Dat is het resultaat van twee dagen debatteren over de begroting van het demissionaire kabinet. De Kamer kreeg de ruimte om zelf met plannen te komen, omdat het kabinet met een zogenoemde beleidsarme begroting was gekomen.
VVD-leider Sophie Hermans liet woensdag al weten iets extra's voor de middeninkomens te willen doen door de geplande verhoging van de belasting op benzine en diesel te schrappen. Per 1 januari zouden mensen aan de pomp respectievelijk 21 en 13 cent per liter meer gaan betalen.
Hermans kreeg steun van de SP, ChristenUnie, DENK, PVV, JA21, BBB, SGP en eenpitters Pieter Omtzigt en Liane den Haan.
"Autorijden is nu al niet meer te betalen. De kosten voor brandstof mogen daarom niet stijgen. Het is namelijk wereldvreemd dat iedereen een elektrische auto kan aanschaffen of altijd met het openbaar vervoer kan reizen", zei SP-leider Lilian Marijnissen.
Volgens BBB-leider Caroline van der Plas zijn vooral inwoners van kleinere gemeenten afhankelijk van hun auto, aangezien daar niet altijd goed openbaar vervoer is.
De partijen willen de maatregel financieren met geld dat op de plank blijft liggen bij diverse ministeries. Zo kost de accijnsmaatregel ongeveer 1,2 miljard euro. De begrotingen van de ministeries van Sociale Zaken en Volksgezondheid blijven daarbij buiten schot. Ook eventuele extra aardgasbaten moeten ervoor worden benut.
Mocht dat onvoldoende opleveren, dan willen de partijen een greep doen in het Nationaal Groeifonds. Dat is bedoeld om innovatieve bedrijven te helpen met investeringen die zij anders niet gefinancierd kunnen krijgen, en die bijdragen aan het toekomstig verdienvermogen van de economie.
Source: Nu.nl economisch