Maaike werkt sinds 2007 bij Big Bazar. Ze is 48 jaar en heeft een uurloon van 12,12 euro bruto. Vier dagen per week opent zij de winkel, werkt zij nieuwe collega’s in en handelt zij de distributie af. Het faillissement dat al enkele maanden dreigt, maakt het werk onzeker. Soms worden klanten boos vanwege de lege schappen en barst een collega in huilen uit.
Het uurloon van Maaike ligt precies op het wettelijk minimum. Na al die jaren verdient zij dus net zoveel als haar collega die nog maar net begint. Steeds meer medewerkers zijn overigens scholier; zij houden de winkel draaiend voor een uurloon van zo’n 6 euro bruto. De eigenaar van Big Bazar zit dus voor een dubbeltje op de eerste rang. Des te opmerkelijker, en ook triest, is dat de winkeleigenaar en Inretail-branchebaas Jan Meerman de moeilijkheden van winkelketens wijten aan de ‘hoge loonkosten’.
Over de auteurs
Linda Vermeulen en Daniëlle Wiek zijn vakbondsbestuurders bij FNV Handel.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De lonen bij Big Bazar – en ook bij de andere winkels die de laatste tijd met tobbende eigenaren in het nieuws zijn, zoals Shoeby, BCC en Scotch & Soda – horen tot de laagste van Nederland en liggen ver onder de Europese norm. Het personeelsbeleid is vooral gericht op het aantrekken van nieuwe en goedkopere mensen, in plaats van het behouden en ontwikkelen van bestaand personeel. De grote winkelketens hebben zo’n beetje de goedkoopste cao van het land. Vanuit de vakbond proberen we steeds weer om afspraken te maken met directies over verbetering. Maar we merken dat zij de ene na de andere agressieve tactiek uit de kast trekken om de vakbond te weren.
De politiek heeft de mond vol van ‘bestaanszekerheid’, maar laat gewoon gebeuren dat medewerkers met een onleefbaar loon op deze manier monddood worden gemaakt. Bovendien worden deze winkelbedrijven door diezelfde politici, om met de woorden van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) te spreken, ‘gepamperd’ met tal van fiscale voordelen. Wist u bijvoorbeeld dat winkelketens elk jaar tienduizenden tot een paar ton euro subsidie (de zogeheten ‘primarkpremie’) krijgen als tegemoetkoming voor de lichte stijging van het minimumloon?
Als eigenaren van grote ketens in de media weer eens over de loonkosten klagen, dan weten Maaike en haar collega’s wel beter. De moeilijkheden van de grote ketens komen namelijk niet door de kosten van hun lage lonen, maar door de jacht van de eigenaren op het grote geld. Menig winkelmerk wisselt eens in de paar jaar van eigenaar. Steeds weer zijn dat partijen die echt niet vanwege hun winkelhart instappen, maar omdat zij een kans zien om geld aan het bedrijf te onttrekken.
Een bekende tactiek is bijvoorbeeld de verkoop van de winkelpanden en de constructie van het terughuren. Denk ook aan het uitbuiten van uitbaters via de franchisemethode. Of de shop-in-shop-constructies via de verhuur van winkeloppervlakte aan externe merken.
Waar vroeger vooral geld werd verdiend door producten boven de kostprijs te verkopen, zijn de financiële stromen nu ingewikkelder en gewiekster. Niet de klant is koning, maar de eigenaar en de aandeelhouder. Dit heeft niets meer met ondernemen te maken; eigenaren van grote winkelketens zien hun eigendommen vooral als een financieel product. Kijk eens wie er achter de grote merken in onze winkelstraten zitten: miljonairs en miljardairs. Soms uit Nederland, vaak uit het buitenland.
Natuurlijk staat de winkelstraat ook door andere factoren onder druk. De huurprijzen zijn immens gestegen; hierover moeten we in Nederland absoluut een debat voeren. Ook zien we dat de concurrentie van online-winkels groot is. Maar let op: veelal zijn het dezelfde door kapitaal gestuurde krachten als de financiële partijen in de winkelstraat die ervoor lobbyen dat zij in Nederland zo goedkoop mogelijk hun online verkoop en distributie kunnen afhandelen. De gevolgen voor klimaat, werknemers en onze lokale economie zijn gigantisch. Als we willen dat de winkelstraten blijven bestaan, is het tijd voor wettelijke ingrepen die juist duurzaamheid, lokale initiatieven en diversiteit ondersteunen.
Als een winkel omvalt, dan trekken medewerkers altijd aan het kortste eind. Na al hun jaren van loyaliteit, krijgen zij stank voor dank. Zij verliezen hun vertrouwde werkomgeving en de zekerheid van een contract. Gelukkig hebben we in Nederland geregeld dat het UWV zich over een groot deel van de uitbetaling van de lonen ontfermt. We vangen als land de klappen op met gemeenschapsgeld. Het is opmerkelijk dat winkeleigenaren geen enkele schroom kennen om de rekening van hun gepruts af te wentelen op de medewerkers en de maatschappij.
Het wordt tijd dat wij hen in het publieke debat kritisch bevragen over de schade die zij aanrichten, in plaats van hen alle ruimte geven om de schuld buiten henzelf te leggen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden