In de opgelaaide discussie over het handelen van Ajax’ technisch directeur Sven Mislintat gaat het vooral om zijn databedrijf Matchmetrics. Dankzij die firma heeft de ‘data-Duitser’ in elk geval een flinke vinger in de pap van de voetbalwereld gekregen.
Het geluid van de alarmbellen die in Amsterdam zijn afgegaan, heeft inmiddels ook Stuttgart bereikt. Nadat Ajax al had besloten tot een onderzoek naar transfers van technisch directeur Sven Mislintat, volgde donderdag zijn vorige club. VfB Stuttgart wil weten of de Duitser zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling.
Beide clubs kijken in ieder geval naar de transfer van de Kroaat Borna Sosa, die op de laatste dag van de transferperiode verhuisde van Stuttgart naar Amsterdam. Toen was er vooral verbazing, omdat Ajax al vier andere linksbacks had. Inmiddels is het vooral de vraag of de deal wel netjes is verlopen.
Over de auteur
Dirk Jacob Nieuwboer is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal. Hij was eerder correspondent Turkije en politiek journalist.
Sosa liet zich bij de overgang vertegenwoordigen door het makelaarskantoor AKA Global. De Kroaat stapte vlak voor de transfer over naar AKA en uitgerekend dat bedrijf heeft 3 procent aandelen in Matchmetrics, de privéonderneming van Mislintat. De vraag die zowel in Amsterdam als Stuttgart wordt onderzocht is of hier zakenpartners onder een hoedje hebben gespeeld en of de technisch directeur wel genoeg openheid van zaken heeft gegeven.
Mislintat heeft er in ieder geval nooit een geheim van gemaakt dat hij oprichter en aandeelhouder is van Matchmetrics. Sinds afgelopen voorjaar bezit hij 35 procent van de aandelen van het voetbaldatabedrijf dat in 2016 werd opgericht, maar waarvoor in 2012 al de basis werd gelegd.
Mislintat werkte toen als hoofdscout voor Borussia Dortmund en kwam in contact met Michael Markefka, die programmeren en voetbal tot zijn hobby’s rekende. Zo had de voormalige rechtenstudent deelgenomen aan een prijsvraag van Manchester City, waarin mensen een dataset van de Engelse club moesten analyseren.
De inzichten die hij onder meer daarmee opdeed deelde hij met Mislintat, die al snel interesse had. Dortmund hield alleen de boot af, waarna de twee besloten zelf een bedrijf op te richten. Dat biedt nu software aan, waar clubs gebruik van kunnen maken. Op de site van Matchmetrics zijn onder meer de logo’s van VfB Stuttgart, Royal Antwerp FC, Standard Luik en het Zweedse Häcken te zien.
Data is in het hedendaagse voetbal, net als in de rest van de wereld, een toverwoord. Gegevens zijn beschikbaar in overvloed, van honderden competities en duizenden spelers wordt van alles bijgehouden. Hoe hard en veel ze rennen, hoe vaak ze tackelen, hoe goed ze met kansen omgaan, waar ze staan in het veld, hoe ze zich verhouden tot ploeggenoten, enzovoorts, enzovoorts.
In potentie nuttig, zeker voor mensen die voetballers moeten kopen. Maar iedereen die weleens een Excel-sheet heeft ingevuld, weet dat je in data ook kunt verzuipen. Matchmetrics is slechts een van de bedrijfjes die de laatste jaren in die markt zijn gedoken. Een bekende naam in Nederland is Scisports, waar Ajax ook mee werkt. Maar ook chirurg Sander IJtsma is in zijn vrije tijd actief met het digitale scoutingbedrijf 11 tegen 11.
De slogans van al die bedrijven verschillen, maar de belofte komt uiteindelijk op hetzelfde neer: met hun software kunnen clubs betere spelers halen, voor minder geld. Over het hoe vertellen ze niet zo veel. Logisch ook want hun software, hun analytische tool en algoritme vormen hun bedrijfsgeheim.
Toch heeft juist Mislintat geregeld een inkijkje gegeven. In het boek Football hackers: the science and art of a data revolution (2019) laat hij zijn hoe Scoutpanel, een van de softwareprogramma’s van Matchmetrics, werkt. Ironisch genoeg doet hij dat aan de hand van een zoektocht naar een linksback. Het algoritme schotelt in eerste instantie een selectie van 1.300 spelers voor. Daarna vinkt Mislintat steeds meer eigenschappen aan: aantal speelminuten, leeftijd, wel of niet wingback, schoten, crosspasses, waarna er uiteindelijk een handvol spelers overblijft.
Het laat al zien dat het niet meer dan een hulpmiddel is, wat de ‘data-Duitser’ ook steeds benadrukt. Iemand zonder verstand van voetbal zal er geen nieuwe parel uitvissen.
‘Het is een fascinerende business’, zegt Michiel Jongsma, hoofd data insights van Opta Nederland. Bedrijven als Matchmetrics werken vaak met gegevens van Opta of de grote concurrent Statsbomb. Jongsma deed bovendien in het verleden zelf scoutingsonderzoek voor clubs.
‘Veel mensen hebben een stoffig beeld bij data’, legt hij uit. ‘Maar het gaat juist om de nuances en de verschillen, daar moet je de weg in weten.’ Hij snapt wel dat veel clubs expertise inhuren bij bedrijven, omdat ze die zelf niet in huis hebben.
‘Maar ze maken zich daarmee natuurlijk wel afhankelijk van die bedrijven’, zegt hij. ‘En die doen ook nog eens zaken met concurrerende clubs, die met precies dezelfde data kunnen werken.’ Dat schuurt sowieso, nog los van de belangenconflicten die bij Mislintat spelen. ‘Kleine clubs hebben misschien geen keus, maar de rijkste club van Nederland zou dit gewoon zelf kunnen doen.’
Jongsma is zeker niet de enige die bij de constructie vraagtekens stelt. In de Duitse pers gebeurde dat al in Mislintats tijd bij Stuttgart. Díé data waren in ieder geval voor Ajax gewoon beschikbaar, meer dan even googlen was er niet voor nodig.
Source: Volkskrant