procent kampt met een marginale druk van boven de 60, en voor niet meer dan 2,2 procent ligt die boven de 80. Verhoudingsgewijs zijn dat vaak alleenstaanden en kostwinners. De marginale druk voor tweeverdieners is gemiddeld lager.
De groep alleenverdieners met een marginale druk van 90 procent of hoger waar Omtzigt tijdens de APB voor opkwam, telt slechts 14.000 personen (cijfer ministerie van Financiën). Een onbekend deel daarvan bestaat uit traditionele kostwinnersgezinnen waarin de moeder om principiële redenen niet werkt. De nieuwe SGP-leider Chris Stoffer was er dan ook als de kippen bij om Omtzigts pleidooi te ondersteunen. Voor die groep heeft een hoge marginale druk geen ontmoedigingseffect, want de kostwinnende man werkt meestal al voltijds. Dat moet vaak wel, want het valt in Nederland niet mee om van één inkomen rond te komen.
Dat geldt ook voor kostwinnersparen waarvan een van de partners vanwege ziekte niet werkt. Omtzigt zegt in een reactie dat hij vooral voor deze mensen iets wil doen. ‘Op basis van de e-mails die ik krijg is mijn indruk dat werkenden met een zieke partner de hoofdmoot vormen van deze groep. Niet de traditionele kostwinners.’ Het ministerie van Financiën weet niet hoeveel alleenverdieners voltijds werken, maar het ligt voor de hand dat dit percentage hoger is dan onder tweeverdieners. De groep waar Omtzigt en Stoffer voor in de bres springen heeft daarom vooral last van die hoge marginale druk als hun loon stijgt door periodieken en promoties. Van zulke salarisstijgingen houden ze netto bitter weinig over.
Toch gaan deze kostwinners er in 2024 niet op achteruit, integendeel. Dankzij het koopkrachtpakket dat het demissionaire kabinet op Prinsjesdag presenteerde gaat de gemiddelde belastingdruk voor de meeste Nederlanders namelijk omlaag, en daar profiteert deze groep ook van. De gemiddelde belastingdruk is het percentage belasting dat iemand betaalt over zijn hele inkomen, in plaats van over de laatst verdiende euro. De 14.000 alleenverdieners die er volgens Omtzigt bekaaid vanaf komen betalen volgend jaar gemiddeld 7 procent belasting over hun bruto inkomen, half zoveel als in 2023.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden