Via regelmatige blokkades van de A12 hoopt Extinction Rebellion een volledige afschaffing van subsidies op fossiele brandstoffen te bereiken. Dit is op zichzelf een goed doel, maar gaat voorbij aan zowel de bredere welvaartsgevolgen als aan de klimaateffectiviteit van zo’n afschaffing. Want er is een betere manier om de opwarming van de aarde tegen te gaan.
Allereerst zijn de bedragen die genoemd worden als fossiele subsidies imposant, maar tegelijkertijd discutabel. Afhankelijk van de geraadpleegde berekening gaat het om 30- tot 46 miljard euro in Nederland, wat een grote onzekerheidsmarge impliceert. De gehanteerde definitie van subsidies is erg breed, terwijl niet duidelijk is of deze allemaal evenveel bijdragen aan het klimaatprobleem.
Over de auteurs
Cees van Beers is hoogleraar innovatie-economie en -management aan de Technische Universiteit Delft. Jeroen van den Bergh is hoogleraar milieu-economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Autonome Universiteit Barcelona.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Een deel van deze subsidies is het gevolg van energieheffingen die niet evenredig worden toegepast in alle sectoren. Afschaffing van dergelijke subsidies betekent ofwel de hoge heffing voor kleinverbruikers verlagen tot het niveau van de grootverbruikers, ofwel de hoge kleinverbruikersheffing uitbreiden naar de nu nog vrijgestelde sectoren. Dit geeft aan dat de term ‘subsidie’ verwarrend is, en dat het eerder gaat om onvolledig energie- dan wel klimaatbeleid.
Klimaatverandering is grotendeels het gevolg van CO2-uitstoot waar een te laag of helemaal geen prijskaartje aan hangt, in relatie tot de schade die deze uitstoot veroorzaakt. Dit noemen we ook wel ‘niet of onvoldoende geprijsde externe effecten’. Met behulp van koolstofbeprijzing – via heffingen of emissiehandel – kunnen deze externe effecten wél worden beprijsd.
Fossiele brandstofsubsidies spelen hierin een ondergeschikte rol. In feite zijn dit een soort negatieve koolstofheffingen, terwijl we juist positieve koolstofheffingen nodig hebben om alle externe kosten van CO2-uitstoot te compenseren. Dan zullen bedrijven en huishoudens systematisch beslissingen nemen die rekening houden met alle directe en indirecte emissies. Afschaffing van brandstofsubsidies brengt weliswaar de feitelijke koolstofheffing naar nul, maar dat is nog onvoldoende.
Het relatieve belang van de subsidiehervorming wordt ook overschat vanwege technische aspecten. Een invloedrijk onderzoek van het IMF telt expliciete fossiele subsidies en ongeprijsde externe effecten bij elkaar op om een maatstaf voor het totaal aan subsidies te verkrijgen. De uitkomst suggereert dat dit totaal wereldwijd ruim 7 biljoen dollar bedraagt, waarvan de ‘gewone’ subsidies slechts zo'n 18 procent uitmaken.
Bijkomend probleem is dat studies waarop deze cijfers zijn gebaseerd de externe kosten van CO2-uitstoot conservatief inschatten. Door rekening te houden met extreme scenario’s en dito risico’s van klimaatverandering zouden dergelijke kosten zelfs nog hoger uitvallen. De implicatie hiervan is dat een realistischere (oftewel hogere) waarde van externe CO2-kosten het relatieve belang van koolstofbeprijzing voor de energietransitie versterkt, en dat van subsidiekosten nog verder verzwakt.
Ook vergeten klimaatactivisten soms dat subsidies in het verleden vaak zijn ontworpen met een bepaald doel, zoals het veiligstellen van de internationale concurrentiepositie van bepaalde sectoren of het garanderen van een minimaal koopkrachtniveau voor bepaalde groepen. Bovendien blijft het risico op koolstoflekkage bestaan, dat wil zeggen dat afschaffing van fossiele subsidies in Nederland de uitstoot van CO2 niet vermindert, maar slechts overhevelt naar andere landen door wijzigingen in de internationale handel en verplaatsing van industrie.
Noch het klimaat, noch de Nederlandse economie heeft hier baat bij. Daarom is, net als bij koolstofbeprijzing (denk aan het emissiehandelsysteem van de Europese Unie dat dertig landen omvat), internationale samenwerking nodig om op grote schaal fossiele subsidies te verminderen. Het goede nieuws is dat de Europese Unie per 1 oktober grensheffingen op koolstof invoert, waardoor koolstoflekkage wordt voorkomen. Daardoor kunnen subsidies die dienen om de nationale concurrentiepositie te beschermen tegen goedkope importen, in elk geval deels worden afgebouwd.
Omdat de ongeprijsde externe effecten veel belangrijker zijn, zou het huidige enthousiasme voor hervormingen van fossiele subsidies eigenlijk ook moeten gelden voor koolstofbeprijzing. Maar terwijl de term ‘fossiele subsidies’ als een rode lap op een stier werkt, laat koolstofbeprijzing de meeste mensen helaas koud. Men moet zich echter realiseren dat het twee zijden van dezelfde medaille zijn, aangezien beide bijdragen aan de beperking van CO2-uitstoot door de prijzen van fossiele brandstoffen te verhogen.
Daarom zouden klimaatactivisten er goed aan doen om te strijden voor een transitie van negatieve naar positieve koolstofbeprijzing op álle activiteiten, producten en diensten, en niet slechts hervorming van fossiele subsidies voor een deel daarvan.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden