Home

De ene armoede is de andere niet: Omtzigt en Rutte steggelen over meetlat voor bestaanszekerheid

Bestaanszekerheid is een van de kernthema’s van de campagne van Pieter Omtzigt. Als presentator Pieter-Jan Hagens hem zondag bij Buitenhof voorlegt dat het aantal mensen in armoede onder Rutte IV is gedaald van 1 miljoen naar 825 duizend, en vraagt of het kabinet een compliment verdient, is Omtzigt dan ook stellig: ‘Nee, ze hebben de verkeerde definitie gebruikt.’ Volgens het Kamerlid is die definitie gebaseerd op een bijstandsuitkering uit 1979, gecorrigeerd naar het huidige prijsniveau.

‘Oké, nu wordt het hogere wiskunde, vrees ik’, reageert Hagens, duidelijk even ontregeld. Maar wat Omtzigt zegt klopt niet. Hij heeft het over de zogeheten lage-inkomensgrens, die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert om te berekenen hoeveel mensen er risico lopen om in de armoede te belanden. Die is inderdaad gebaseerd op een bijstandsuitkering uit 1979.

Over de auteur
Maarten Albers is algemeen verslaggever van de Volkskrant.

De cijfers die Hagens noemt komen van het Centraal Planbureau (CPB), dat kijkt naar het zogeheten niet-veel-maar-toereikendcriterium. Dat criterium komt van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en gaat uit van wat een huishouden kwijt is aan basiszaken zoals voedsel, kleding en wonen. Daarbovenop komt een klein bedrag voor ontspanning en sociale participatie, zoals lidmaatschap van een sportclub of een korte vakantie.

Er zijn in Nederland dus twee definities van armoede. Die van het CBS kijkt puur naar het inkomen (verdient iemand meer dan het bijstandsniveau uit 1979, gecorrigeerd voor inflatie?), die van het SCP juist naar de uitgaven (verdient iemand genoeg om rond te komen?). Het aandeel armen volgens beide definities is verschillend en omvat bovendien andere groepen.

Bij Buitenhof wijst Omtzigt erop dat de armoedegrens geen rekening houdt met een auto, terwijl men er wel op rekent dat de persoon in kwestie naar werk gaat. Daarmee doelt hij juist weer op het niet-veel-maar-toereikendcriterium. Overigens omvat dat criterium wel vervoerskosten, maar blijkt uit focusgroepen dat men een eigen auto niet als noodzakelijke levensbehoefte ziet.

Omtzigt haalt de twee definities dus door elkaar. Ook premier Mark Rutte zei in een gesprek met de pers na afloop van de Troonrede dat zijn ‘verhaal over de herdefinitie van armoedecijfers’ onjuist is. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen wil Rutte nog eens uitleggen waarom.

Snijdt het verhaal van Omtzigt dan helemaal geen hout? Zijn bredere kritiek is dat de armoedecijfers weliswaar zijn gedaald, maar dat het aantal mensen in voedselarmoede is gestegen naar 400 duizend. Eerder in het gesprek haalt hij de hoge huurprijzen in de private sector aan. Daardoor zou iemand met een fatsoenlijk inkomen alsnog onder het bestaansminimum terecht kunnen komen. Het aantal daklozen is in de afgelopen tien jaar verdubbeld, en uit steeds meer hoeken komen verhalen van mensen die niet rond kunnen komen.

Hoe kan dat als het percentage mensen in armoede ondertussen is gedaald? ‘Er leven nog steeds ruim 800 duizend mensen in armoede, dat is niet weinig’, reageert Benedikt Goderis, armoede-onderzoeker bij het SCP.

Daarnaast vermoedt Goderis dat een aanzienlijke groep de afgelopen jaren incidenteel de eindjes niet aan elkaar kon knopen. ‘Inkomensstijging loopt altijd achter op de inflatie. Energie en boodschappen zijn snel duurder geworden, maar de bijstand en het minimumloon worden slechts twee keer per jaar aangepast.’ Bovendien houden de gehanteerde definities van armoede geen rekening met eventuele schulden, bijvoorbeeld bij de Belastingdienst of een energieleverancier. Ook het tekort aan betaalbare woningen kan een rol spelen.

Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS, heeft nog een verklaring. ‘De perceptie van algemene trends is vaak veel somberder dan de werkelijkheid. Dat geldt voor criminaliteit, maar ook voor armoede. Ook zijn er altijd mensen met wie het zelf goed gaat, maar die denken dat dat niet geldt voor Nederland in het algemeen.’

Omtzigt pleit ervoor om de armoedegrens te verbinden aan het mediane inkomen, zoals in Europees verband al gebeurt. Iedereen die minder dan 60 procent van het doorsnee-inkomen verdient, leeft dan officieel in armoede. Het ministerie van Sociale Zaken vindt dat geen goed idee. ‘Dan meet je eigenlijk de ongelijkheid, niet armoede’, aldus een woordvoerder. ‘Als de hoge inkomens stijgen, stijgt ook de mediaan en dus de armoedegrens. Volgens de Europese definitie is de armoede in de afgelopen jaren gestegen, maar dat komt vooral door toenemende ongelijkheid.’

CBS, SCP en het Nibud werken ondertussen aan een gezamenlijke definitie van armoede, om nieuwe verwarring te voorkomen. Die zal, net als het niet-veel-maar-toereikendcriterium, vooral gebaseerd zijn op de minimumvoorbeeldbegrotingen van het Nibud. De belangrijkste verandering is dat de instituten niet alleen meer willen uitgaan van normbedragen voor energie- en woonlasten. Ze willen ook gaan berekenen wat mensen daar werkelijk aan kwijt zijn.

Zelfs met die nieuwe definitie is de discussie over bestaanszekerheid niet voorbij, alleen al omdat dat begrip – zoals ook Omtzigt benadrukt – over meer gaat dan armoede alleen. Er zullen altijd mensen zijn die net boven de grens zitten en risico lopen om in armoede te vervallen. Het hoge aantal flexcontracten draagt daaraan bij.

‘Omtzigt heeft het over het sociaal minimum dat tekortschiet’, zegt Goderis. ‘Uiteindelijk is het een politieke keuze hoe hoog dat zou moeten zijn. De armoedegrens is niet meer dan een ijkpunt.’ Ook Van Mulligen trekt een lijn tussen wetenschap en politiek. ‘Je kan vinden dat er te veel armoede is in Nederland. Maar er is geen statistiek die bewijst dat het alleen maar erger wordt.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next