N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
De ochtend na de geboorte van onze dochter vraag ik me verdwaasd af wat dat voor lawaai is, pal onder het ziekenhuisraam. „We want fair pay. When do we want it? Now.” De verpleegkundigen staken, ze willen hogere salarissen en betere arbeidsvoorwaarden.
Na drie nachten in het St Mary’s Hospital in Londen – de bevalling wordt ingeleid – begrijp ik hun eisen wel. Ik krijg een inkijkje in de gebrekkige staat van de gezondheidszorg in het Verenigd Koninkrijk. De wachtlijsten zijn lang. Ruim 7,5 miljoen Britten, een recordaantal, wachten op een of andere medische behandeling bij de publieke gezondheidsdienst, de National Health Service (NHS). Er heerst een structureel tekort aan verpleegkundigen en artsen. Hoewel de overheidsuitgaven aan de NHS absoluut gezien jaarlijks stijgen, staat die stijging niet in verhouding tot de groei van de bevolking en, vooral, de vergrijzing.
Het uitblijven van investeringen is in het St Mary’s goed te merken. De verf bladdert van de muren, de ramen zijn van enkel glas, ventilatie ontbreekt. Het apparaat dat de hartslag van de baby registreert doet ouderwets aan, met de meters papier aan uitslagen die het uitspuugt. Midden in de nacht is dat papier natuurlijk op en de harde waarschuwingspiep stopt pas als het is vervangen.
Later lees ik in de Financial Times dat de kelder van het ziekenhuis geregeld overstroomt en dat sommige ziekenzalen gesloten zijn omdat er geen geld is lekkages te verhelpen. Vloerbalken zijn verrot en op sommige plekken kun je zo door de vloer heen de parkeergarage zien. Toch staat het St Mary’s niet bovenaan de prioriteitenlijst voor renovatie; andere ziekenhuizen zijn er slechter aan toe. St Mary’s fatsoenlijk oplappen zou meer dan 2 miljard pond (2,33 miljard euro) kosten.
Het ziekenhuis kampt ook met een ruimtetekort, waardoor patiënten van afdeling naar afdeling worden verhuisd, inclusief partner en baby een onrustig gebeuren. In vier dagen zien we drie afdelingen plus de bevalkamer zelf. Die is klein, er staan een bevalbed en een stoel en daarmee is de kamer vol. De douchebak lekt; na een douche stroomt het water de kamer in. Voor mijn partner staat er alleen die stoel, die niet achteruit kan. Hij probeert op de grond wat te slapen.
Na de bevalling komen we op een volle zaal terecht waar de verpleegkundigen vooral druk zijn met het in toom houden van de patiënten. De een is midden in de nacht luid aan het videobellen, de ander moet overgeven van een broodje dat ze niet had mogen eten van de verpleging. „Ik zei toch dat u alleen een sneetje toast mocht hebben!” Dit gebouw heeft geen kantine, dus komen partners van patiënten binnen met wat er in de buurt te halen valt: McDonald’s en Subway.
Het apparaat dat de hartslag van de baby registreert doet ouderwets aan, met de meters papier aan uitslagen die het uitspuugt
De verpleegkundigen en artsen zijn allemaal kundig en vriendelijk. Maar ze zijn met weinig en het is aanpoten voor ze. Tijdens de ochtendronde zien we de eerste verpleegkundige pas om half elf. Hoe vervelend is het om structureel handen tekort te komen, vraag ik. Ze haalt haar schouders op. „We weten niet beter. Het is af en toe een jungle hier.”
Gelukkig maak ik me geen moment zorgen of de artsen de juiste medische beslissingen nemen en komt onze dochter gezond en krijsend ter wereld. Maar de kwaliteit van de zorg lijdt wel degelijk onder de geld- en personeelstekorten. De zorgtoezichthouder constateerde vorig jaar dat 39 procent van de bevalafdelingen van de NHS in Engeland zorg onder de standaard levert. Het jaar ervoor was dat nog 31 procent. Soms komen vreselijke misstanden aan het licht: bijvoorbeeld bij de NHS in Shropshire, waar tussen 2000 en 2019 meer dan tweehonderd baby’s overleden of zware fysieke schade opliepen door fouten van het ziekenhuispersoneel.
Ook na de geboorte houdt de zorg niet over. Kraamzorg zoals Nederland die kent is in maar weinig landen gangbaar, ook niet in het Verenigd Koninkrijk. Baby’s worden standaard twee keer onderzocht, één keer binnen 72 uur na geboorte en nog eens na tien dagen. Verder houdt niemand in die eerste dagen een oogje in het zeil, behalve voor wie private kraamzorg kan betalen. Een kennis in Londen bevalt twee weken eerder dan ik en komt na een paar dagen met haar dochtertje op de eerste hulp terecht omdat ze is uitgedroogd. Alles kwam goed, maar het was te voorkomen geweest.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC