Home

Moet je een Italiaan zijn om een goede pizza te bakken? Italianen vinden zelf van wel, maar dat zijn nu eenmaal aanstellers

Lunchtijd. Op een bankje aan het Museumplein zat ik met een bakje sushi van de aanpalende supermarkt op schoot. Juist kwamen er twee meisjes naast me zitten toen een stuk sushi aan mijn stokjes ontglipte en in de sojasaus lazerde. De saus spatte over mijn broek. De meisjes lachten. Ik ook.

Ze waren een jaar of 16 en blond, de een klein, de andere lang. Scholieren, kennelijk, van het lyceum om de hoek. De lange had drie ringetjes door haar oorschelp, die een beetje rood en ontstoken oogde. De kleine had niets in haar oren, zelfs geen gaatjes. Dat zie je niet vaak.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Ze aten pizzabroodjes. Het kleinste meisje slikte een hap door, wees op het broodje, en zei: ‘Mijn opa, hè. Hij is nou bijna twee weken dood. Maar de laatste keer dat ik hem zag zei hij: ‘Ik moet je iets vertellen.’ En toen dacht ik: nu komt er iets superbelangrijks. Dat hij ergens een schat verstopt heeft, of dat hij niet mijn moeders echte vader is of zo. Maar toen zei hij: ‘Als je een pizzarestaurant ziet dat ‘Pinocchio’ heet, dan moet je daar nooit gaan eten. Want dat zijn geen echte Italianen.’

‘Vaag’, oordeelde de lange. De kleine knikte. ‘Ik snap het niet’, vervolgde ze. ‘‘Pinocchio’ is toch juist een Italiaanse naam?’

Ik dacht na over het geval. Er zijn duizenden pizzarestaurants op de wereld die ‘Pinocchio’ heten. Er zijn er trouwens ook heel wat – zij het een stuk minder – die ‘Pinoccio’ heten, zonder h dus. Daarvan kun je met vrij grote zekerheid vaststellen dat de uitbaters geen echte Italianen zijn.

Maar dan nog. Moet je per se een echte Italiaan zijn om een goede pizza te bakken? Italianen vinden zelf van wél. Die staan elkaar met stiletto’s naar het leven om de precieze rijstijd van het deeg, maar ja, Italianen zijn nu eenmaal aanstellers.

‘Vaag’, zei de lange nogmaals, en de kleine knikte weer. ‘Het is ook niet alsof mijn opa verstand had van pizza’s of zo’, zei ze. ‘Hij at altijd van dat Hollandse eten. Stamppot en zo.’

De lange sprak: ‘Wat boeit het ook? Pizza is altijd lekker. Zelfs als hij niet zo goed is. Net als seks.’ Ze lachte hardop, gooide haar lange blonde haar over haar rug en nam nog een hap.

De kleine zweeg verlegen. Ze hoorde het afgezaagde bon mot kennelijk voor het eerst. Dat van die pizza is wáár, zag je haar denken, maar van die seks? Dat moest, ergens in de toekomst, nog maar blijken.

Source: Volkskrant

Previous

Next