Home

Even was Pröpper bang dat ik het hutje van de Presleys aan spaanders ging slaan

Logisch eigenlijk, dat we in Breda wonen, Breda is de Elvis-hoofdstad van Nederland, en misschien zelfs van Europa, want Bad Nauheim, waar Ol’ Sideburns gewoond heeft toen hij in dienst zat, was meer een gat, en een gat is niks.

(Al kun je over gaten een interessant boek schrijven. Heb ik zelf zien gebeuren, de Easy Aloha’s deden het, ik was hun redacteur, hun boek heette Gaten en andere dingen die er niet zijn. Helaas zit het in een verhuisdoos, anders had ik wat wetenswaardigheden over gaten kunnen oplepelen, je kunt ze alleen maar onderschatten, zoals er dus zelfs gaten bestaan waarin Elvis heeft gewoond.) (Tupelo, Mississippi, nog zo’n gat.)

Ik was een keer in Tupelo, met Pröpper, een der g’noten. We waren op roadtrip door de Deep South, en uiteraard gingen we een kijkje nemen in Elvis’ geboortedorp. We stopten voor de shotgun shack waarin Ol’ Sideburns’ wiegje stond. In plaats van naar binnen te gaan, wat toegestaan was, om wat stofdeeltjes op te snuiven, kreeg ik een meltdown. Ik weet zelf van niks, een gat in mijn geheugen, maar Pröpper vertelde me later dat ik razend werd, bezeten, alsof ik iets of iemand moest uitdrijven, waarschijnlijk Ol’ Sideburns zelf, die ik plotseling intens slecht vond, nep, kitsch, alles.

Vloekend en tierend sjorde ik de paal waarop een plaquette gemonteerd was uit het tuintje, en even was Pröpper bang dat ik het hutje van de Presleys aan spaanders ging slaan, met die plaquette als bijl, maar nee, veranderd in een soort ziedende weerwolf gebruikte ik hem als staak, en ramde de zanderige punt dwars door mijn hart, waarna de ruwe beharing verdween, mijn gebit slonk en ik uitgeput op de grond zakte en nauwelijks hoorbaar Love Me Tender zeverde. (Zelfexorcisme. Zouden meer mensen moeten doen.)

‘Die reis’, zegt mijn vriendin Jet begripvol, ‘was te veel Elvis voor jou.’

Ik knik. ‘Ik overdreef een beetje, maar ik vertikte naar binnen te gaan. Scheldend.’

‘Je vervloekte Elvis als een ... Judas?’

‘Om u te dienen.’

Na een gepijnigd zwijgen: ‘Over die reis, als ik geen trilogie hoefde te voltooien, zou ik een verhaal kunnen schrijven zoals Cees ze maakt. Ik heb The King tijdens die roadtrip zeker drie keer verraden en weer in mijn onbeduidende armpjes gesloten. Juist daar, op heilige grond, viel ik ten prooi aan zware Elviskoortsen.’

Afijn, terug naar Breda, Noord-Brabant, waar we Dries van Kuijk hebben, de Colonel, geboren aan de Vlaszak. Gisteren zaten we in de bioscoop, waar Reinventing Elvis: The ’68 Comeback draaide, fonkelnieuwe film, nergens in Nederland te zien, behalve hier, in Breda, mijn stadje.

Sterke docu, bleek het, Elvisdocumentaires worden steeds beter, een verandering van klimaat binnen de klimaatverandering. Maar wat kregen we ervan langs, allemachtig. De zaal zat vol met mede-Bredanaars, we waren verenigd in trots op ons Dries, maar die hele film ging eigenlijk over de ongehoorde smakeloosheid van ons Dries, over zijn Hollandse koopmansgeest, over hoe hij Ol’ Sideburns z’n Comeback Special probeerde te verpesten.

De film ging erover dat Elvis eindelijk tegen de Colonel in opstand kwam, anders had hij in een rendiertrui kerstliedjes staan zingen, en dan was het echt klaar geweest met The King. Over en sluiten. Parker werd The Villain genoemd, en iedere keer als er iets fout dreigde te gaan, zag je eerst zijn sigaar. Aan het begin van de docu zaten we collectief te hopen dat Breda genoemd ging worden, dat voelde je, zeg het, maar nee, ze hielden het bij Dries van Koik from The Netherlands.

Gaandeweg werden we daar steeds dankbaarder om. Voelde je ook in het zaaltje. Niks over Breda, s.v.p. Ander keertje weer. Want na een tijdje, zo gaat dat, worden we vanzelf weer trots op ons Dries.

Source: Volkskrant

Previous

Next