Home

‘Sloop nooit’: Prijswinnend architect Anne Lacaton over het onverwachte potentieel van bestaande gebouwen

‘De kunst is om iets te maken met wat er al is’, zegt de Franse architect Anne Lacaton (68). Draaide architectuur tot voor kort vooral om het scheppen van nieuwe gebouwen en wijken, vandaag de dag betreft tweederde van de opdrachten restauraties, renovaties en de transformatie van gebouwen en gebieden. Tegenover de 900 duizend woningen die demissionair minister Hugo de Jonge tot 2030 in Nederland wil bijbouwen, staat de opgave om anderhalf miljoen bestaande woningen te verduurzamen.

Het is het soort opdrachten waarmee Lacaton & Vassal, het bureau dat Lacaton in 1987 oprichtte met haar partner Jean-Philippe Vassal, al 35 jaar pioniert. ‘Tekenen op een wit vel papier vind ik niet interessant’, zegt Lacaton. Juist als er iets ‘in de weg’ staat, slaat haar creatieve brein aan. Neem het huis dat Lacaton & Vassal op het bosrijke Cap Ferret realiseerde. Terwijl buren de pijnbomen omhakten om op de geëffende grond hun villa’s te bouwen, wilden deze opdrachtgevers de natuur niet schaden. De architecten bedachten om het huis boven het maaiveld op te tillen en de gevraagde ruimtes rondom de bomen te ontwerpen. Je leeft er letterlijk tussen de stammen, die dwars door het dak steken. Er werd geen enkele boom geveld.

Over de auteur
Kirsten Hannema is architectuurrecensent voor de Volkskrant. Ze schrijft sinds 2007 over architectuur, stedenbouw en landschapsontwerp.

Lacaton & Vassal brak internationaal door met de transformatie van een naoorlogse sociale huurflat in Parijs, die op de nominatie stond voor sloop. Het project is spectaculair in zijn eenvoud. Door serres aan de woningen te bouwen, creëerden de architecten extra leefruimte voor de bewoners en verbeterden tegelijk het binnenklimaat, de energiehuishouding en het gevelbeeld. Voor de transformatie van drie galerijflats in Bordeaux wonnen ze in 2019 de Mies van der Rohe Award, in 2021 gevolgd door de Pritzker Prize, die geldt als de nobelprijs voor de architectuur.


Ze waren ‘verrast en vereerd’, zegt Lacaton, ‘maar ik was vooral blij met de vele berichten die we ontvingen van architecten, jong en oud, die vertelden: wij werken ook aan dit soort renovaties, wat geweldig dat er nu erkenning voor is!’

V spreekt haar in het Vlaams Architectuurinstituut in Antwerpen, waar ze de openingslezing geeft van het Festival van de Architectuur, dat draait om ‘inventief omgaan met bestaande bebouwing. Nu de Nederlandse nieuwbouwproductie door oplopende prijzen, terugtrekkende investeerders en stikstofregels stagneert, lijkt het onvermijdelijk dat het nieuwe kabinet zich ook op transformatie richt. Welke lessen kan Lacaton daarbij aanreiken?

‘Transformeren begint met heel goed kijken’, zegt Lacaton. ‘Wat heb je aan gebouwen, plekken, materialen beschikbaar?’ Dat kijken leerden Lacaton en Vassal pas echt na hun architectuuropleiding in Bordeaux, toen Vassal een ‘dienstjaar’ doorbracht in Niger, waar Lacaton hem vaak bezocht. ‘Moderne gebouwen zoals we die kenden van onze studie waren er niet, maar gaandeweg kwamen we tot het inzicht dat architectuur meer kan zijn dan gebouwen maken.’ Ze vertelt over de man die voor hun huis hoeden stond te maken. ‘Als de zon te heet was, nam hij drie takken waarmee hij een driehoek vormde en waar hij zijn jasje omheen spande, om schaduw te creëren. We stonden versteld van hoe je met bijna niets een beschutte plek kunt maken.’

Met die onbevangen blik begonnen ze terug in Frankrijk aan hun eerste opdracht: een woning bij Bordeaux voor een gezin met een beperkt budget. Op zoek naar betaalbare materialen, keken ze naar kassen en agrarische loodsen. Met een stalen frame, vezelcementplaten en multiplex ontwierpen ze een simpele ‘woonloods’ van 170 vierkante meter met een grote aangebouwde kas van polycarbonaat. Maison Latapie, zoals het heet, kostte destijds 55.275 euro. (Vorig jaar stond het te koop voor 7 ton).

In 2000 begonnen Lacaton en Vassal op eigen initiatief samen met architect Frederic Druot een onderzoek om met soortgelijke basale materialen na-oorlogse flats te transformeren. Dat onderzoek was een reactie op het nationale stadsvernieuwingsprogramma dat de Franse overheid had gelanceerd, waarbij 200 duizend woningen zouden worden gesloopt voor (evenveel) nieuwbouw. ‘We begrepen niet hoe veertig jaar oude bouwwerken zo slecht konden zijn dat sloop de enige oplossing was, terwijl we moeite doen om eeuwenoude ruïnes te behouden.’

Ze bestudeerden een aantal casussen, wandelden rond met bewoners en zagen dat het openbaar groen slecht was onderhouden, maar mensen hun woningen met veel zorg hadden ingericht. De draagconstructie was nog in goede staat, de isolatie en verwarming moesten wel worden aangepakt. ‘We wisten dat een technische renovatie gericht op energiebesparing niet zou werken. Op die manier zijn in de jaren tachtig loggia’s dichtgezet en ramen verkleind, waardoor gebouwen er zelfs op achteruit gingen. De vraag was: hoe kun je ruimtelijke kwaliteit voor bewoners toevoegen?’

Haar antwoord: ga allereerst op zoek naar het positieve. ‘Dus niet: waar is er een probleem, want je gaat altijd een probleem vinden dat je er vervolgens van weerhoudt om verder te kijken. Wij waren ervan overtuigd dat er veel waarde schuilt in deze gebouwen en de modernistische idealen – licht, lucht en ruimte – die eraan ten grondslag liggen.’ Ze somt op: grote gevelopeningen, uitzicht, veel buitenruimte, betaalbare woningen. ‘Die kwaliteiten wilden we versterken.’

Ze brachten alles van waarde in kaart, deden voorstellen voor verbeteringen en presenteerden deze in hun boek Plus. Corporaties toonden zich geïnteresseerd. Zo werden ze in 2007 uitgenodigd om mee te doen aan een ontwerpprijsvraag voor de transformatie van de Bois-le-Prêtre-toren in Parijs. Ze wonnen.

Lacatons verhaal klinkt logisch, de resultaten zijn verbluffend, maar ondertussen worden dit soort woningen nog steeds gesloopt; in Nederland zijn dat er naar verwachting de komende vijftien jaar 189 duizend. Hoe kan dat? ‘Wij zien al 25 jaar hetzelfde economische denken’, antwoordt Lacaton. ‘Investeerders willen op plekken waar de grond meer waard is geworden in plaats van sociale huur duurdere woningen bouwen. Er is een gebrek aan vertrouwen in transformatie, maar ook luiheid – desinteresse in een andere aanpak.’

Gemeenten denken vaak dat renovatie duurder is dan sloop-nieuwbouw. Lacaton en Vassal hebben het tegendeel bewezen. Bij de transformatie van 530 woningen in Grand Parc in Bordeaux is 51.000 euro per woning geïnvesteerd, waarbij per appartement ook nog eens 41 vierkante meter woonoppervlak is toegevoegd. Nieuwbouw had grofweg het dubbele gekost. Daarbij vond de transformatie plaats in bewoonde toestand, zodat bewoners niet tussentijds hoefden te verhuizen.

Lacaton noemt slopen ‘een verspilling van energie, materiaal en geschiedenis’ die bovendien ‘een zeer negatieve sociale impact heeft’. ‘Voor ons is het een daad van geweld.’ Fel: ‘Heb je ooit een gebouw opgeblazen zien worden, of de sloopkogel erin zien gaan? Dat is waarschijnlijk het beeld waaraan denkt bij het woord slopen, niet aan de bewoners die ernaar staan te kijken. Ik heb ze zien huilen.’

En dan heeft ze het nog niet eens gehad over de enorme berg afval die door sloop ontstaat en de CO2-uitstoot die je bespaart met transformatie. ‘Dat is ook niet de hoofdzaak; rekening houden met het leven van mensen is de eerste ‘zuil’ van duurzaam bouwen. Ons standpunt is: sloop nooit.’

Maar hoe zit het dan met projecten waarbij gesloopt wordt om meer huizen terug te kunnen bouwen? Volgens Lacaton kan dat ook zonder af te breken. ‘De ruime opzet van na-oorlogse wijken biedt mogelijkheden om te verdichten, bijvoorbeeld door woningen op parkeerplaatsen te bouwen. In een studie-opdracht voor de stad Bordeaux hebben we laten zien hoe je in zes jaar 50 duizend nieuwe woningen tussen bestaande flats kunt bijbouwen.’ In Nederland doet een alliantie van ontwerpers, verenigd onder de naam Platform Woonopgave, onderzoek naar mogelijkheden om extra woningen te realiseren door middel van transformatie. Ze ontdekten dat in leegstaande gebouwen – flats, bedrijfshallen, winkels – ruimte is voor 500 duizend woningen.

‘De bestaande situatie vandaag biedt fantastisch materiaal voor onze projecten’, zegt Lacaton. ‘En toch is er nog steeds meer interesse in het scheppen van nieuwe beelden dan in zorgen voor wat we hebben. Dat is geen reden om op te geven, wel waarom projecten lang duren.’ Bovendien is transformatie geen strategie die je bij succes simpelweg kunt kopiëren. ‘Je moet per casus bepalen wat past, en heel precies ingrijpen.’

Of juist niet. Want werken met wat er is, is ook zien waar het al werkt. Lacaton toont een foto van een plein in een buitenwijk van Bordeaux, met bomen, bankjes en een jeu-de-boulesbaan. ‘De gemeente vroeg ons om de ruimte te ‘verfraaien’. We zijn gaan kijken en zagen een levendig plein dat goed werd gebruikt. Het was al mooi; nieuwe banken, verlichting en bestrating zouden het niet beter maken. In dit geval hebben we geadviseerd: doe niets.’

Tegelijk met de lezing die architect Anne Lacaton op 5 september gaf in het Vlaams Architectuurinstituut, opende daar de tentoonstelling Gevonden architectuur: experimenten in conservatie. Deze is opgebouwd rond zeven baanbrekende transformatieprojecten in Vlaanderen, waaronder de verbouwing van het Predikheren klooster in Mechelen tot bibliotheek, door het Rotterdamse bureau Korteknie Stuhlmacher. Daarnaast worden buitenlandse projecten getoond, zoals de Bois-le-Prêtre toren in Parijs door Lacaton & Vassal. De tentoonstelling is te zien t/m 17/3.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next