Voor het tweede jaar op rij kondigt het kabinet op Prinsjesdag een forse verhoging van de toeslagen aan om te voorkomen dat honderdduizenden Nederlanders onder de armoedegrens glijden. Dat zou een signaal kunnen zijn dat de Nederlandse verzorgingsstaat aan achterstallig onderhoud lijdt. Moet het sociale zekerheidsstelsel niet dringend worden herzien? Demissionair minister van Sociale Zaken Karien van Gennip: ‘Uiteindelijk wil je weer naar een zo simpel mogelijk stelsel toe.’
‘Het is gewoon een heel belangrijk thema. Volgens een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gaat het met zo’n 40 procent van de Nederlanders heel goed. Dan hebben we nog een werkende middengroep die ongeveer 25 procent van de burgers omvat. Blijft over een heel grote groep die echt een onzeker bestaan leidt.
‘Bestaanszekerheid gaat niet alleen over de inkomenssteun in euro’s die je van de overheid krijgt. Het gaat ook over het hebben van een vaste baan, of in ieder geval een baan die genoeg oplevert om rond te komen. Veel mensen zijn onzeker over hun toekomst. Als mensen heel hard werken en hun best doen en het toch niet beter krijgen, dan doet dat iets. Dat doet iets met hun zelfvertrouwen, en met het gevoel van erbij horen. Terwijl we een samenleving van middenklassen willen die zeggen: we tellen mee en we zitten zo goed in ons vel dat we in de toekomst durven te investeren.’
‘Het probleem is de laatste jaren veel zichtbaarder geworden. Je ziet het in het aantal mensen dat niet meer gaat stemmen en in bepaalde verkiezingsuitslagen. Je ziet het ook in het gevoel ‘ik word niet gehoord’ dat mensen uiten. Je ziet het terug in dat SCP-rapport. En je ziet het heel erg terug in de arbeidsmarkt, waar 40 procent van de mensen geen vaste baan heeft.
‘Daar zitten goed verdienende zzp’ers bij, maar ook veel mensen met nuluren-, jaar-, en oproepcontracten. Met onzeker werk is het moeilijk een huis te kopen of aan een gezin te beginnen. Kijk naar de jongeren en hun uitgestelde levens. Jongeren krijgen later een vaste baan, vinden later een huis en stichten daardoor ook later een gezin dan vroeger. Dat 40 procent geen vast contract heeft, vind ik te veel. Dat moet echt minder. Daarom wil ik de wet aanpassen.’
‘Het gevoel van urgentie is nu hoger. Dat komt onder andere door de inflatie. Niet iedereen kan die klap in de portemonnee verwerken en dat zijn niet alleen uitkeringsgerechtigden. Dat zijn ook mensen met lage middeninkomens, modaal, anderhalf modaal. Die bestaansonzekerheid, daar wil je wat aan doen.’
‘Het SCP definieert de middengroepen als de werkende middenklasse, dat is zo’n 25 procent van de samenleving. De 40 procent die daarboven zit bestaat uit AOW’ers met een goed pensioen, jonge mensen die veel kansen hebben en werkenden die echt goed verdienen. En onder de middenklasse heb je het precariaat: mensen die onder de armoedegrens zitten, de onzekere werkenden en gepensioneerden zonder aanvullend pensioen. In deze drie groepen zitten de mensen die door het ijs zakken, en daar moeten we wat aan doen.’
‘Nee, maar ook in de middenklasse moeten mensen het gevoel hebben: dit is mijn samenleving. Ook in de middenklasse zijn veel mensen onzeker over de toekomst. Er is veerkracht en een bepaald gevoel van zekerheid nodig om als samenleving grote uitdagingen als klimaatverandering, immigratie en geopolitieke instabiliteit aan te kunnen.’
‘We hebben structurele koopkrachtmaatregelen genomen die gericht zijn op de groepen die deze steun het meest nodig hebben. Volgens de Commissie zijn dat grote gezinnen en gezinnen met tienerkinderen. Vandaar dat het kabinet de huurtoeslag en het kindgebonden budget vooral voor die groep verhoogt.
‘We hebben vorig jaar het minimumloon al met 10 procent verhoogd. De uitkeringen stijgen mee, dus dat heeft een flinke impuls gegeven. Iedereen is het er over eens dat we op lange termijn van die toeslagen af moeten. De rol van toeslagen kun je niet los zien van de hoogte van het minimumloon en de uitkeringen. Dat zijn communicerende vaten. Daarom staat in zoveel verkiezingsprogramma’s dat het minimumloon verder omhoog moet.’
‘Dat is precies de kern van de discussie. Daarom is het niet zo makkelijk de toeslagen in één keer af te schaffen. Aan de andere kant zijn die toeslagen en al die verschillende regelingen heel complex. Ook voor individuele burgers die deze inkomenssteun moeten aanvragen. Dus het moet simpeler.
‘Dan komt de vraag: wanneer vind je iets nog gericht genoeg en wanneer moet je iets doen voor een hele grote groep? Vergelijk bijvoorbeeld de kinderbijslag met het kindgebonden budget. Kinderbijslag is voor iedereen met kinderen, maar is heel ongericht. Mensen met hoge inkomens krijgen dat ook. Kindgebonden budget is inkomensafhankelijk en daarmee veel gerichter, maar ook ingewikkelder om uit te voeren.’
‘Dat is wel de bedoeling. Het belang van toeslagen is – met goede bedoelingen – door de jaren heen gegroeid. De politiek vond: deze groep heeft wat extra nodig en die groep willen we specifiek ondersteunen. Zo is die kerstboom langzaam opgetuigd. Uiteindelijk wil je weer naar een zo simpel mogelijk stelsel toe.’
‘Ja, maar de wal is nu echt het schip aan het keren. Je ziet wat de terugvorderingen bij de kinderopvangtoeslag hebben veroorzaakt. Het toeslagenstelsel heeft ontzettend veel effecten die de politiek nooit bedoeld heeft. Dus ik hoop dat een volgend kabinet hier echt knopen over doorhakt. Het moet dan wel een bepaalde mate van zelfbeheersing hebben om niet voor allerlei groepen weer te gaan compenseren.’
‘Daar heb ik wel vertrouwen in.’
‘Dat zullen we na de formatie gaan zien. Ik denk dat die versimpeling er gaat komen, omdat iedereen inziet hoe ontzettend nodig die is.’
‘Roken is gewoon ongezond. Je moet het ergens uit financieren en dan is tabaksaccijns een voor de hand liggende manier.’
‘We hebben dit besproken. Daarom verhogen we de accijns niet al te veel. Maar we willen toch iets doen aan het rookgedrag. Het geld moet ergens vandaan komen.’
‘Door die krappe arbeidsmarkt zijn de lonen flink aan het stijgen. Wat veel minder gebeurt, is het omzetten van flexibele contracten in vaste contracten. Een deel van de armoede zit bij mensen met oproep- en nulurencontracten, die twee of drie baantjes hebben om rond te komen.
‘Wat ik terughoor, is dat een aantal werkgevers onzeker is over de toekomst en daarom liever een jaarcontract afsluit. Dat kan ik me wel voorstellen. Aan de andere kant: als een medewerker goed werk levert, geef hem dan een vast contract. Er is niets mis met een jaarcontract, zolang dat een aanloop is naar een vast contract. Draaideurconstructies waarin werkenden van jaarcontract naar jaarcontract naar jaarcontract gaan, daar moeten we vanaf.’
‘In onze arbeidsmarktvoorstellen van dit voorjaar doen we daar iets aan. Werkgevers weten dan na één jaar al of ze een zieke werknemer mogen ontslaan.’
‘Ja. Maar dit is de balans die werkgevers en werknemers samen overeengekomen zijn. Vooral kleinere werkgevers wilden liever na één jaar duidelijkheid of ze een werknemer mogen vervangen, dan een kortere doorbetalingstermijn.’
‘Nou, ik heb er een jaar over onderhandeld hoor. Belangrijk is dat er voor deze voorstellen draagvlak is bij werkgevers en werknemers, en in de Tweede Kamer. Ik werk ze nu verder uit, zodat ze voor mijn opvolger klaarliggen om daar stappen in te zetten. Of niet, maar dat is aan mijn opvolger.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden