N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Ik hoor zijn trui nog scheuren, een akelig knetterend geluid. Mijn schoolvriend en ik werden hardhandig naar de uitgang begeleid, of beter gezegd: de trap afgeduwd, op een feestje van L.A.N.X., de studentenvereniging van de Vrije Universiteit. Het was begin jaren tachtig, doemdenken hing zwaar in de lucht en die vriend en ik, ontheemde hippies, waren verdwaald op een corpsballenfeestje in Amsterdam. Een schurend verschil in lifestyle en ja, we waren geen van beiden de Bob. De trap af dus, hij met een kapotte trui, door uitsmijters met in de frontlinie de latere minister van Justitie in het kabinet-Rutte III.
Toen al aan het handhaven.
Dezelfde vereniging kwam onlangs in het nieuws door wangedrag van het dispuut Ares. Leden moesten op buitenlandse excursie klusjes klaren die opschaalden van misselijk tot misogyn („naai een emmer in een steeg”) en abject („regel een vluchteling”). Het bestuur schorste het dispuut en sprak zijn afkeuring uit tegen leden en oud-leden (onder wie een oud-premier met voorliefde voor de „VOC-mentaliteit”).
Hoe kan het dat studentenverenigingen zo onstuimig populair blijven, ondanks de waslijst sadisme waarop ze kunnen bogen? De ‘roetkap-affaire’ (1965), toen een student stikte tijdens de ontgroening in Utrecht, leek even een kentering. Op mijn langharige gymnasium leefde in de jaren zeventig de hoop dat de „meer ontspannen samenleving” van Joop den Uyl vanzelf het einde zou betekenen voor opgefokte corpsballen die zo uit de jaren dertig leken opgestraald.
Het pakte anders uit. Waarom? Antropologen wijzen dan op de behoefte aan netwerken of aan een laatste speelkwartier voor de volwassenheid, en op de noodzaak van rites de passage. Alsof je longen eruit gillen in een metal-band dat niet ook kan zijn. Of zeezeilen naar Jutland. Word je toch ook best een beetje man of vrouw van.
Waarschijnlijker lijkt een sociologische verklaring. Met het stagneren van de sociale mobiliteit is de drift om je te onderscheiden stormachtig toegenomen. Je móét het maken, en snel ook. Mijn generatie werd nog en masse opgetild, nu is het ieder voor zich. Op jacht naar het missende vinkje, in een paniekerige meritocratie. Niks I was born this wee-hee.
Dan biedt een ‘eliteclub’ soelaas. Je bent met soortgenoten op weg naar de top – écht, ook al lig je nu ondergekotst in een hoekje wodkabellen te blazen. Ook belangrijk: je hebt onderdak – goud waard in een overkookte woningmarkt – en er zijn handhavers bij, een soort ouderlijke geruststelling.
Klinkt dit wrokkig? Mijn tweede ervaring met LA.N.X. was berichtgeving over een dispuutshuis dat de heren grondig hadden verbouwd. Het leverde me, inmiddels weer bovenaan de trap, het verwijt op van ‘riooljournalistiek’.
Heel passend, voor een club waar een luchtje aan zit.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC