De kersverse CDA-lijsttrekker Henri Bontenbal maakt zijn debuut bij de Algemene Beschouwingen en grijpt om te beginnen terug op de kernboodschap van het CDA-verkiezingsprogramma. ‘Nederland is veel sterker dan we in deze Kamer vaak denken. Nederland wordt niet door ons gemaakt, maar door alle mensen die elke dag het goede doen, voor elkaar.’
En: ‘Onverschilligheid is de grootste kwaal van deze tijd. Het antwoord is verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid om niet onverschillig te zijn maar om te zien naar elkaar.’
Daarna heeft Bontenbal veel aandacht voor het buitenlandbeleid en toont hij zich zeer bezorgd over de situatie in de wereld na de Russische inval in Oekraïne. Hij pleit voor een Europees industrie-offensief om de afhankelijkheid van onberekenbare landen (Rusland en China voorop) te verminderen.
En de CDA-leider wil groene industriepolitiek: ‘We moeten bedrijven helpen om te verduurzamen en banen te behouden. We investeren met deze bedrijven in de economie van de toekomst.’
Raoul du Pré
In zijn verhaal probeert Klaver de standpunten van zowel GroenLinks als PvdA te verenigen in een breed overkoepelend links verhaal. Hij bekritiseert de ‘holle staat’ die het niet meer lukt om de samenleving te sturen. Hij neemt als voorbeeld de afschaffing van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) in 2010, waardoor de overheid veel sturende macht verloor.
Volgens Klaver is de overheid de afgelopen jaren daardoor ‘stilletjes vertrokken’ uit de samenleving. Niet alleen uit gebieden buiten de randstad, maar ook uit ‘veelal armere stadswijken’. Dat komt doordat het ‘efficiency-denken’ is doorgeslagen, zegt hij.
Om het tij te keren wil Klaver ‘het stuur van de samenleving weer in handen nemen’ en ‘bouwen aan een sterke staat’. Het betekent dat publieke voorzieningen soms ook in stand worden gehouden als ze niet winstgevend zijn, zoals ‘buslijnen die niet altijd vol zitten’.
De overheid moet weer ‘planmatig te werk gaan’ en doelen voor de lange termijn stellen. Als voorbeeld noemt hij zowel de woningbouw als het klimaatbeleid. Ook benadrukt Klaver dat wat hem betreft het minimumloon wordt verhoogd. ‘Dat is niet meer dan fatsoenlijk in een rijk land als Nederland. We hebben grote ambities.’
Hessel von Piekartz
GroenLinks-leider Jesse Klaver staat er aan het begin van zijn betoog bij stil dat hij ook spreekt namens de PvdA. ‘Het voelt alsof ik voor de eerste keer spreek bij de Algemene Beschouwingen’, zegt hij. ‘Ik ben trots dat ik hier mag staan. En ik ben er vooral trots op dat deze partijen de moed hebben gehad om door te pakken’, zegt hij over de beslissing van GroenLinks en PvdA om met een gezamenlijke lijst de verkiezingen in te gaan.
Direct na die woorden interrumpeert PVV-leider Wilders het betoog: ‘Bent u er ook trots op dat uw partijleider, de heer Timmermans, met wachtgeld de campagne aan het voeren is?’ Wilders verwijst naar het geld dat de nieuwe lijsttrekker van PvdA-GroenLinks Frans Timmermans nog krijgt van zijn vorige functie als Eurocommissaris.
Die opmerking lijkt voor Klaver niet als een verrassing te komen en hij bijt gelijk van zich af. ‘Ik verwacht dat Timmermans deze campagne op allerlei manier de maat zal worden genomen. U moet dat vooral doen, we leven in een vrij land’, begint Klaver. ‘Maar u raakt niet alleen Timmermans, maar ook uw eigen collega’s. We zijn allemaal passanten in de politiek. Als u stopt in de politiek, is er een vangnet’, richt Klaver zich tot Wilders. ‘Eist u dan van al uw collega’s dat ze dat dan ook niet accepteren?’
Maar die situaties zijn niet te vergelijken, vindt Wilders. ‘De heer Timmermans verdient drie ton. Dat is wat drie Kamerleden bij elkaar verdienen’, zegt hij. Dat de nieuwe leider van de gezamenlijke lijst niet heeft gekozen zonder wachtgeld de campagne in te gaan noemt Wilders ‘nepsocialisme’. ‘Ik zou u nog een keer willen vragen om een beroep te doen op de heer Timmermans want zo kun je toch geen campagne beginnen.’
‘Ik ga Timmermans helemaal niks vragen’, besluit Klaver. ‘Behalve; ga goed campagne voeren.’
Hessel von Piekartz
Door een voorstel van GroenLinks-PvdA en de ChristenUnie is ook het minimumloon onderwerp van gesprek tijdens de beschouwingen. De partijen willen dat het minimumuurloon volgend jaar stijgt naar 14 euro.
Sophie Hermans maakte namens de VVD al duidelijk dat haar partij daar niet zoveel voor voelt, mede omdat het minimumloon dit jaar in januari en juli al is verhoogd. Jan Paternotte (D66) zegt wel naar het voorstel te willen kijken.
Momenteel is het minimumloon hoogstens 12,79 euro. Dat bedrag geldt voor 21-plussers die 36 uur per week werken. Voor wie een langere werkweek heeft, valt het uurloon nog wat lager uit. Dat komt doordat de overheid eigenlijk een minimum maandloon hanteert.
Vanaf 2024 verandert dat: dan is er nog maar één minimumuurloon, ongeacht de lengte van de werkweek.
Source: Volkskrant