Het kabinet trekt in totaal 2 miljard euro uit voor het pakket. Dat geld moet voorkomen dat een grotere groep Nederlanders door prijsstijgingen, hogere kosten voor levensonderhoud en aflopende steunmaatregelen zoals de energietoeslag volgend jaar in armoede belandt.
De prognose van de koopkrachtcijfers komt ieder jaar met een groot voorbehoud. De verschillen tussen inkomensgroepen zijn groot. Bovendien is de berekening uitsluitend gebaseerd op ontwikkelingen in bijvoorbeeld inkomensbeleid, lonen en prijzen. Het ministerie gaat er in de berekeningen van uit dat er niks verandert aan iemands privésituatie. In werkelijkheid zijn persoonlijke omstandigheden zoals het verlies van werk, een promotie, een scheiding of een huwelijk van grote invloed op de daadwerkelijke koopkracht van mensen.
Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever voor de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid. Hij werd in 2022 genomineerd voor de journalistieke prijs De Tegel.
Lees hier alles over de Tweede Kamerverkiezingen
Het grootste deel van de 2 miljard euro gaat op aan het verhogen van de huursubsidie met maximaal 416 euro en een verhoging van het kindgebonden budget. Die laatste maatregel kost alleen al ruim 1 miljard euro. Voor het eerste kind kunnen ouders volgend jaar maximaal 750 euro per jaar extra krijgen, voor het tweede kind gaat het om ten hoogste 883 euro. Gezinnen met kinderen tussen de 12 en 17 jaar kunnen ook op extra geld rekenen.
Op die manier wil het kabinet grote gezinnen en gezinnen met oudere kinderen steunen. Een stel met kinderen dat rond het sociaal minimum leeft, zou er zonder extra maatregelen naar verwachting volgend jaar 2,7 procent op achteruit gaan. Mét het pakket gaan zij er 4,5 procent op vooruit.
De verhoging van zowel de huurtoeslag als het kindgebonden budget zijn in lijn met het advies dat de commissie Sociaal minimum in juni naar buiten bracht, al neemt het kabinet nog lang niet alle adviezen over. Het kabinet verwacht dat de armoede onder kinderen daardoor volgend jaar daalt naar 5,1 procent. Over de hele linie blijft het aantal mensen in armoede met 4,8 procent gelijk.
De koopkrachtstijging van mensen met hogere inkomens wordt door de maatregelen daarentegen iets gedrukt, Een gezin waarvan een iemand modaal en de ander twee keer modaal verdient, gaat er bijvoorbeeld 2,1 procent op vooruit. Zonder het pakket van het kabinet zou dat 2,9 procent zijn geweest.
Dat komt vooral doordat het kabinet om de extra maatregelen te bekostigen de grens voor de hoogste belastingschijf wat verlaagt. Daardoor komen mensen met hoge inkomens sneller in het toptarief terecht en moeten ze over een wat groter deel van het salaris meer belasting betalen.
De gemiddelde koopkrachtstijging die het ministerie berekende, komt met 1,7 procent overigens iets lager uit dan de 1,8 procent die het Centraal Planbureau eerder berekende. Dat komt doordat Sociale Zaken in tegenstelling tot het CPB uitgaat van de raming van de zorgpremies van het ministerie van Volksgezondheid. Die valt voor volgend jaar wat hoger uit en drukt daarmee de koopkracht iets.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden