Home

Syrische Nederlanders raken steeds meer geworteld in Nederland, maar er zijn ook zorgen

Het gaat goed en het gaat niet goed met de Syrische Nederlanders in Nederland. Het merendeel heeft een betaalde baan, de afhankelijkheid van de bijstand neemt af en de zelfredzaamheid is hoog. Maar tegelijkertijd gaat hun gezondheid achteruit, ervaren ze financiële problemen en hebben ze minder sociale contacten.

Dat blijkt uit een donderdag gepresenteerd onderzoek dat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) heeft uitgevoerd in samenwerking met het RIVM en de Erasmus Universiteit.

‘Het onderzoek geeft een tweeledig beeld’, zegt projectleider Mieke Maliepaard van het WODC, kennisinstituut voor het ministerie van Justitie en Veiligheid. ‘De arbeidsmarktparticipatie zet goed door: 55 procent van de Syriërs heeft werk en bij de mannen is dat percentage nog hoger: 69 procent. Maar op sommige terreinen zijn Syrische Nederlanders nu minder goed af dan in de eerste jaren na aankomst.’

Op dit moment wonen iets minder dan 150 duizend mensen van Syrische origine in Nederland. Een aanzienlijk deel kwam in de periode 2014-2016 als oorlogsvluchteling het land binnen. In 2017 werden drieduizend Syriërs voor het eerst geïnterviewd. Deze groep is gevolgd tot eind 2022. Volgens het WODC is het voor het eerst dat zo’n grote groep vluchtelingen over zo’n lange periode is gevolgd.

Syrische Nederlanders zijn in de loop der jaren steeds meer geworteld in Nederland. De meesten hebben een Nederlands paspoort, voelen zich Nederlander en voelen zich sterk verbonden met hun woonplaats. Ook als de situatie in Syrië zou verbeteren, zou 69 procent niet meer terug willen, blijkt uit het onderzoek.

Die verbondenheid met het nieuwe land vertaalt zich echter niet in sociale contacten: die zijn juist afgenomen in vergelijking met de eerste jaren na aankomst. Dat geldt vooral voor contacten met Nederlanders zonder migratieachtergrond. Vergeleken met de algemene bevolking zijn Syrische Nederlanders vier keer zo vaak eenzaam. Ook ervaren zij vaker dan voorheen discriminatie.

Veel Syriërs in Nederland beoordelen hun gezondheid als matig of slecht. Dat aantal groeit. ‘Opvallend is dat, in vergelijking met de algemene bevolking, drie keer zoveel Syrische Nederlanders psychisch ongezond zijn’, aldus het WODC. ‘Verder ervaart bijna een op de drie Syriërs veel stress, voornamelijk door geldzaken, werk en gezondheid.’

Wel is er een groot verschil tussen hoger en lager opgeleiden, en tussen jongeren en ouderen. Vooral de Syriërs die zich na hun 45ste in Nederland vestigden en de lager opgeleiden blijven op veel gebieden - soms ver - achter. Ze beheersen de Nederlandse taal onvoldoende en dat lijkt in de loop der jaren ook weinig te verbeteren.

Ruim een derde (38 procent) van de Syrische Nederlanders zit nog steeds in de bijstand. ‘Net als bij eerdere vluchtelingengroepen bestaat opnieuw het risico dat een aanzienlijk deel van de Syrische Nederlanders - ook bij een gunstige conjunctuur - aan de zijlijn blijft staan’, waarschuwen de onderzoekers.

Tamer Alalloush (36) kwam in 2015 van Syrië naar Nederland en zet zich nu in voor de integratie van nieuwkomers. Hij vindt dat de Syrische Nederlanders in zeven jaar veel hebben bereikt. ‘De overgrote meerderheid is zelfredzaam.’

‘Ik ben best trots op onze mensen’, zegt Alalloush (36) in een reactie op het WODC-rapport. ‘We hebben in zeven jaar veel bereikt. Het zou zonde zijn om alleen maar in te zoomen op de negatieve uitkomsten van het onderzoek.’

Alalloush vluchtte in 2015 uit Syrië naar Nederland en werkt nu bij OpenEmbassy, een organisatie die zich inzet voor de integratie van nieuwkomers in Nederland. Hij neemt donderdag deel aan een paneldiscussie tijdens de presentatie van het WODC-onderzoek in Den Haag.

Op een enkeling na zijn alle Syrische Nederlanders klaar met de verplichte inburgering (waaronder een taalcursus), concludeert hij. Wel kreeg een kwart ontheffing van de inburgeringsplicht wegens ziekte of onmacht, vooral ouderen en lager opgeleiden. ‘De overgrote meerderheid van de Syriërs is zelfredzaam en kan zelf financiële of medische zaken regelen’, onderstreept Alalloush. ‘Slechts 2 of 3 procent heeft daarvoor instanties of vrijwilligers nodig.’

Ook positief: veel Syrische jongeren leren in Nederland door en de werkloosheid is verder afgenomen tot 9 procent van de (Syrische) beroepsbevolking. ‘Op de arbeidsmarkt blijven vrouwen weliswaar achter, maar die zijn meer gewend om thuis voor de kinderen te zorgen. Hun aandeel gaat nog wel stijgen.’

Syrische mensen sporten veel, en meer dan de algemene bevolking in Nederland, vervolgt hij niet zonder trots. Ruim de helft rookt, dat is weer veel hoger dan het Nederlands gemiddelde en minder goed voor de gezondheid. ‘Maar als de onderzoekers ook naar alcoholgebruik hadden gevraagd, zouden we weer veel lager scoren’, voegt hij er lachend aan toe.

Hoewel ze vaker werk hebben, geven steeds meer Syriërs aan dat ze aan het eind van de maand geld tekort komen. ‘Dat kan natuurlijk komen door inflatie en energiecrisis’, verklaart Alalloush. ‘Maar vergeet niet dat veel Syrische Nederlanders ook geld sturen naar familieleden in Syrië om hen financieel te ondersteunen.’

Dat Syriërs vorig jaar meer discriminatie hebben ervaren dan zes jaar geleden, zowel van Nederlanders als van Nederlandse instituties, denkt hij te kunnen verklaren. ‘Het neemt toe omdat ze de samenleving beter leren kennen. Ze begrijpen beter dat ze gediscrimineerd worden en durven dat ook te benoemen. Maar het percentage dat zich gediscrimineerd voelt, blijft klein vergeleken met sommige andere nationaliteiten.’

Volgens hem geldt dat waarschijnlijk ook voor de toename van gezondheidsklachten. ‘Vanuit mijn omgeving weet ik dat mensen meer open zijn om mentale klachten met anderen te delen. Als je net vanuit een oorlog in een veilig land komt, durf je nergens over te klagen. Er is nu ook meer kennis over mentale gezondheid.’

Dat een meerderheid voorgoed in Nederland wil blijven, ook als de situatie in Syrië verbetert, verbaast hem niets. Ook hij behoort tot die 69 procent die dat heeft aangegeven. ‘Ik kan me ook niet voorstellen dat het ooit beter zal gaan. Het is in twaalf jaar alleen maar erger geworden.’

Zijn vrouw werkt hier, zijn kinderen van 8 en 9 gaan hier naar school. ‘Ik zie voor hen geen toekomst in Syrië, en voor mezelf ook niet. Mijn nieuwe leven is in Nederland, met nieuwe ambities en uitdagingen. Maar die afweging is voor iedereen persoonlijk. Mijn vrouw behoort bijvoorbeeld tot de 5 procent die in dat geval wél terug zou willen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next