Home

Raadsel waarom filmmaker Preston Sturges zo onbekend is gebleven: zijn komedies zijn nog altijd hilarisch, fris en scherp

Nu hij het sterke vermoeden heeft dat zijn vrouw is vreemdgegaan, verliest dirigent Sir Alfred De Carter (Rex Harrison) zich in wraakfantasieën. In een van die scenario’s, uitgedacht terwijl hij een symfonieorkest dirigeert, pleegt hij een geraffineerde moord op zijn vrouw Daphne (Linda Darnell). Alle bewijslast, inclusief een telefoontje naar de politie waarin te horen is hoe Daphne in doodsangst een naam schreeuwt, voert naar een andere man.

De fantasiemoord wordt zo uitgebreid en kil in beeld gebracht in Unfaithfully Yours (1948) dat de film de kijker even op het verkeerde been zet. Wat begon als een grappig en romantisch verhaal, lijkt ineens op een grimmige thriller. Alsof regisseur en scenarioschrijver Preston Sturges zijn innerlijke Hitchcock heeft vrijgelaten.

Het blijkt vals alarm, zoals zo vaak bij Sturges (1898-1959), de briljante Hollywoodregisseur aan wie filmmuseum Eye in Amsterdam een retrospectief wijdt. Niet dat De Carter tot bezinning komt: nadat het concert is afgelopen, wil hij zijn gewelddadige ideeën in de praktijk brengen. Maar dan volgt een van de meest ongerijmde, hilarische en langgerekte komische scènes uit de filmgeschiedenis.

Om te beginnen moet De Carter een geluidsopname zien te maken waarmee hij de politie om de tuin gaat leiden. Daar heeft hij zijn grammofoonrecorder voor nodig, maar waar stond dat ding ook alweer? Bij een haastige zoektocht door zijn appartement gaat alles mis. De Carter struikelt steeds weer over het snoer van zijn telefoon, zakt door de zitting van elke stoel waarop hij gaat staan om bij een hoge kast te komen, de inhoud van de kast belandt op zijn hoofd en wanneer hij uiteindelijk de recorder heeft gevonden, blijkt dat hij geen idee heeft hoe het apparaat werkt. De handleiding belooft dat het volledig zichzelf wijst, maar dat valt nogal tegen.

Vijftien minuten lang gaat het zenuwachtige geploeter door, tot De Carters appartement een complete ravage is en hij nog geen stap verder is gekomen met zijn plan. Het is geniale slapstick, fantastisch uitgevoerd door de Engelse acteur Harrison, die de arrogante dirigent laat veranderen in een pathetische malloot – met hetzelfde uitgestreken gezicht. De perfecte misdaad verandert in een perfecte klucht.

Als het erom gaat de beste film te kiezen van Preston Sturges wordt Unfaithfully Yours zelden genoemd. Dat is een vergissing, maar een begrijpelijke vergissing. Sturges maakte maar liefst zeven films die een meesterwerk genoemd mogen worden (en daarnaast nog een paar behoorlijk goede). Het geliefdst zijn waarschijnlijk The Palm Beach Story en The Lady Eve, waarmee het retrospectief van Sturges’ films donderdag 21 september begint. Maar ook Sullivan’s Travels, The Great McGinty, Hail the Conquering Hero en niet te vergeten The Miracle of Morgan’s Creek, zijn grootste publiekssucces, maken aanspraak zijn beste te zijn. Ze werden allemaal gemaakt tussen 1940 en 1948.

Hoe kan een filmmaker zo veel geweldige films aan elkaar rijgen en toch relatief onbekend zijn? Het is een van de grote raadsels rondom Sturges. Hij zou minstens dezelfde status moeten hebben als Billy Wilder, Howard Hawks of Frank Capra, tijdgenoten en Hollywoodhelden. Maar de geschiedenis lijkt hem een beetje te zijn vergeten. In de toonaangevende Sight and Sound-lijst van beste films aller tijden, gekozen door filmmakers en critici, komt slechts één film van Sturges voor, Sullivan’s Travels. Die staat op een teleurstellende 243ste plek.

Misschien ligt het aan het genre. Sturges was een virtuoos auteur van screwballkomedies, een zeer populair genre tussen pakweg 1930 en 1950. Het waren films vol krankzinnig snelle dialogen, romantisch geharrewar, dubbelzinnige humor (seks mocht niet besproken worden, laat staan in beeld komen, maar werd juist daarom volop gesuggereerd) en opvallend onafhankelijke heldinnen. Beslist niet kinderachtig, maar zoals dat gaat met licht vermaak: veel aanzien levert het niet op. Sturges wist dat, maar anders dan bijvoorbeeld Wilder of Hawks had hij niet de behoefte om ook ‘serieuze’ films te maken.

In Sullivan’s Travels neemt hij die aandrang zelfs met veel plezier op de hak. De film gaat over een regisseur van succesvolle komedies die heeft bedacht dat hij een kritisch, zwaarmoedig drama wil maken, iets dat het publiek ‘een spiegel voorhoudt’. Wanneer zijn producenten, die dat natuurlijk geen goed idee vinden, hem uitleggen dat hij als elitaire snob niks afweet van armoede en ellende, besluit hij een tijdje zonder geld te gaan leven. Een idioot avontuur volgt, in een schitterende satire die laat zien dat er niks mis is met mensen aan het lachen maken.

Sturges was een komiek pur sang, altijd op zoek naar de lach, maar nooit op de meest voor de hand liggende manier. Hij begreep dat mensen vaak grappig zijn ondanks zichzelf. Zoals De Carter in Unfaithfully Yours ten onder gaat aan zijn jaloezie en zijn grandioze fantasieën, zo grijpen veel personages in Sturges’ films net boven hun macht. Hij portretteerde vaak bedriegers, zoals de formidabele Jean Harrington uit The Lady Eve, gespeeld door Barbara Stanwyck. Ze is gespecialiseerd in valsspelen, niet alleen in het kaartspel, maar ook in de liefde. Zonder problemen windt ze de steenrijke slangenkenner Charles (Henry Fonda) om haar vinger, maar onbedoeld wordt ze zelf ook verliefd.

Of neem de hoofdpersoon van The Great McGinty, de film waarmee Sturges in 1940 debuteerde als regisseur en meteen zijn enige Oscar won. Dan McGinty (Brian Donlevy) werkt zich op van zwerver tot machtig politicus, met kiezersbedrog als de rode draad in zijn carrière. De film is een slimme sociale satire die de gebruikelijke waarden op zijn kop zet: wanneer McGinty onder druk van zijn vrouw voor één keer het goede probeert te doen, gaat het ogenblikkelijk mis.

In zijn films lijkt Sturges het altijd op te nemen voor de handige sjacheraars, de zwendelaars en fantasten, de avonturiers en volhouders die soms succes boeken en het meestal weer verkwanselen. Ongetwijfeld omdat het zijn eigen leven weerspiegelde: als iemand kon mislukken, weer opstaan en opnieuw struikelen, dan was het Sturges wel.

Zijn autobiografie, die pas dertig jaar na zijn dood werd uitgebracht, leest dan ook als een screwballkomedie. Met veel humor beschrijft Sturges zijn bizarre jeugd. Zijn moeder Mary is chaotisch, energiek en behept met een enorme fantasie. Liegen wilde hij het niet noemen, maar ze had zo haar eigen waarheid: ‘Zodra ze iets drie, nee, twee keer verteld had, geloofde ze er heilig in.’

Moeder Sturges verzon een aristocratische, Europese achtergrond (in werkelijkheid groeide ze in armoede op in Chicago) en zocht daar bijpassende vrienden en echtgenoten bij. Ze bleef nooit lang bij een man – Sturges’ biologische vader was al snel buiten beeld – en nam haar zoon voortdurend op sleeptouw. Als hartsvriendin van de beroemde danseres Isadora Duncan reisde ze heen en weer tussen Europa en Amerika. Om de zoveel maanden woonde Preston ergens anders: op een kostschool in Frankrijk, in een hotel, bij een bevriende familie. Als het geld op was, en dat gebeurde vaak, ging hij terug naar zijn adoptievader in Chicago, een geslaagd zakenman.

De jonge Sturges was, net als zijn moeder, een onverbeterlijk optimist. Hij had vele talenten, maar weinig sturing. Hij richtte allerlei bedrijven op die ten onder gingen, deed uitvindingen waar niemand op zat te wachten (behalve kissproof lippenstift, ontworpen voor het chique maar noodlijdende cosmeticabedrijf van zijn moeder, die de zaken regelmatig aan haar zoon overliet), probeerde componist te worden zonder een instrument te kunnen bespelen, en ontdekte min of meer per ongeluk dat hij goed kon schrijven. Een van zijn toneelstukken, Strictly Dishonorable, werd een grote hit op Broadway.

In Hollywood kon hij als schrijver meer verdienen, maar als filmscenarist voelde hij zich niet serieus genomen. De filmstudio’s waren ingericht als een fabriek waar tal van scenarioschrijvers aan hetzelfde script sleutelden tot er niets meer van het origineel te herkennen was. Sturges wilde zelf regisseren (‘Ik had het anderen zien doen en dacht: dat kan ik wel’) en drong net zo lang aan tot het mocht. Zo werd hij de eerste Hollywoodscenarist die zijn eigen scripts mocht regisseren, een wegbereider voor de filmmaker als auteur.

Sturges’ memoires zitten vol scènes die op de een of andere manier terugkeerden in zijn werk. De leefwijze van de ultrarijken kon hij als geen ander belachelijk maken, omdat hij van dichtbij had meegemaakt hoe ze zich gedroegen. Zijn moeder redde zich, net als zijn personages, uit tal van netelige situaties. Zo wist ze zich zonder kaartje in een langeafstandstrein te praten, precies zoals Gerry (Claudette Colbert) in The Palm Beach Story, en raakte ze net als zij onderweg haar koffers kwijt omdat haar treinstel werd afgekoppeld. De fenomenaal dwaze scène in The Palm Beach Story waarin een stomdronken jachtgezelschap de trein molesteert door op de ramen te schieten, was dan weer niet waargebeurd.

Het kan niet anders of Sturges’ moeder stond model voor de vrouwelijke personages in zijn werk. Zij waren welsprekend en vrijgevochten, zoals in meer films uit de jaren dertig en veertig, maar bij Sturges viel nog iets anders op: hun vindingrijkheid. De overeenkomsten tussen zijn moeder en Jean uit The Lady Eve zijn overduidelijk; Jean doet zich aan het eind van de film voor als een Engelse dame van stand. (‘Positively the same dame’, concludeert de enige man die zich niet laat bedriegen). Maar ook de naïeve Trudy Kockenlocker (Betty Hutton) uit The Miracle of Morgan’s Creek, die per ongeluk zwanger wordt na een wilde avond met een onbekende soldaat, heeft Sturges-dna. Ze lost de situatie op door de jeugdvriend die al jaren verliefd op haar is voor haar karretje te spannen.

Het woord ‘zwanger’ wordt in The Miracle of Morgan’s Creek overigens nooit uitgesproken: in het Hollywood van de jaren veertig was het ondenkbaar dat seks buiten het huwelijk in een film zou worden behandeld. Toch weet iedereen precies wat er aan de hand is. Dat Sturges zijn behoorlijk pikante scenario langs de strenge Production Code wist te loodsen, waarin de regels rondom zedelijk gedrag in films waren vastgelegd, is al net zo’n mirakel als het uiteindelijke wonder in de film.

Ook Gerry uit The Palm Beach Story is koppig en inventief. Haar man, een uitvinder, heeft geen succes en de schulden lopen op. Ze besluit hem te helpen door van hem te scheiden en een rijke man te zoeken, hoewel hij dat helemaal niet wil: een groot deel van de ongelooflijk rappe dialogen is gewijd aan romantische misverstanden. Ondanks alle protesten doet Gerry precies waar ze zin in heeft.

De sterke vrouwenrollen zijn niet de enige reden waarom Sturges’ films nauwelijks verouderd lijken. Wat is er eigenlijk veranderd, vraag je je af wanneer Gerry uitlegt dat vrouwen vanaf tienerleeftijd als seksobject worden gezien (‘de vaders van je vriendinnen kijken ineens raar naar je, niks ernstigs hoor, alleen maar de ouverture van de opera die komen gaat’). Of wanneer de senator in The Great McGinty uitlegt dat corruptie gezond is: ‘Zonder omkoping zou je een nutteloos type politici krijgen. Mensen zonder ambitie.’

Sturges’ komedies gaan over tijdloze menselijke zwaktes. Hij ging zelf ook steeds weer voor de bijl. Sturges trouwde en scheidde om de haverklap, dronk te veel en werkte dan weer te hard, dan weer te weinig. Op het toppunt van zijn roem maakte hij ruzie met zijn nieuwe baas bij filmstudio Paramount, die zijn vrijheid wilde inperken. Het werd steeds lastiger om zijn zin te krijgen en Sturges gooide aan het eind van de jaren veertig al de handdoek in de ring. Op een mislukte Franse komedie na zou hij nooit meer regisseren.

Zelf zei Sturges over zijn wonderlijke loopbaan: ‘Het enige opmerkelijke aan mijn Hollywoodcarrière is dat ik er überhaupt een had.’

Het retrospectief Written and Directed by Preston Sturges is van 21 september tot en met 15 oktober te zien in Eye Filmmuseum, Amsterdam.

Negen films van Preston Sturges (plus een documentaire over zijn leven en werk) zijn te zien tijdens het retrospectief Written and Directed by Preston Sturges in filmmuseum Eye in Amsterdam. Het is de eerste keer dat een overzicht van zijn werk wordt vertoond in Nederland. Al vanaf het begin waren zijn films hier weinig te zien; zijn grootste hits maakte hij tussen 1941 en 1944, toen Nederlandse bioscopen geen Amerikaanse films mochten vertonen.

De films van Preston Sturges hebben tal van filmmakers beïnvloed. Bij de broers Joel en Ethan Coen is dat het meest zichtbaar; hun komedie O Brother, Where Art Thou verwijst rechtstreeks naar Sturges’ Sullivan’s Travels. Maar ook regisseurs als Steven Spielberg of James Gunn (Guardians of the Galaxy) zijn bewonderaars. Ook Ruben Östlund moet dat haast wel zijn: de befaamde kotsscène in The Triangle of Sadness lijkt sterk geïnspireerd door een slapstickachtervolging in Sullivan’s Travels.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next