Zowat de hele Kamer wil inkomenspolitiek voeren, maar de gereedschapskist voldoet al een tijdje niet meer. Daar komt lapwerk van, bleek deze week.
D66 dat naar hartelust moties indient met de linkse oppositiepartijen, de VVD die zonder schroom pleit voor meer asieldeals als die met Tunesië, de ChristenUnie die even een principieel debat over euthanasie opzoekt met voormalig coalitiepartner D66: de Algemene Politieke Beschouwingen van 2023 waren in de eerste plaats die van de bevrijding. Ontdaan van knellende coalitieafspraken kon iedereen weer even helemaal zichzelf zijn, ontstonden er nieuwe meerderheden en vertimmerde de volksvertegenwoordiging binnen enkele uren voor bijna 4 miljard euro aan de Rijksbegroting.
Hoewel daarover ter plekke groot enthousiasme ontstond (‘de Kamer is aan zet!’), toonde het debat ook aan dat deze fase niet al te lang moet duren. Uiteindelijk zal iemand zich om gestructureerd, toekomstbestendig beleid moeten gaan bekommeren. Een missionaire regering bijvoorbeeld.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Want BBB-leider Caroline van der Plas kreeg dan wel de wind van voren vanwege haar ongedekte motie om het minimumloon te verhogen, maar andere partijen maakten zich er ook makkelijk vanaf. Er werd nauwelijks verder dan een maand of twee vooruitgekeken. De vele claims die partijen deden op de ‘onderuitputting’ (de miljarden die nog bij de departementen op de plank liggen) om hun eigen wensen te betalen, maakten onbedoeld vooral duidelijk hoezeer de overheid inmiddels worstelt met de uitvoering van haar ambities. De personeelstekorten in de zorg en het onderwijs zijn zo groot dat het al geruime tijd niet meer lukt om het begrote geld uit te geven. Dat voelde deze week even als een meevaller, maar het is bovenal een symptoom van een schrijnend maatschappelijk probleem dat om structurele oplossingen vraagt.
Dat zelfs de VVD, van oudsher trots op haar financiële degelijkheid, meent dat het een goed idee is om de accijnsverhoging op de brandstof tijdelijk terug te draaien met geld uit het Nationaal Groeifonds riep ook al de vraag op waar het langetermijndenken is gebleven. Dat fonds werd enkele jaren geleden nog met veel tromgeroffel opgericht om heel gericht extra investeringen te doen die de economie op de lange termijn versterken.
Maar het meest fundamentele probleem doemde op in de vele debatjes die in alle hoeken van de Kamer werden gevoerd over het Nederlandse fiscale stelsel. Dat is van oudsher bedoeld om de schatkist van geld te voorzien en, vooruit, om inkomenspolitiek te voeren. Dat is althans een breed gedeelde wens in de Kamer, waar ‘bestaanszekerheid’ het woord van het jaar is: waarom loont het vooral voor de middeninkomens vaak zo weinig om (meer) te gaan werken?
Maar eens te meer bleek dat het veel te complexe stelsel zo is volgehangen met inkomensafhankelijke aftrekposten en toeslagen, dat elke wens om iets te doen aan de inkomenspositie van wie dan ook meteen stuit op technische of politieke bezwaren, omdat de oplossing voor de een prompt elders een probleem veroorzaakt.
Het stelsel schreeuwt om een drastische vereenvoudiging, en dat is misschien wel de belangrijkste uitdaging waar het nieuwe kabinet, van welke kleur dan ook, straks voor staat. Wie het land wil veranderen, moet eerst zijn gereedschap op orde hebben.
Source: Volkskrant